Molentaal, wat betekenen de wiekstanden ?

Een molen "spreekt" met zijn wieken. Bij stilstand van de wieken staan ze niet altijd in dezelfde stand. Die verschillende wiekstanden hebben een speciale betekenis. Een molenaar kan daarmee verschillende seinen geven en omstandigheden aanduiden. Hij kan met de stand van de wieken ook uiting geven aan bepaalde gemoedstoestanden.

Om verschillende standen aan te geven, moeten we een ding goed vaststellen. Wanneer we een molen aan de wiekenzijde, als het ware in het gezicht zien, merken we dat de wieken altijd draaien tegen de richting van de wijzers van de klok in. Kijken we naar de bovenwiek, dan zien we die altijd van rechts naar links bewegen. Wanneer de bovenwiek iets door de hoogste stand heen is vastgezet, staat die in de zgn. gaande stand. De stand die aangeeft dat men door het hoogste punt heen is, bergafwaarts gaat, betekent rouw. Ook de onderste wiek staat dus gaand. We kunnen deze stand dus zien als er in de familie of kennissenkring van de molenaar iemand is gestorven. Ook kan men om andere redenen "in de rouw" zijn.

molentaal

In vroegere jaren had de molen, door toedoen van de molenaar, nog een andere taal. Een taal van eerbied en genegenheid voor de overledene en familie. Dat was als een vooraanstaand persoon uit het dorp werd begraven. Als de begrafenisstoet bij de Kroezeboom aankwam, werd de molen in die richting gezet en in de rouw. Vanaf dat punt werd de stoet gevolgd, door de kap en de wieken mee te draaien met de richting van de stoet. Over de Borculoseweg langs de Agneta, om dan te blijven staan in de richting van het kerkhof. Een eerbetoon aan de overledene. De molenaar noemt dit nakruien.

De rouwstand van de wieken kent als tegenhanger de vreugdestand.
De molenaar geeft vreugde aan door de bovenwiek te stoppen even voordat die de hoogste stand bereikt. Hij zet de wiek in de zgn. komende stand. De opgang die de bovenste wiek nog kan maken, past bij vreugde. De vreugdestand laat zien dat er feest is, en geboorte, een huwelijk, een verjaardag.

Vreugde en rouw zijn wel de meest in het oog springende belevenissen die men in de stand van de wieken kan aflezen. Af en toe worden ze in deze tijd nog gebruikt.

Twee wiekstanden zien we nu nog vaker. Dat zijn de korte rust en de lange rust.
De molen werd in de korte rust gezet, de rechtstand (wieken in het teken van een +), als de molenaar een boodschap moest doen. Voor de Agneta geldt deze stand tegenwoordig als de normale stand. Ook als de molen twee weken niet wordt gebruikt. Dit heeft o.a. te maken met het gebruik van de bliksemafleider, die aan de onderwiek wordt vast gemaakt.

molentaal

De lange rust (wieken in een X-teken) zult u het meest zien bij poldermolens in het westen van ons land. En dan vooral in de zomer.



(C) 2003 - 2017 Stichting vrienden van de molen 'Agneta'; DJW Lobeek