
|
Stam:
Klasse: Orde: Familie: Geslacht: Arthropoda (geleedpotigen)
Insecta (insekten) Pterygota (gevleugelden) Coleoptera (kevers) Coccinellidae ![]() ![]() ![]() Er leven in ons land ongeveer 60 soorten lieveheersbeestjes. Zij voeden zich voornamelijk met bladluizen.
Een klein aantal soorten eet schildluizen, spint of meeldauw; enkele soorten voeden zich met bladgroen. Veelal denkt men dat de stippen op het dekschild van de lieveheersbeestjes de leeftijd aangeven. Dit is echter niet waar. Het aantal stippen, dat kan variëren van 2 tot 22, geeft aan tot welke soort zij behoren. De meest voorkomende lieveheersbeestjes zijn rood met zwarte stippen; zwart met rode stippen of geel met zwarte stippen komen minder voor. Ook zijn er lieveheersbeestjes die helemaal geen stippen hebben. Het lichaam bestaat uit een kop en een borststuk. De kop is uitgerust met 2 facetogen en een mond. De mond heeft een onder- en bovenkaak en bevat tastorganen die het voedsel vasthouden. Het borststuk bestaat uit 3 segmenten: het voorborststuk, middenborststuk en achterborststuk. Aan het middenborststuk zitten de dekschilden die veelal fel gekleurd zijn ter afschrikking; de vleugels zitten aan het achterborststuk. Ieder segment bevat ook één paar poten, dus 6 poten totaal. Een poot is weer opgebouwd uit: de heup, dijring, dij, scheen en de voet met klauwtjes. De spijsverterings- en voortplantingsorganen bevinden zich in het achterlijf. Lieveheersbeestjes overwinteren op liefst vorstvrije, beschutte plaatsen en zitten hier vaak met een grote kluit op elkaar. Zij komen, als de zon warm genoeg is, in het voorjaar weer tevoorschijn. ![]() Lieveheersbeestjes leggen hun eieren veelal onder een plantenblad; liefst vlak bij een luizenkolonie, de voedselvoorraad voor de larven.
Uit deze eitjes komen larven die na enige tijd verpoppen; uit de pop komt tenslotte een volwassen lieveheersbeestje tevoorschijn. Ter verdediging heeft een lieveheersbeestje verschillende afweermethodes. Bij aanraking trekken ze onmiddelijk hun poten en antennes in en blijven roerloos liggen; hun pootgewrichten scheiden een naar ruikende, gelige vloeistof af (het zgn.'reflex-bloeden'). Omdat een lieveheersbeestje per dag zo'n 100 bladluizen eet is hij een zeer nuttig diertje dat dankbaar wordt ingezet bij gewasbescherming. |
|
|