© copyright 1997-2004 Kees Leseman @ home

Zoeken? Searching? Site Index Intro

gewijzigd: 12 dec. 2004

Het Regiment Waldeck

Mijn stamvader Johannes Leseman komt in de 18e eeuw uit 'het Waldecks'. Misschien bent u op hetzelfde gebied gestuit, want mijn voorvader is niet de enige geweest, die in die tijd met het Waldeck Regiment naar Nederland is gekomen. De soldaten hier in de 18e eeuw, zeker die van de buitenlandse subsidietroepen, mag u niet huurlingen noemen. Voor sommigen is het een plicht en bovendien .. velen van hen zijn in de Nederlanden gebleven: 'getrouwd met hun lief'. En een van hen is mijn voorvader.

Als u ook zelf 'genealogisch zoekt' in de vorstendommen Waldeck en Pyrmont - het land van mijn stamvader - zijn enkele 'Hinweise' voor u nuttig. Maar ... waarom zijn juist dit gebied en regiment voor u van belang?

Kees Leseman.


Subsidietroepen in Nederland

In de periode 1588-1795 dienen in de Republiek der Verenigde Nederlanden vele buitenlanders. Het leger bestaat volledig uit 'complete' huurlegers en individuele vrijwilligers, zowel uit eigen land en het buitenland. Het Regiment Waldeck is een van de zogenaamde subsidietroepen, die in de 18e eeuw dienst doen in 'het Staatsche leger'. Een vergelijking met de legers in de huidige tijd is moeilijk, want de situatie - zowel in ons land als in de rest van Europa - is geheel anders. Er zijn niet alleen staatsrechtelijk vele verschillen, ook de politieke verwikkelingen zijn onvergelijkbaar.

 

De oprichting 

Het 'Bataillon Waldeck' wordt in het vorstendom Waldeck opgericht in 1681. Op 27/28 juni 1931, dit is 250 jaar later, wordt een eenvoudig monument onthuld bij het raadhuis aan de Grossen Allee in Arolsen: op een ruwe steen is een plaquette met de tekst 'Dem Bataillon Waldeck 1681-1931' (Noll: 20).

Arolsen is de enige garnizoensplaats in Waldeck. Alleen in Bad Wildungen is er van eind 15e eeuw tot 1848 een zogenaamd Schützengilde, de Sebastiansbruderschaft (Keyser: 53, 461).

Karel August Frederik, Prins van Waldeck en Pyrmont (1704-1763)

 

In de Europese oorlogsdreiging na de dood van de Oostenrijkse keizer Karel VI (1740) wordt de militaire sterkte van de Nederlanden vergroot. Met de Vorst van Waldeck, Karel August Frederik van Waldeck, worden in 1742 overeenkomsten gesloten voor de 'levering' van Waldeckse troepen. Aanvankelijk zijn er twee bataljons en wordt de aanduiding regiment nog niet gebruikt. Het eerste bataljon gaat naar Nijmegen; het tweede naar Zwolle. Twee jaar later wordt een derde bataljon Waldeck opgericht (Ringoir 1980: 45, Ringoir 1981: 125-128).

De vorst voert later zelf het commando over 'zijn' troepen en is 'Generaal en Chef, commandeerende de auxiliaires Trouppes van den Staat' (Resolutie Raad van State 22 april 1745, cit. Kerkhoff: 120, Vorsterman van Oijen: 81).

Met Waldeck hebben de Nederlanden langer ervaring, want al in de 17e eeuw leidt George Frederik van Waldeck de Nederlandse, Spaanse en Engelse legers in de Slag bij Fleurus tegen de Fransen. Deze slag wordt verloren, maar is overigens wel aanleiding tot een reorganisatie van de geneeskundige verzorging (Kerkhoff: 84, 90-91).

In 1747 verdedigt het 3e bataljon Waldeck de stad Bergen op Zoom bij de Franse aanval op Nederlandse gebied, maar de vesting wordt na twee maanden belegering ingenomen. Een jaar later, na de Vrede van Aken, gaan de soldaten van het 3e bataljon op half traktement terug naar Waldeck. Het 1e en 2e bataljon worden samengevoegd tot het 1e Regiment Waldeck (1752). Het 3e bataljon wordt later omgevormd tot het 2e Regiment Waldeck, dat eveneens uit twee bataljons gaat bestaan (1767).

Het 3e Regiment Waldeck is 'niet-Nederlands'. Het wordt in 1776 in het vorstendom Waldeck speciaal opgericht om in de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog voor Engeland te vechten. Met Hollandse schepen worden de soldaten uit Bremerhaven eerst naar Engeland en vervolgens naar New York gebracht (Burgoyne: xiii-xiv). Merkwaardig is de rol van Holland overigens wel, want 'wij' steunen de Amerikanen. Ongeveer 1/3 deel van de 'Engelse' strijdkrachten is 'Duits'. Engeland zelf heeft te weinig soldaten om al haar belangen in de wereld te verdedigen.

Het 5e Bataljon Waldeck wordt in december 1784 opgericht en is aanvankelijk in Coevorden gelegerd. Het gaat enkele jaren op half traktement in Waldeck (Ringoir 1981: 128). Na de terugkeer van het 3e Regiment in Europa dienen sommigen nog in het 5e Bataljon (Burgoyne: xxviii). Als in november 1794 de Fransen de Nederlanden binnenvallen, heeft generaal Von Haacke het bevel over alle troepen in de vesting Nijmegen. Zijn 5e Bataljon is in Grave gelegerd (Mac Leod: 16, 23). De bataljons van het 1e Regiment liggen dan in Breda. Het 1e bataljon van het 2e Regiment is in Arnhem, het 2e in Zutphen (Ringoir 1980: x). Om de Nederlandse kolonie te verdedigen tegen de Engelsen gaat het 5e Bataljon Waldeck in 1802 naar Kaap de Goede Hoop (Ringoir 1981: 128). De soldaten wordt gebracht met twee schepen: de Kortenaar en de Pluto. Een enkeling maakt de oversteek met De Verwagting en De Vreede (Scholta 1944: geheel boek). Het bataljon verblijft enkele jaren in Zuid-Afrika. Na de terugkeer uit krijgsgevangenschap wordt het in 1806 ontbonden (Ringoir 1981: 128).

Het leger is gevestigd in Arolsen. Na de opheffing van het regiment worden in die plaats van 1867 tot 1919 het 3e Bataljon van het Infanterie-Regiment 83 en in 1934-1935 een bataljon 'SS-Verfügungstruppe' gehuisvest (Keyser: 53). Het Infanterie-Regiment 83, dat in 1813 is opgericht, is ook bekend onder de naam Von Wittich en 3.Kurhessen (Noll 1985: 46). In Bad Pyrmont is een monument voor het Infanterie-Regiment 83.

Kramers vermeld midden 19e eeuw over Korbach: 'In de Neustädter kerk is een prachtig monument door de voormalige republiek der Vereenigde Nederlanden hier voor haren veldmaarschalk Georg Friedrich von Waldeck opgericht' (Kramers: 475).

 

De betaling van het regiment

De militairen krijgen naast hun soldij ook nog 'verblijfkosten', die door de staten worden gedragen. Dit 'serviesgeld' wordt uitbetaald en soms aangevuld door de plaatsen waar zij gelegerd zijn. Elke compagnie ontvangt een bedrag, dat afhankelijk is van de sterkte (het aantal mensen), de rang die zij hebben en de duur van het verblijf in die stad. Bij elke rang hoort een vast bedrag. De soldaten of 'gemeenen' krijgen in 1783 voor een verblijf van 200 dagen een bedrag van 3 gulden 2 stuivers (107 stuivers) (OAN 3019).

 

De opbouw van het regiment

Hoe een regiment is samengesteld kan worden afgeleid uit een rangeerlijst. Daarin wordt van elke militair de naam, rang, lengte en leeftijd vermeld. Er zijn ook sterktestaten, die een indruk geven van de paraatheid (en ziekte), maar daar staan geen namen van soldaten in.

De servieslijst geeft eveneens inzicht in de opbouw van elke compagnie. Die lijst is een financieel overzicht van de betalingen. In een regiment van Waldeck staat 1 predikant op de lijst. De twee bataljons van het regiment hebben elk een eigen chirurgijn. In de servieslijst staan geen namen van soldaten, alleen van de commandanten. (OAN 3019).

De soldaten blijven steeds voor een bepaalde periode in het regiment. Dat staat in het stamboek van het regiment, waarin ook vermeld wordt waar zij vandaan komen. Door de namen uit de rangeerlijst op te zoeken in het stamboek kan de herkomst van de militairen op enig moment in het regiment worden vastgesteld.

 

Het uniform van een soldaat van Waldeck

De uniformen van alle soldaten zijn vrijwel gelijk. De regimenten zijn herkenbaar door de kleur van kraag, borst- en mouwomslagen. De kleur van de Waldeckers is geel (Ringoir 1968: 39 en 47, Scholta 1942: inleiding). Dit betreft zowel de kraag, kleppen, opslagen als de voering en de biezen. Een aquarel van J.A. Langendijk in de Atlas van Stolk te Rotterdam toont 'Officieren van het Regiment Waldeck, 5e bataljon in 1797' (De Wilde, ill. tegenover pag. 38). Ook de infanterie-regimenten nr 7, 10, 13, 19, 21 en 23 hebben geel in hun uniform (Ringoir 1968: 39 en 47).

Het vorstendom Waldeck was verplicht de Rijnbond drie compagnieën infanterie te leveren, waarvan er een als zesde compagnie in het 'vorstenbataljon' werd opgenomen. De uniformering was de in die tijd gebruikelijke. De zwarte kokarde werd later gewijzigd in een zwart rood en geel gekleurde nationale kokarde. Het geelkoperen schild op de sjako droeg de initialen van het vorstendom. Na de Napoleontische oorlogen schaften de Waldeckse troepen zich groene uniformen aan, evenals verscheidene andere kleine Duitse staten (Kannik: 217, zie ook afb. 224 op pag. 68 van het uniform in 1812).

 

Het einde van het regiment in Nederland

In het begin van 'de Franse tijd' moet het leger worden gereorganiseerd naar Frans model. Door de gevechtshandelingen rond de jaarwisseling 1794 is ook de sterkte van het leger afgenomen. Na een besluit van de Staten Generaal (8 juli 1795) wordt een groot aantal regimenten opnieuw ingedeeld, waardoor vele bekende regimentsnamen verdwijnen. Hun soldaten worden ingelijfd in andere legeronderdelen. De 2 regimenten en het 5e bataljon van Waldeck blijven bestaan in de Bataafse Republiek (De Wilde: 36-38).

Napoleon Bonaparte maakt in 1806 van de republiek het Koninkrijk Holland met zijn broer Lodewijk Napoleon aan het hoofd. De Waldeck bataljons worden opgeheven ofwel 'ze gaan op' in het 1e en 2e Regiment Infanterie (Ringoir 1980: 45). Met de opkomst van het patriottisme verdwijnen het Regiment Waldeck en andere 'vreemde' troepen. Zij komen alleen nog voor in genealogieën en beschrijvingen van de Nederlandse krijgsgeschiedenis.

 

 

Bronnen:

Burgoyne, B.E.

1991 Waldeck Soldiers of the American Revolutionary War, Heritage Books, ISBN 1-556-13480-0 (KB)

Kannik, P.

1969 Uniformen in kleur, Amsterdam: Moussault (oorspronkelijk in het Deens: Alverdens Uniformer I Farver, Danmark: Politikens Forlag, ook in het Engels verschenen, 1968, 1969, 1971, 1974, Military Uniforms of the World, London: Blandford Press)

Kerkhoff, A.H.M.

1976 Over de geneeskundige verzorging van het Staatse leger, dissertatie Katholieke Universiteit Nijmegen, Nijmegen: Alfa, Tissen (UvA, KB, RUU, ARA, Med. Bibl. EUR, Gem. Arch. Amsterdam)

Keyser, E.

1957 Hessisches Städtebuch, Handbuch städtischer Geschichte, Stuttgart: W. Kohlhammer (RUU)

Kramers, J.

1855 Geographisch woordenboek der geheele aarde, Gouda: Van Goor

Mac Leod, N.

1894 Nijmegen's belegering en inneming door de Franschen en het einde der Schotsche regimenten naar het dagboek van Norman Mac Leod Luitenant-Kolonel bij het Regiment Bentinck. Honderd jaren geleden, Nijmegen: H. ten Hoet (EUR: 693 G 38)

Noll, A.

1979 Arolsen in alten Ansichten Band 2, 1e druk, Zaltbommel: Europäische Bibliothek

Ringoir, H.

1968 De Nederlandse Infanterie, serie De geschiedenis van de Nederlandse Armee, Bussum: Van Dishoeck

Ringoir, H.

1980 Vredesgarnizoenen van 1715 tot 1795 en 1815 tot 1940, nr. 8 uit de serie Bijdragen van de Sectie Militaire Geschiedenis, Den Haag: Kon. Landmacht Sectie Militaire Geschiedenis (EUR: 139 A 63)  

Ringoir, H.

1981 Hoofdofficieren der Infanterie 1568 tot 1813, Den Haag: Kon. Landmacht Sectie Militaire Geschiedenis (EUR: 140 P 67)  

Scholta, K. 

1942 Das Regiment "Waldeck" in den Niederlanden, serie Volk und Raum nr. 3, Soest: De Mijlpaal, (RUU AB-THO: ALV 129-93E, KUB, Bibliotheek Arnhem)

Scholta, K. 

1944 Das 5. Bataillon des 1. Regiments Waldeck in den Niederlanden, serie Volk und Raum nr. 11, Soest: De Mijlpaal, gebaseerd op "Stamrolle des 5. Bataillons des 1. Regiments van Waldeck".

Schulten, C.M., F.J.H.Th. Smits

1980 Grenadiers en Jagers in Nederland 1599-1829-1979, Sectie Krijgsgeschiedenis van de Landmachtstaf, 's-Gravenhage: Staatsuitgeverij (EUR: 135 V 63, ARA: 200 C 18)

Vorsterman van Oyen, A.A.

1889 Het vorstenhuis van Waldeck en Pyrmont, 's-Gravenhage: Genealogisch en heraldisch archief (RLeKa R 1 E 174, ook RUU, KUN, KUB, Bibliotheek Arnhem)

Wilde, F.G. de

1974 De Uniformen van het Leger van de Bataafse Republiek, p.35-58, in: Armamentaria, nr. 9, Leiden: Stichting Vrienden van het Legermuseum

 


home

top