De St. Michaëlskerk in Zwolle

Een digitale ontdekkingsreis door, op en onder een gotische kerk uit Zwolle's Gouden eeuw! 

Het Grote Schnitgerorgel

Toen in 1682 de toren instortte gingen niet alleen twee kruisgewelven verloren, maar werd ook het oude, uit 1500 daterende, orgel zwaar beschadigd. 
De orgelbouwer Arp Schnitger kreeg dan ook in omstreeks het jaar 1718 de opdracht een nieuw orgel voor de kerk te ontwerpen.
Schnitger stelde voor een drieklaviers orgel te bouwen met 46 registers, sprekende op 2958 pijpen. Toen hij maar net met het ontwerp gereed was, stierf Arp Schnitger. Zijn beide zoons, Frans Casper en Johan Georg namen zijn werk over en ontdekten dat het nog groter kon. Het bovenste gedeelte, achter het Davidsbeeld, vulden zij aan met een rugpositief. Daardoor kreeg het orgel, als eerste in Nederland, vier klavieren, 64 registers en 4000 pijpen.
Het front werd gemaakt door Jurriën Westerman, beeldhouwer te Amsterdam, de beeld- houwwerken zijn vervaardigd door Herman van der Borgh en het lof- en snijwerk werd vervaardigd door Herman Weideman. Het orgel werd gebouwd in de leegstaande O.L. Vrouwekerk en in 1721 kon het worden afgeleverd en geïnstalleerd.

Zie ook: www.schnitgerorgelzwolle.nl/orgel.php

 

De handtekening van meester
orgelbouwer Arp Schnitger!


 

De speeltafel

Op 30 april 1720 werd besloten het instrument uit te breiden met een vierde manuaal, het borstwerk. Frans Caspar Schnitger vestigde zich tijdens de bouw van het orgel in Zwolle en is na zijn dood in 1729 in de Grote Kerk begraven.
Het orgel is een van de beroemdste barok-orgels van Nederland. 


In de kleine ruimte tussen borstwerk en rugpositief zit hier de vaste organist van de Grote of St. Michaëlskerk, Toon Hagen

 

Onder het orgel, de opgang naar de Consistoriekamer

Het orgel is geschonken door burgemeester, Bemardus Hueten en zijn broer Theodorus welke hiervoor 12.000 guldens schonken, welk bedrag later werd aangevuld met 2.000 guldens. De burgemeester heeft niet meer van de fraaie klanken van dit instrument kunnen genieten. Hij stierf juist voor het in 172 I in gebruik werd genomen.
Boven de trap naar de consistorie is een grote engel gebeeldhouwd en onder elke vleugel zes kleine engeltjes die ieder een muziekinstrument vasthouden en het wapenschild met de naam van de schenker., waarop dit Latijnse opschrift is te lezen: Theodorus Hueten et Bemardus Hueten ad organi hujus structuram quatuor 14.
(Theodorus en Bernardus Hueten hebben voor de bouw van dit orgel 14.000 goudguldens geschonken opdat de grote God in de hoge Hemel geprezen worde en God het begin en het einde van de kunst zij).

In de jaren 1883 -1885 is het orgel grondig gerestaureerd en aangepast aan de toenmalige opvattingen. Bij de restauratie door de firma Flentrop uit Zaandam tussen 1952 en 1956 is het instrument teruggebracht in de oorspronkelijke barokke stijl.

Op de rechter foto zien we met een beetje weemoed op een warme zaterdagmiddag in de zomer van 1997, nog vol vertrouwen in de toekomst,
organist Lucas Lindeboom ( 1997) bij "zijn" orgel.


 

De Balgenkamer

Hoog boven op de zolders achter het orgel bevindt zich de balgenkamer.
Voor de luchtvoorziening van zo'n groot orgel moesten orgeltrappers tijdens het orgelspel zonder ophouden over de 12 uit de balgenkast stekende houten hefbomen lopen.
Zij pompten daarmede de lucht in de schapenhuiden blaasbalgen.
De organist kon met een belletje aan een lang touw de nodige signalen geven. 
In de koude winters stookte men op de stapel stenen in de hoek een turfvuurtje om de stramheid uit de benen te houden.

Op de foto; webmaster Bert Dijkink geeft een luchttrapdemonstratie.

Gelukkig nemen thans twee electrisch aangedreven luchtpompen deze zware taak over.


De dispositie van het orgel

Hoofdwerk  

Rugwerk  

Onderwerk  

Borstwerk  

Pedaal  

Praestant 16 vt 

Praestant 8 vt 

Viola 8 vt 

Fluitgedekt 8 vt 

Praestant 16 vt 

Quintadena 16 vt 

Roerfluit 8 vt 

Praestant 8 vt 

Praestant 4 vt 

Subbas 16 vt 

Octaav 8 vt 

Quintadena 8 vt 

Holpijp 8 vt 

Roerfluit 4 vt 

Octaav 8 vt 

Roerfluit 8 vt 

Octaav 4 vt 

Quinta 6 vt 

Spitsfluit 3 vt 

Holpijp 8 vt 

Octaav 4 vt 

Fluit 4 vt 

Octaav 4 vt 

Gemshoorn 2 vt 

Superoctaav 4 vt 

Speelfluit 4 vt 

Quintfluit 3 vt 

Holfluit 4 vt 

Superoctaav 2 vt 

Vlakfluit 2 vt 

Nasaat 3 vt 

Superoctaav 2 vt

Quinta 3 vt 

Quintanus 1 1/2 vt 

Mixtuur VIII 

Superoctaav 2 vt 

Sexquialtera II 

Woudfluit 2 vt 

Nachthoorn 1 vt 

Fagot 32 vt 

Ruyschpijp II 

Scherp IV 

Superoctaav 2 vt 

Sexquialter II 

Bazuin 16 vt 

Mixtuur VI 

Cimbel III 

Tertiaan II 

Mixtuur IV 

Trompet 8 vt 

Cimbel III 

Fagot 16 vt 

Siflet 1 vt 

Dulciaan 8 vt 

Trompet 4 vt 

Trompet 16 vt 

Schalmey 8 vt 

Scherp V 

Regaal 8 vt 

Cornet 2 vt 

Trompet 8 vt 

 

Viola di Gamba 8 vt 

 

 

Vox Humana 8 vt 

 

Trompet 4 vt 

 

 

 

 

 

 

Speelhulpen

 

Manuaal-ordening

 

Omvang

Pedaal + Hoofdwerk

 

Rugwerk: 1

 

Manualen: C-c'''

Hoofdwerk + Rugwerk

 

Hoofdwerk: 2

 

Pedaal: C-d'

Hoofdwerk + Onderwerk

 

Onderwerk: 3

 

 

Hoofdwerk + Borstwerk

 

Borstwerk: 4

 

 

Onderwerk + Borstwerk

 

 

 

Tremulant Borstwerk

 

 

 

 

Tremulant Rugwerk

 

 

 

 

Generaaltremulant

 

 

 

 

(Deze gegevens zijn met dank aan de opstellers overgenomen van internetpagina http://www.hgunnink.nl/fgrkerk.htm )


De preekstoel

De preekstoel is gebouwd door Adam Straes uit Weilburg. Hij kreeg voor deze opdracht een honorarium van f 2.500,-.
Hij werkte er vijf jaren aan, tussen 1617 en 1622, zoals is te zien in de traptreden, waarin van onderen
naar boven de jaartallen 1617 tot en met 1622 zijn gesneden. Op de bovenste, de achtste trede schreef hij: 'so Ia ich ha gew.' (zo lang heb ik gewerkt). In die vijf jaar heeft Straes -die terecht de 'Meister' titel droeg -met ongelooflijk vakmanschap en grote nauwkeurigheid een prachtige preekstoel gemaakt.

 

 

De kansel is rijk versierd met houtsnijwerk. Het motief is ontleend aan de woorden uit Johannes 15: 'Ik ben de ware wijnstok'.
Links onder de stoel is dit te lezen in een inscriptie in het Latijn, die vertaald luidt: "Christus is de wijnstok, de gelovigen zijn de ranken: Het Woord des Heren blijft in eeuwigheid'.
Overal op de kansel zijn de wijnstok en de ranken te vinden. 


 

Het koorhek

Op de scheiding van koor en middenschip van de kerk staat een rijk gesneden eikenhouten koorhek, een geschenk van de gilden, gemaakt door Swier Kistemaker en in 1597 voltooid.
Raad en gemeente besloten in 1594 tot het maken van dit hek, dat zeven  vakken omvat en is voorzien van geelkoperen ballusters, gemaakt door de geelgieter Gert Sweelinck. 
Op de zijvakken staan de tien geboden en op het middenvak het Onze Vader.
Het koorhek kwam in de plaats van het vroegere door Arent van Calcar gemaakte hoofdaltaar.

 

Michaëlsklokje

Als de tijd was aangebroken om' Amen' te zeggen begon de klok, die sedert 1683 boven de linkerzijde van het koorhek stond, te slaan. Dat gebeurde door een beeldje, dat Sint Michaël voorstelt, die de draak bestrijdt. Hij draagt een zwaard in de rechterhand en zijn wapenschild in azuur met een zilveren kruis. in de linkerhand. St. Michaël geeft het hele uur aan door de rechterarm op te heffen en met het gevest van zijn zwaard tegen de bel te slaan.
De klok behoort tot de oudste monumenten van de Grote Kerk. Vele jaren heeft het St. Michaëlsklokje werkeloos in een kast gelegen. Het hoefde geen dienst meer te doen, omdat de boete op te lang preken was afgeschaft. Het is later weer tevoorschijn gehaald en van een nieuw uurwerk voorzien. De wijzerplaat is uitgevoerd in blauw met goud. Tegenwoordig is de klok te vinden in een nis in de muur links naast het koorhek. Onder het klokje bevindt zich een fraai gebeeldhouwd deurtje, dat vroeger toegang gaf tot de sacristie, van waaruit de priester toegang had tot het koor.


 

Het sacramentshuisje

De beeldenstorm, die in 1580 ook in Zwolle woedde, heeft veel vernield in de kerk. In het nietsontziende geweld, verdween het sacramentshuisje dat volgens deskundigen erg mooi moet zijn geweest en een waarde vertegenwoordigde van enige duizenden kronen. Het huisje had destijds een plaats aan de zuidelijke tweede pilaar in het middenkoor. Het was van kalksteen en had buiten- gewone afmetingen: ongeveer zeven meter hoog en ander- halve meter breed.  De maker van het sacramentshuisje was Willem Backerweert.
In de jaarrekening van 1468 is te lezen: Item ghegeven meister Willem Backerweert, den beeldhouwer, die dat sacramentshuyss maket, toe vollesten sijnre huyshouven 6 heeren u, fecit 3 r.gul.3.kr.' Volgens Van Hattum werd
het in 1562 schoongemaakt. Voor die schoonmaak werden twee goudguldens uitgegeven, hetgeen volgens Hoefer een bewijs is, dat het een groot sacramentshuis moet zijn geweest. Het gebruik van zachte borstels, vleugels en blaasbalgen doet vermoeden dat er opengewerkte delen aan voorkwamen.
Willem Backerweert werkte van 1468-1469 aan het sacramentshuisje.
 

Dit bijna volledig weggehakte beeldhouwwerk op de pijler in het Michaëlskoor is het overblijfsel van een Epitaaf of gedenksteen.
Boven in deze steen zijn de contouren van kerkgewelven nog te herkennen.

Epitafen werden in de muren aangebracht als gedenkstenen voor overleden en in de kerk begraven personen, meestal waren dit aanzienlijke personen.


 

 

Piscina

In een pijler van het hoofdkoor bevindt zich een zogenaamde "piscina' een wasbekken voor het liturgisch vaatwerk.
Lange tijd is deze in de pijler weggemetseld geweest, doch thans weer in zicht gebracht.
De bij de mis gebruikte schalen en bekers konden resten bevatten van het brood en de wijn welke als lichaam en bloed van Christus niet gemorst mochten worden.
In deze piscina konden deze gewijde overblijfselen in ieder geval naar gewijde grond afvloeien.
Uit spaarzame kleurrestanten mogen wij afleiden dat deze piscina van schilderingen was voorzien.