Een korte geschiedenis.

Op 10 juli 1849 verleende de Minister van Financien aan mevrouw G.S.A. Baronesse van Pabst, Douariere van W.H.A.C. Baron van Heeckeren van Kell, een vergunning voor de bouw van een windkoren- en oliemolen in Ruurlo. Aan de vergunning was o.a. de voorwaarde verbonden dat de bouw binnen een jaar moest zijn gestart. Echter 'Om redenen niet van haren wil afhankelijk is verhinderd geworden binnen den daartoe bepaalden tijd gebruik te maken van de vergunning'. Omdat 'echter daartoe al het benodigde houtwerk gereed ligt en voor het grootste gedeelte in order is gebragt' werd er begin 1851 opnieuw een vergunning aangevraagd, nu voor de bouw van een windkoren- pel- en oliemolen. De vergunning werd door de Minister van Financien opnieuw verleend op 18 maart 1851 onder dezelfde voorwaarden als die van de eerste vergunning. De bouw werd in 1851 voltooid en de bouwkosten bedroegen f 11381.10, waarvan hier een overzicht.
De molen werd vernoemd naar Freule Johanna Mauritia Agneta van Heeckeren van Kell (1805 - 1859).



Overigens waren er rond die tijd twee molens in Ruurlo zoals op de kaart (onderaan deze pagina) van Ruurlo uit 1867 is te zien.

De functie van de molen was het pellen van graan en er werd ook olie geperst uit het in de omgeving verbouwde koolzaad.Gerst werd d.m.v. een sneldraaiende steen in een dichte kuip van de bast ontdaan; in twee tot 3 arbeidsgangen werd zo gort geproduceerd. Kool- of lijnzaad werd door 2 kantstenen tot een brei gemalen. Vervolgens werd de olie uit deze massa in een heiblok onder hoge druk er uitgeperst. Tarwe werd tussen 2 maalstenen niet echt fijn gemalen maar open gewreven om volkorenmeel te krijgen. Tot 1855 moest over deze producten accijns aan het rijk worden afgedragen de zogenaamde impost op het gemaal.

In 1917 werd de molen omgebouwd tot zaag- en korenmolen. Het zaagraam wordt aangedreven door een krukas met daartussen een zogenaamde kolderstok. De krukas wordt aangedreven door een band die naar keuze over een windgedreven of elektromotor- gedreven poelie kan lopen. De windenergie wordt via het gevlucht, kamwielen, spillen en rondsels naar de begane grond gevoerd. De zaagslede, waar de te zagen stam op wordt vastgesjord, wordt ook door dezelfde aandrijving d.m.v. een krabbelwerk door het zaagraam geduwd terwijl het raam op en neer beweegt. De mate waarin de slede wordt voortgeduwd is instelbaar afhankelijk van windsterkte, grootte van de stam, houtsoort, aantal ingezette zaagbladen etc.

Na 1900 werd het steeds moeilijker om windmolens rendabel te houden. Enige verbetering werd gevonden in een zelfzwichtend wieksysteem. Dit systeem werd echter een storm rond Pasen 1943 teveel: de kleppen werden eruit geblazen. Hierna werden op Agneta in november 1943 Ten Have kleppen aangebracht op de binnenroede zodat wisselingen in windsterkte gedeeltelijk automatisch worden opgevangen. Tevens werden van Bussel stroomlijnneuzen aangebracht. Zonodig kan de molenaar op de buitenroede ook nog zwichten als er meer wind staat dan de kleppen aankunnen (zwichten = zeil verminderen).

Het houten zaagraam werd in 1950 vervangen door een ijzeren zaagraam. In 1975, 1982 en 1994 zijn er restauraties uitgevoerd. Tijdens de restauratie van 1982 werden de van Bussel stroomlijnneuzen vervangen door fokken.

In 2003 is er groot-onderhoud uitgevoerd aan de binnenroede. De ten Have remkleppen op deze roede zijn vernieuwd en tevens zijn de oorspronkelijke van Bussel stroomlijnneuzen weer aangebracht. De fokken die in 1982 waren gemonteerd bleken niet de gewenste verbetering te brengen.

'Agneta' was in eigendom van :

Eigenaar

Periode

de familie Van Heeckeren van Kell 1851 tot 1956
G.J. ten Have 1956 tot 1967
Th.B.J. ten Have-Tilleman 1967 tot 1977
Dhr Gunnewick 1977 tot 1999
de familie Vaags uit Aalten 1999 tot nu





(C) 2003 - 2017 Stichting vrienden van de molen 'Agneta'; DJW Lobeek