Kwantcestors

De familie Kwant 1800-1900

De grondhandel is rond de eeuwwisseling levendig want op 1 mei 1802 kopen Gerrit Kwant en zijn vrouw Berendje Roelofs op een openbare verkoping "3/4 dagwerk hooiland genoemd 'DrieVierendeel', 4 1/2 schepel zaailand genoemd 'de Kamp' bij Kwantshuis, 10 spint land op de Holtheemser Esch bij het huis van E. Habets". Er wordt geen bedrag genoemd maar in totaal is er ca. 1 ha land mee gemoeid. Ook de volgende overdrachten van land worden gedaan, waarbij de eerste een levering is in 1805 na aankoop in 1803, één een aankoop(?) van ergenamen van W.van Voss en de laatste een aankoop of teruggave.

Folio 77 en 77verso Comparanten Hendrik Lubberts en echtgenote Hendrikjen Assen op 't Meijerink te Anevelde. Ze verklaren twee dagwerken hooiland, gelegen te Holtheme en in 1803 aangekocht, over te dragen aan Gerrit Kwant en echtgenote te Holtheme. Actum Heemse, den 24 december 1800 en vijff.

Folio 101 Comparant H.J. Crass, woonachtig in 't Laar, als gevolmachtigde van de erfgenamen van wijlen de heer W.H. van Voss. Hij verklaart in volmacht een dagwerk hooiland in de Kloekers-maate over te dragen aan Gerrit Kwant en echtgenote te Holtheme. Actum Heemse, den 31 december 1800 en vijff.

Folio 117 Comparanten Hendrik Schultink en echtgenote Jennechien Jansen te Ane. Zij verklaren ongeveer twee dagwerken hooiland in de Kloekersmaate te Holtheme, over te dragen aan Gerrit Kwant en echtgenote te Holtheme. Actum Heemse, den 29 december 1800 en zes.

Dat er nog steeds banden tussen de Kwanten en de heer van de Vilsterborg zijn blijkt ook weer op 27 april 1801 wanneer Gerrit en Hendrik Kwant de formele getuigen ('bijzitters') zijn bij de opstelling van de huwelijksevoorwaarden voor het huwelijk van Mittendorff met Scholten die wonen op de 'Filsterborg'. Is deze Hendrik nu een 'Schultink'? De winter van 1801 gaat kennelijk gepaard met een stevige storm omdat de Kadijk doorbreekt en het land van Gerrit Kwant onder water zet. Omdat dit hem schade oplevert en het kennelijk tot de verantwoordelijkheid van de heer van het land of, logischer, van de staat behoorde om de dijk in goede staat te houden en kreeg Gerrit Kwant op 16 augustus 1802 een schadevergoeding van 150 Gld. Waarschijnlijk kon hij toen, net na de zomer, goed aangeven hoeveel minder oogst hij had.

Lodewijk Napoleon, sinds 1806 Koning van de Nederlanden, gaat in 1809 op rondreis door Nederland en komt ook in Gramsbergen terecht. Het zal wel een hele consternatie gegeven hebben vooral omdat hij ook in de herberg van de Kwanten geweest is, die bij het veer in Holtheme/Gramsbergen gevestigd is. Dit veer is de overgang over de Vecht wanneer je van Gramsbergen naar Coevorden wilt. Het verhaal gaat dat hij bij zijn rustpauze in de herberg (duurde dit een nacht?) gegeten en gedronken heeft en dat de toenmalige herbergier (Hendrik Jan Kwant?) of zijn vrouw dit eten/drinken moest voorproeven. Mogelijk heeft nu ook een ontmoeting plaatsgehad met 2 burgemeesters van Ommen die de koning duidelijk maakten dat hun bevolking tevergeefs op hem gewacht had. Ter compensatie schonk hij hen 1000 gulden. Volgens de 'Koninklijke Courant' van 14 maart 1809 (overgenomen uit 'Rondom Den Herdenbergh', 1987 4/1, Herman Brand, pp. 268-269):

Assen den 12 van Lentemaand Z.M. is gister van Hardenberg vertrokke, en heeft zich naar Gramsbergen begeven, om te zien wat dit dorp geleden heeft, door de overstromingen. Z.M. heeft last gegeven, de wegen te herstellen, en in dien staat te brengen, dat de gemeenschap tusschen Hardenberg, Gramsbergen en Coevorden altijd verzekerd zij. Hoogstdezelve is vervolgens te paard naar Coevorden gereden, waar Zij de fotificatien bezigtigd heeft, die Zij in goeden staat heeft gevonden. De Koning heeft het stedelijk bestuur en der verschillende godsdiensten ontvangen; en heeft de nauwkeurigste informatien over den staat der stad en der godsdienstige gezindheden genomen. Z.M. heeft bevolen, dat het kanaal van Coevorden naar de Vecht verbeterd en bevaarbaar gemaakt worden, in alle tijden van het jaar. Z.M. heeft den commissaris-rapporteur van Coevorden afgezet, om dat de gevangenen, die zich aldaar bevinden, bijna zonder kleederen, en slecht verzorgd waren. Z.M. heeft orders gegeven, om, onmiddellijk in hunne benodigdheden te voorzien, en heeft den kommandant van het arrondissement doen in arrest nemen, om dat hij geen beter opzigt heeft gehouden.

En verder uit dit stuk in Rondom den Herdenbergh: …besloot hij (Z.M.) op 13 maart in Assen dat F1000 ter beschikking werd gesteld aan de minister van binnelandse zaken voor een pont over de Vecht in de weg naar Coevorden naar Gramsbergen, hetgeen hem in Coevorden werd verzocht. Met deze passage van de Vecht is waarschijnlijk die bij de Klokhenne bedoeld, een zevenhonderd meter ten noorden van Gramsbergen. Reeds in 1754 kom ik hier een pont tegen in het verslag van een inspectieries van de Hertog van Brunswijk: "Vervolgens ben ik bij het Huis van Gramsbergen, Asewijn, genaamd, over de Groote Vecht gegaan. Die Rivier was toen soo hoog dat men er met de Pont over kon, daar men er anders bij Asewijn met rijtuigen door kon."

Gerrit Kwant is getuige/mombaar bij het huwelijk van Jan Harmsen en Janna Schoonekamp:

Heemse den 1 van Herfstmaand 1809 Scholtus J.G. Pruim Keurnoten M. Bruins en R. Eenhuizen Ondertrouwd Jan Harmsen, jongman, geboortig van en woonachtigh op de Balderhaar; en Janna Schoonekamp, jongedochter, geboortig van en woonachtigh te Holtheeme. Ouders van de bruidegom: Herm Harmsen en Mina Ymhoff. Ouders van de bruid: Roelof Roelofs en Hendrikjen Schonekamp. Zijnde de bruid in dezen zoveel nodig geadsisteerd met haare mombaar Gerrit Kwant en Gerrit Schoonekamp, die zij beide voor hunne goede administratie als voogden door dezen bedankt. NB. Nadat de huwelijksch proclamatien onverhinderd waren afgelopen, zijn de opgemelde persoonen met certificaat hiervan elders in den huwelijken staat bevestigd.

In maart 1811 overlijdt Willem Habers en over zijn nalatenschap is het volgende bekend:

In maart 1811 werd Gerrit Jan Crull de eerste notaris van Hardenberg, en nog in datzelfde jaar vielen Jan (Ensink) en Gerritdina (Lukerhof) in de prijzen. Een oom van haar, Jan Kwant, die landbouwer was in het buurtschap Ane, kwam te overlijden. Erfgenamen waren Willem Habers, ook een landbouwer in Ane, Willemina Middendorp, die in Heemse woonde en met de linnenwever Hendricus Lotterman was getrouwd, en onze Gerritdina. Op 18-08-1811 werd de hele nalatenschap verkocht, en wel op de volgende wijze:

1) Aan Willem Habers senior voor 1031 gulden en 6 stuivers: a. het woonhuis genaamd "Het Kwant" dat als huisnummer 94 had, b. 5 dagwerken hooiland, waarvan er 4 waren gelegen in het Grolland, en 1 in het Laarseland. Het huis werd uit de hand verkocht, en het hooiland in openbare verkoping. 2) Aan Roelof Voorstok, een landbouwer die in Gramsbergen woonde, werd voor 871 gulden in publieke veiling verkocht: a. een dagwerk hooiland, genaamd de Koelenhoek, gelegen onder de slag van Habers, b. 2 veenakkers, gelegen tussen de akkers van Roelof Meijlink en Gerrit Stegeman, op het Anerveen, c. twee schepel zaailand. De hele schriftelijke afdoening vond plaats in de woning van het gemeenteraadslid R.van Langen in Hardenberg, die tevens als getuige optrad samen met de koopman B.Venebrugge, die op de Veenebrugge woonde. Voor ieder van de drie erfgenamen bleef ruim f 600,= over, en dat was in de tijd waarin zeer grote armoede heerste een behoorlijk bedrag.

De vraag rijst: wat is dit woonhuis 'het Kwant' in Ane? Is er een relatie met 'onze' Kwanten?

Hendrik Kwant verkoopt in 1812 voor Fl 2 een gans aan de gemeente voor een feest.

Op 28-07-1812 trouwt Hendrik Jan Kwant met Hendrikjen Hesselink maar zij zal vroeg overlijden (zie verder). Echter, samen krijgen ze nog wel een kind, Antje of Annichje, waarschijnlijk in 1814.

Napoleon ging rond 1812 richting Rusland om dit te veroveren en een heleboel Nederlanders moesten mee. Ook mannen uit Gramsbergen en mogelijk ook een Kwant (er is een verhaal van een medaille). Na de mislukking van deze veldtocht nadert rond 1813 het einde voor de Fransen maar dat gaat niet zonder slag of stoot. Kozakken komen op 9 november 1813 bij Gramsbergen het land binnen om de Fransen te verdrijven en een deel gaat naar Hardenberg, waarschijnlijk om Fransen daar weg te krijgen. Een ander deel wil Coevorden insluiten. De Fransen, die daar vastzaten, deden op 27 december 1813 een uitval naar Holthone en Anerveen welke beide geplunderd werden. Om erger te voorkomen werd hulp van lokale bevolking vanuit het zuiden gevraagd en op deze datum zijn een aantal Ommenaren te hulp geschoten om Gramsbergen te verdedigen. Hierbij was ook Roelof Makkinga. Hoewel de Kozakken hielpen de Fransen weg te jagen waren ze ook hongerig en proviandering was dus geen sinecure: ook zij plunderden.

De Haarlemse Courant van 6 januari 1814 schrijft daarover het volgende:

"Hardenberg 28 december. De dag van gisteren was voor de ingezetenen van deze en omliggende plaatsen zeer verschrikkelijk en treurig. Het fransche garnizoen van Coevorden, drie uren van hier gelegen, deed eene hevigen uitval tot nabij ons steedje, dat men hier, met den meesten spoed, alles in het werk stelde, om de beste goederen in te pakken en met schuiten en wagens te verzenden, en vrouwen en kinderen in haast te doen vlugten. De vijand, tot in de boerschap Aane, een groot half uur van hier, genaderd zijnde, werd hun, tusschen Aane en het Aanerveen, door de Kozakken, burgers en boeren, zulk eenen dapperen tegenstand geboden, dat hun het verder voortrukken belet werd. Ondertusschen hebben de Franschen te Aanerveen en Holthone velerhande plunderingen en vernielingen aangericht; alles weggevoerd, wat zij konden, kisten, kasten, klokken en andere huismeubelen vernield, ongeveer zes runderbeesten gerooft en medegenomen en andere, die zij niet zoo spoedig konden meevoeren, doodgeschoten. Van diezelfde bende zijn er eenigen in de Meene en op de Klokhennen, aan de Vecht, tegen over Gramsbergen, geweest; hebben aldaar dezelfde verwoestingen en roverijen aangerigt; doch ook daar werden zij in hunne woede, door de Kozakken en boeren, gestuit, welke hen met zoo veel dapperheid hebben afgeslagen, dat Gramsbergen, welke een deerlijk lot te wachten stond, bevrijd gebleven is, en vier man van de Franschen gevangen genomen zijn; waarna die roversbende met haren buit naar Coevorden is terug getrokken."

Na nog een uitval en plundering (28 april 1814) verdwijnen de Fransen eindelijk op 7 mei 1814. De Kozakken trekken daarna ook weg. Het is niet geheel duidelijk wat het effect van deze acties was op het bezit van de Kwanten die mogelijk nog op de Klokhenne woonden.

Ongeveer vanaf dit jaar (1811) moet iedereen ook een vaste achternaam aannemen en dat lag voor de familie Kwant dus duidelijk.

Hieronder volgen een aantal verwijzingen uit het archief van Hardenberg.

30-05-1812

lijst der manspersonen in de loting der arbeiders aan Den Helder, in de boerschap Holtheme, door rotmeester Hendrik Jan Kwant

41

Rotmeester: degene verantwoordelijk voor de dijk.

21-08-1813 missive van de onder-prefekt aan de maire inzake het veer over de Vecht bij de Klokhenne, beheerd door H.J. Kwant en eigendom van Van Coeverden
15-04-1814 missive aan de commissaris inzake de manschappen welke op de voorpost op de Scheer zijn uitgetrokken; de lijst bevat de namen: Gieljan, Bos, Meuleman, Kok, Jurriens, Assen, Voorstok, Eggengoor, Kalkdijk, Tabbers, Grimmelius, Kwant, Roelofs, Huissies, Lutterman, Koenderink, Buul, van Aas, van der Scheer, Assies, Pothof, Dijkman, Broekhuis, Geerties, Jansen, Kreemer, Centen, Hobers, Habers, Timmer, van Muijen, Kuper, Meijerink, van der Haar, Joosten, Odink, Roelofs, Kampherbeek, Buter, Hulter, Brandt, Woertman, van Aas, Gerrits, Nijmeijer, Geertjes, Roelofs, Werners, van der Haar en Peters
17-06-1814 verzoek van de heer Beekhuis te Hardenberg aan de burgemeester om opgave te doen van de schade die geleden is tijdens de blokkade en deze te zenden aan de commissie ter inzameling van penningen voor de noodlijdende in en nabij de vestingen opgericht te Sneek. Van de volgende personen wonend op het Anerveen hebben de Fransen eind december 1813 beesten en meubilair geroofd: Jan Peters, Derk Roelofs, Gerrit Westerman, weduwe Almelo, Koendert Assen, Roelof van den Berg, Albert Hinngeies, Berend Jan Pott, Berend Jan Lotterman, Egbert Takman, Jans Schoonekamp, Albert Timmer, Willem Kieft, Hendrik Jan Kwant, Gerrit Haandrikman, Hendrik Wernders, Berend Beenen, Jan Gieljan, Hendrik Keuken, Roelof Passies en Hendrik Reinink, Gerrit Kwant heeft geen opgave gedaan. Uit Holthone: R. Rave, D. Blaaugeert, G. Stroeve, H. Beltman, H. Tabbert, H. Klumper, A. Bekman, W. Kleijan, H. Drenten, E. Kamphuis en A. Veneman, H. Bosman en H. Assen hebben geen opgave gedaan. (voorletters niet altijd duidelijk)

29-06-1814 toezending van de ingevulde lijsten inzake vergoeding door de liefdadige commissie te Sneek aan de bij de blokkade van Coevorden ongelukkig geworden inwoners van Ane en Holthone; schade te Ane werd geleden door Gerrit Westerman, Jan Gieljan, Hendrik Keuken, Berend Beenen, Egbert Takman, Jan Peters, Jan Schonekamp, Berend Jan Pot, Gerrit Koers, Jan Reinink, Derk Geugies, Hendrik Werners, Derk Roelofs, Roelof van den Berg, Koendert Assen, Albert Gerrits, Albert Timmer en Roelof Passies; te Holthone B. Rave, D. Blaauwgeerts, G. Stroeve, H. Beltman, H. Tabbert, H. Klumper, A. Bekman, W. Kleijan, H. Drenten, E. Kamphuis en A. Venneman; op de gezamenlijke lijst bovendien weduwe Almelo of Derk Geugies, Albert Hinnegies, Berend Jan Lotterman, Willem Kieft, Hendrik Jan Kwant, Roelof Meilink, Gerrit Haandrikman, Gerrit Kwant, Hendrik Reinink; enkelen waren op 29-04-1814 andermaal door de Fransen beroofd.


06-02-1815 inzending staat der veranderingen in het kohier der patenten van 1814; nieuwe patenten 1815 voor: Hendrik Kremer, Mannus Schuldink, Gerrit Kieft, Gerrit Schuldink, Hendrik Jan Kwant en Engbert Hakkers; wijzigingen op de patenten 1814: Jan Arend Smit, Jan Hendrik Brandt, Jan Huisken en Albertus Weerts


21-04-1815 inzending vier weeklijsten van overledenen (Jennegien Geerties te Ane, Gerritdiena Kwant te Holtheme, Gerrit Plasman te Ane, Berend Buter te Den Velde, Jennegien Schuldink te Ane, Aaltjen Strojans te Holtheme) 124


18-08-1815 kennisgeving van de lastgeving aan de ingezetenen die landerijen gelegen hebben aan de oever van de rivier de Kleine Vecht; zij werden gelast om binnen twaalf dagen het wassende rijshout af te snijden om zodoende de loop van het water niet langer te belemmeren (met inliggend de lastgeving aan de ingezetenen G. Kwant, G. Haandrikman, J. Kieft, H. Lutterman, Harm Venebrug en Hendrik Westerman) 128

25-05-1842 missive inzake opgave voor een provinciale kaart, sectie E 1e blad Heeringmaat en Hemelrot moet zijn Heeringmaat en Heemrot, sectie F 2e blad de Elzensteeg moet zijn Elsterensteeg,m sectie F 4e blad het Reevens moet zijn het Haarevers, sectie D 4e blad De Weerd moet zijn het Weert; De weg naar Hardenbergh begint in sectie D nr. 518 en eindigt in E362, de weg naar de vesting Coevorden van D518 naar C1, de zomerweg naar Coevorden langs de Klokhenne en Den Holte van D518 naar C80, de weg naar het Laar over de Nieuwendijk door de Slingenberg en Den Velde van D518 naar D466, de weg naar en door Loozen den Velde en Holtheme langs de grote Kwant naar het Laar begint in sectie D518 en eindigt tussen nr. 102 en 155, de weg van de Slingenberg naar Radewijk van E431 naar E410, de zomerweg van Ane door Anevelde naar Hardenbergh begint in Ane sectie F tussen nr. 131 en 132 en eindigt in F749, de zomerweg van Ane naar Coevorden door de Meene begint te Ane F106 en verenigt zich met bovengenoemde weg langs de Klokhenne in sectie C222, de weg langs de Dedemsvaart begint in sectie F ten noorden en langs nr. 103 en eindigt F tussen 967 en 967a; De rivier de Vecht begint te Holtheme aan de Hanoverse grenzen in sectie D tussen nr. 168 en 203 en eindigt te Anevelde F131, de Kleine of Koevorsche Vecht begint in Holthone aan de scheiding van Coevorden C1 en stort zich in de rivier de Grootevecht bij de Haandrik C132, ... (etc.)

De eerste vrouw van Hendrik Jan Kwant, Hendrikjen Hesselink, overlijdt op 11 juni 1815 en een jaar later hertrouwt Hendrik Jan, op 20 oktober 1816, met Geesje Stroeve (dochter van Jan Hendrik Stroeve en Zwaane Lucas(sen). Uit dit huwelijk worden geboren Hendrikje (1817), Gerrit Jan (19-12-1824), Fennigje (..), Zwaantje (..), Berendina (..) en Hermina (..). Op 19 december 1824 wordt dus Gerrit Jan Kwant geboren, de grootvader van Jan Kwant, en die trouwt op 08 juni 1849 met de 21-jarige Egberdina Roeloffina Molkenboer van Langen. Molkenboer van Langen was overigens jarenlang de naam van een burgemeester in Gramsbergen/Hardenberg. Uit dit huwelijk komen 2 dochters, Geesje en Aaltje. Geesje is genoemd naar de moeder van Gerrit Jan, Aaltje naar de moeder van Egberdina Molkenboer van Langen. Egberdina zal niet lang leven.

De oudste broer van Hendrik Jan, Hendrik (geb. 28-01-1774) overlijdt rond 1830 en de boerderij gaat nu over op zijn eerste dochter Berendina die met Jan Hazelaar (Hazelaar is ook de naam van een boerderij in Gramsbergen) getrouwd is. Er is dan echter een boedelscheiding nodig om het bezit tussen zijn dochters, Berendina (geb.1809) en Wibbichjen (geb.1811), te verdelen en het toenmalige bezit blijkt Fl 51824 waard te zijn, zelfs voor die tijd een fors bedrag (verg. als we uitgaan van 3%/j inflatie over de hele periode dan is het bedrag nu rond de 10 MFl/ 4.5 M€). Jan Hazelaar trouwt uiteindelijk met beide dochters, zoals hieronder blijkt:

Jan Hazelaar, landbouwer, geboren op 't Klooster, wordt gedoopt 27 april 1806 in Coevorden, overleden 22 juli 1896 op Holtheme, zoon van (IV·a) Harm Hazelaar en Zwaantien Bos. Eerst getrouwd op 13 december 1834 in Gramsbergen met Berendina Kwant, geboren circa 1809 op Holtheme, overleden 2 januari 1867 in Gramsbergen, dochter van Hendrik Kwant en Geertjen Jentink. Daarna getrouwd op 8 augustus 1867 in Gramsbergen met Wibbichjen Kwant, geboren circa 1811 in Gramsbergen, overleden 28 augustus 1877 in Gramsbergen, dochter van Hendrik Kwant en Geertjen Jentink. Uit het eerste huwelijk zes kinderen:

  • Zwaantjen Hazelaar, geboren 21 april 1836 op Holtheme, overleden 11 juni 1844 op Holtheme.
  • Hendrik Hazelaar, landbouwer, geboren 8 februari 1840 op Holtheme.Getrouwd op 13 augustus 1868 in Gramsbergen met Aaltjen Hurink, geboren 7 november 1842 in Ane, dochter van Roelof Hurink en Judegien Loshaar.
  • Gerrit Hazelaar, geboren 18 mei 1843 op Holtheme, overleden 30 mei 1846 op Holtheme.
  • Zwaantjen Hazelaar, geboren 10 augustus 1846 op Holtheme, overleden 14 juni 1911 op Holtheme.Getrouwd op 30 april 1875 in ambt Hardenberg met Albert Schottert, landbouwer, geboren 5 augustus 1840 op Holthone, overleden 10 april 1926 op Holtheme, zoon van Hendrikus Schottert, landbouwer, en Jennegien Veneman.
  • Gerrit Hazelaar, geboren 30 augustus 1851 op Holtheme, overleden 20 juni 1853 op Holtheme.
  • Gerrit Jan Hazelaar, landbouwer, geboren 3 oktober 1855 op Holtheme, overleden 12 mei 1927 op Holtheme.Getrouwd op 20 mei 1882 in Gramsbergen met Jennigjen Habers, geboren 14 november 1857 in Ane, overleden 29 november 1930 op Holtheme, dochter van Berend Habers, landbouwer, en Zwaantjen Kwant, landbouwersche.

Gerrit Jan Kwant trouwt voor de tweede keer op 17-03-1859 en wel met Wilhelmina Hutten en, naast zijn dochters Geesje en Aaltje uit het vorige huwelijk, worden nog geboren Egbert Jan (05-01-1860), Hendrika (09-03-1861), Jennigje (27-01-1863), Hendrik Jan (26-10-1864), Jan (15-11-1867), Gerrit Willem (20-09-1868) en Wilhelmina Gerritdina (06-03-1872). De naamgevingstraditie is gevolgd:

  • de moeder van Gerrit Jan was al vernoemd in zijn eerst dochter Geesje
  • zijn vader, Hendrik Jan, wordt 'pas' bij de 2e zoon vernoemd
  • de eerste zoon is waarschijnlijk naar de eerste vrouw van Gerrit Jan vernoemd (Egberdina)
  • Hendrika is de moeder van Wilhelmina (Hendrika Kelder)
  • Jan is de vader van Wilhelmina (Jan Hutten)

Rond het midden van de 19e eeuw worden plannen gemaakt om 2 nieuwe kanalen aan te leggen. In 1856 komt het kanaal Vroomshoop-de Haandrik die dus vlak bij de Klokhenne in de Vecht eindigt (of juister: begint?). Dit wordt later het Overijsselsch kanaal genoemd en loopt door tot Almelo. Aan dit kanaal ontstaat ook de nederzetting Beerzerveld waar Jan en Grietje Schuurman-Op 't Ende aan hebben gewoond. Slechts 4 jaar daarna komt het Coevorder-Vechtkanaal klaar (1860) en de aansluiting op de Vecht gaat dwars over het land van Hazelaar, toen Kwant. Kennelijk is dus het land van Hazelaar later weer overgegaan op Kwant (of betekent 'toen' eigenlijk 'voorheen'?). Een van de 'Hazelaartjes' is eerder getrouwd met Berendina, dochter van Hendrik Kwant en de grond is mogelijk via huwelijkse voorwaarden toch in de Kwanten familie gebleven. Overigens loopt dit kanaal door Avereest/Dedemsvaart waar de Duinkerkens (zie later) gewoond hebben. Deze kanalen zullen een grote invloed hebben gehad op het leven in de omgeving van Gramsbergen.

 

 

Huwelijksfoto van Hendrik Jan Kwant en Sjoukje Haveman (2 mei 1889).

 

Hendrik Jan Kwant (26 oktober 1864), de zoon van Gerrit Jan Kwant en Wilhelmina Hutten trouwt op 2 mei 1889 met Sjoukje Haveman te Avereest (nu Dedemsvaart). Hendrik Jan wordt bakker in Avereest/Dedemsvaart. Avereest is een deel van het schoutambt Ommen. Ze gaan wonen aan 'sluis 7', want daar wordt Leentje geboren. Sjoukje Haveman (23-05-1868) is dochter van Jan Haveman en Leentje Visscher die ook in Avereest woonden (zie fotoalbum). Zij overlijdt op 15 juli 1938 in Almelo. Uit dit huwelijk komen Gerrit Jan (10-04-1890), Leentje (05-02-1892), Jan (15-11-1894), Willem (18-12-1896), Wilhelmina (17-01-1899), Meindert (14-02-1901), Roelofje (25-04-1903), Hendrika (28-03-1905) en Johannes Theodoor (30-07-1907). Jan Kwant is de volgende in de lijn van mijn voorouders. Gerrit Jan heeft waarschijnlijk de zaak van zijn vader overgenomen want ook hij is bakker geweest in Dedemsvaart.

 

We sluiten dit hoofdstuk af met de geboorte van Jan Kwant op 15 november 1894 als zoon van Hendrik Jan Kwant en Sjoukje Haveman.