DE STRIJD VAN MIJN VADER.
de%20strijd%20van%20mijn%20vader012010.jpg
Naar boven...
Contact
de%20strijd%20van%20mijn%20vader012009.jpg

NEDERLANDS OOST-INDIň EN DE BEZETTING VAN PORTUGEES TIMOR.

 

      Over de periode die mijn vader heeft doorgebracht op het marine vliegkamp te Morokrembangan is niet veel bekend. Zijn verblijf in dit kamp duurde acht maanden, wat hij daar precies deed weet ik niet. Nu werd er, in de tijd dat hij daar geplaatst was, nog geen oorlog gevoerd in Nederlands Oost-IndiŽ, vandaar dat dit vliegkamp niet in de ge­schiedenisboeken voorkomt gedurende de periode dat mijn vader daar dienst deed. Vermeldenswaard werd het pas begin 1942 toen het vlieg­veld door Japanse vliegtuigen werd aangevallen, doch mijn vader was maanden daarvoor al overgeplaatst.

      Op 1 juli 1941 werd hij geplaatst aan boord van Hr. Ms. Soeraba­ja. Dit schip kreeg grote bekendheid onder de naam Hr. Ms. De Zeven ProvinciŽn, vanwege de muiterij die plaatsvond van 4 tot 14 februari 1933. Hierbij werd door de Marine Luchtvaart Dienst (MLD)  een bom op het voorschip gegooid om de muitende manschappen tot overgave te dwingen. Er vielen 23 doden. Na in Soerabaja te zijn hersteld en omge­bouwd tot opleidingsschip werd het in 1937 opnieuw in dienst gesteld onder de naam Hr. Ms. Soerabaja.

 

      Voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd het oude pant­serdekschip opgelegd. Echter, op 26 maart 1940, toen de Nederlandse vloot zich steeds meer bezig hield met de dreigende oorlog in Europa is, op verzoek van de Minister van Defensie, het aantal opleidingen in IndiŽ uitgebreid en Hr. Ms. Soerabaja als opleidings­schip weer in dienst gesteld. Later, toen de Japanse oorlogsdrei­ging in Nederlands Oost-IndiŽ sterker werd, werd het schip ook ingezet bij de verschillende acties en patrouille­diensten.

      Mijn vader volgde op dit oude pantserschip schip de opleiding tot kwartiermees­ter.

      Naar aanleiding van een geschiedenisles op de lagere school, die handelde over de Slag in Javazee, heb ik mijn vader eens gevraagd of hij daar ook bij was en zo ja, hoe het kwam dat hij dan nog leefde. Volgens de leraar waren alle schepen met man en muis vergaan. Het antwoord dat hij gaf luidde: "Ach, ik was in de buurt, maar heb niet echt meegedaan". Toen ik hem vertelde van de heldhaftige uitspraak van Karel Doorman: "Ik val aan, volg mij", verklaarde hij nogal ge­Žrgerd, dat de geschiedenisboekjes niet klopten en Karel Doorman een onnozele hals was, omdat hij van te voren had kunnen weten de grond in geboord te zullen worden door een vijandelijke vloot die veel sterker was dan de zijne. Hij had voor niets zijn eigen leven en dat van anderen verkwanseld en op het spel gezet en het resultaat was dat Nederlands Oost-IndiŽ toch bezet werd door de Japanners. Tot mijn teleurstelling wilde hij er verder niet over praten.

      Bij de Slag in de Javazee was hij inderdaad niet betrokken, zoals later zal blijken. Maar hoe kwam hij dan aan de gesp "Javazee 1941-1942" op Oorlogsherinnerings-kruis met de Gespen? Zodra men de haven van Soerabaja verlaat, bevindt men zich in de Javazee. Tijdens zijn opleiding tot kwartiermeester aan boord van de Soerabaja zal hij verschillende patrouille-tochten hebben gemaakt. Vanwege de regelmati­ge signalering van Japanse onderzeeboten en andere schepen, waarvan de herkomst niet te achterha­len was, zal dit niet zonder enig gevaar en spanning ge­weest zijn. Ook de deelname van het schip aan de bezetting van Portugees Timor zal aan de verstrekking van eerdergenoemde gesp hebben bijgedragen.

      Eind oktober 1941 werd een bespreking gehouden door de Gouverneur-generaal en de commandanten van leger en vloot. Men maakte zich zorgen over de situatie op Timor. Het vermoeden bestond dat Japan Portugees Timor wilde bezetten en zich zodoende een steunpunt wilde verschaffen ver in het zuiden van de archipel. Men zou zich dan ver achter de strijdende, geallieerde partijen een strategische positie hebben verschaft. Ook AustraliŽ voelde zich vrij ongemakkelijk bij het idee dat Japan wel eens heer en meester zou kunnen worden in Portugees Timor. De Timorzee zorgde immers slechts voor een kleine afscheiding tussen AustraliŽ en Timor.
      Al in augustus 1941 werd er een bericht ontvangen dat Japan, door tussenkomst van Duitsland, aan Portugal de toegang voor zijn troepen op Timor had gevraagd. Ook waren er al Japanse vliegboten op Timor geweest en de Japanse consul had een opvallend grote hoeveelheid personeel.
Verantwoording
Staat van dienst
Hr. Ms. Sumatra
Hr. Ms. Flores
Friesch Dagblad
      Ook waren er berichten uit Tokyo ontvangen, dat Japan bezig was met de voorberei-dingen van een aanval op Neder-lands Oost-IndiŽ en een eventuele be-zetting van Timor. Vanwege deze dreiging werden Hr. Ms. De Ruyter, Hr. Ms. Witte de With en Hr. Ms. Korte-naer naar Koepang, de hoofdstad van Nederlands Timor, gestuurd en stuurde de Australische overheid, in novem-ber 1941, een klein
detache­ment troepen naar deze stad. Uiteindelijk werd echter besloten de Japanners voor te zijn en Portugees Timor, in samenwerking met AustraliŽ te bezetten.

      Op 19 november 1941 vertrok Hr. Ms. Ms. Soerabaja Naar Koepang om eerder genoemde drie schepen af te lossen. Tussen 17 en 19 november had men in Soerabaja het geschut, een deel van de voertuigen en munitie en andere voorraden voor het Nederlandse gedeelte van de bezettingsmacht aan boord genomen. Het schip, inmiddels officieel te boek lopend als kanonneerboot, bleef in Koepang gestationeerd om assistentie te kunnen verlenen bij de preventieve bezetting van Portugees Timor. 

     Op 16 december 1941, vertrok Hr. Ms. Canopus, een gemilitariseerd gouvernementsvaar-tuig, van Koepang naar Dilli, de hoofdstad van Portugees Timor. Aan boord bevonden zich een Nederlandse en Australische parlementair. Kort daarna volgden de Soerabaja en de Pijnacker Hordijk met de Nederlandse en Australi­sche troepen en hun materieel. De bezettingsexpeditie naar Portugees Timor was begonnen.

     In de ochtend van 17 december ankerden de schepen buiten de territoriale wateren, ter hoogte van Dilli. De parlementairs gingen van boord naar de gouverneur van Portugees Timor met het verzoek de geallieerde troepen binnen te laten. De gouverneur protesteer­de tegen de voorgenomen bezetting, maar liet ook door­schemeren dat er geen weerstand zou worden geboden. Als voorwaarde stelde hij dat de Australische troepen buiten Dilli zouden blijven. Hij vroeg tijd zich te beraden en kreeg een uur bedenktijd. Nadat dit uur verstre­ken was vroeg hij of de termijn met nog een half uur verlengd kon worden, maar dit werd geweigerd en uiteindelijk stoomden de sche­pen op tot 100 meter uit de kust. Om 11.30 uur werden de troepen ontscheept en na ruim een uur stonden allen aan land, twee mijl ten westen van Dilli. Vervolgens marcheerde men naar de hoofdstad, waarbij de ongeveer 800 man aanwe­zige Portugezen geen weerstand boden, zodat de Nederlands-Australische troepen ongehinderd de stad konden binnentrek­ken.

      De Soerabaja had inmiddels positie gekozen voor de stad om bij eventuele calamiteiten met het geschut te kunnen ingrijpen. Men stuitte echter niet op verzet en, al bij al, werd het een vreedzame missie.

           
Volgende pagina...
HOME
HET BEGIN (2)
HET BEGIN
ENGELAND
HALIFAX
WEST-INDIň
OOST-INDIň
CEYLON
CEYLON (2)
NAAR EUROPA
PORTHMOUTH
KRIJGSGEVANGEN?
KRIJGSGEVANGEN? (2)
KONVOOIEREN EN
OEFENEN
OPERATIE HUSKY
OPERATIE HUSKY (2)
VERTREK
VERTREK (2)
A/B Hr. Ms. FLORES
ZOALS HIJ WAS (1)
ZOALS HIJ WAS (2)
VRAGEN
HET EINDE
HALIFAX (2)
OOST-INDIň (2)
ROLKAART FLORES
AUGUSTA-CATANIA(2)
VERDEDIGEN EN
AANVALLEN
AUGUSTA-CATANIA
BIZERTE
OPERATIE AVALANCHE
(2)
OPERATIE AVALANCHE
MONDRAGONE
OPERATIE BIGOT
KERST EN JAARWISSELING
OPERATIE SHINGLE (2)
OPERATIE SHINGLE
GAETA EN FORMIA
GAETA EN FORMIA (2)
NAAR ENGELAND
NAAR ENGELAND (2)
DE LAATSTE REIS VAN DE SUMATRA (2)
DE INVASIE VAN
NORMANDIň
DE INVASIE VAN
NORMANDIň (2)
TERNEUZEN
DE LAATSTE REIS VAN DE SUMATRA
WEER THUIS
HUWELIJK
WEER NAAR OOST-INDIň
PLAATSING KLEINE VAARTUIGENDIENST
OVERSPANNEN
OVERSPANNEN (2)
TERUG NAAR NEDERLAND
TERUG NAAR
NEDERLAND (2)
TERUG IN NEDERLAND
TERUG IN NEDERLAND (2)
TERUG IN NEDERLAND (3)
HET EINDE
HET LEVEN AAN BOORD