
|
Stam:
Klasse: Orde: Familie: Geslacht: Soort: Arthropoda (geleedpotigen)
Insecta (insekten) Diptera (tweevleugeligen) Muscidae (vliegen) Musca (vlieg) Musca domestica (huisvlieg) ![]() ![]() Waar mensen wonen komen huisvliegen voor, van pool tot evenaar.
De huisvlieg is vaak een verspreider van ziektes als cholera, dysenterie en miltvuur. Deze ziekte verwekkende organismen draagt hij mee op zijn harige poten en besmet zo het voedsel waar hij van eet. Met de merkwaardig gebouwde slurf kunnen vliegen alleen vloeibaar voedsel opnemen. Vast voedsel wordt eerst met speeksel vloeibaar gemaakt en dan opgezogen. Ook dit is een bron van besmetting. De smaakzintuigen zijn zowel op zijn poten als op zijn monddelen gesitueerd. Het vrouwtje legt gemiddeld 150 kleine witte eitjes; tezamen een kluitje van 1 mm lang. De eitjes worden bij voorkeur gelegd in paardenmest, maar eigenlijk zijn alle vochtige of rottende substanties hiervoor geschikt. Het vrouwtje leeft ongeveer 10 weken en legt gedurende deze periode circa 1000 eitjes. In 12 uur tijd ontwikkelen de eitjes zich tot larven, de maden, die tot 13 mm groot worden. De maden ontwikkelen zich in 5 tot 6 dagen tot vliegen. Bij warm weer zijn de vliegen in 4 tot 5 dagen volwassen; bij koud weer kan dit wel 4 weken duren. Gemiddeld zijn er 12 generaties vliegen in een jaar. ![]() De 2 ogen van de huisvlieg zijn ieder opgebouwd uit 2000 facetten.
Zonder de kop te draaien kan een vlieg in alle richtingen kijken. Vliegen hebben veel vijanden; vogels zijn dol op de maden, reptielen en amfibiëen eten de volgroeide vliegen. Ook parasieten, mijten en de schimmel Empusa muscae zijn schadelijk voor de vlieg. Aan het eind van de zomer worden bijna alle vliegen door deze schimmel aangetast. Dat is dan te zien aan het witte poeder dat rondom de dode vlieg ligt. |
|
|