DE STRIJD VAN MIJN VADER.
de%20strijd%20van%20mijn%20vader020010.jpg
Naar boven...
Contact
de%20strijd%20van%20mijn%20vader020009.jpg

KRIJGSGEVANGEN?

 

      Ook voor mijn moeder waren het onzekere tijden. Zij was kort voor de oorlog met mijn vader verloofd en voor haar en de rest van de familie was het niet bekend waar hij gebleven was en of hij nog leefde. Het enige bericht dat zij van hem ontvangen had, was het gecensureerde briefje, waarover in één van de eerste hoofdstukken gesproken is. Inmiddels had men ruim twee en een half jaar niets meer van hem vernomen.

      Vermoedelijk heeft mijn moeder geruime tijd geprobeerd, via het Rode Kruis, met hem in contact te komen. In eerste instantie leek het er echter op, dat dit contact niet mogelijk was. Een brief van het Rode Kruis, gedateerd 15 december 1941, gericht aan mijn moe­der, vermeldt onder andere: "(-) Zou het echter Uw bedoeling zijn in contact te komen met een militair, die in Nederlands Oost- of West-Indië verblijft, dan moet ik er tot mijn spijt Uw aandacht op vestigen, dat zulks niet mogelijk is en wel als gevolg van door de bezettings-autoriteiten ten aanzien daarvan uitgevaardigde regeling (-)".

      Vermoedelijk heeft zij de nodige correspondentieformulieren ver­stuurd, maar ten gevolge van deze door de bezetter uitgevaardigde regel, heeft zij hier nooit antwoord op gekregen. Uiteindelijk heeft zij zich tot het Rode Kruis gewend met de bedoeling enige inlichtingen over het wel en wee of de verblijfplaats mijn vader te krijgen. Zij kreeg hierop antwoord middels een brief, gedateerd 1 oktober 1942. Hierin wordt haar onder anderen gemeld:

"(-) Voorts deel ik U mede, dat mij geen berichten hebben bereikt omtrent Hr. Ms. Sumatra. Namen van event. gesneuvelden of ge­wonde opvarenden zijn mij evenmin bekend. Ik kan u slechts adviseren geregeld te trachten met W. de Vries in contact te komen door middel van de U bekende correspondentie formulieren, waarvan ik U bijgaand eenige exemplaren doe toekomen. Na volledige invulling zie ik deze formulieren weer gaarne met een tusschenpoos van ten minste 14 dagen tegemoet ter verdere doorzending (-)".

 

      Toen mijn vader op 6 november 1942 in Engeland aankwam was correspondentie mogelijk. Het eerste bericht dat ik van hem heb gevon­den is gedateerd 13 november 1942. Het correspondentieformulier werd een week na zijn aankomst verzonden. De tekst op een dergelijk correspondentieformulier mocht uit niet meer dan vijfentwintig woorden bestaan. De achterzijde van het formulier werd door de geadresseerde van antwoord voorzien en teruggestuurd. Van dit eerst gevonden bericht is een foto gemaakt (het kopieerapparaat was nog niet uitgevonden), vermoedelijk omdat mijn moeder het originele formulier, met antwoord, teruggestuurd heeft.

      Bij toezending van nieuwe correspondentieformulieren werd mijn moeder, in een bijgesloten schrijven, er regelmatig op gewezen "(-) geen enkele aanvulling of wijziging aan te brengen in de gegevens betreffende den naam en/of het adres van den aanvrager van het formulier, tenzij zulks bepaaldelijk wordt verzocht. ALLE voor de terugzending van het formu­lier aan den aanvrager benoodigde gegevens - ook wanneer zij niet op het formulier zijn ingevuld - zijn bekend bij het COMITÉ INTERNATIO­NAL DE LA CROIX ROUGE (C.I.C.R.) te Genève, zoodat aanvulling daarvan GEHEEL OVERBODIG is en in bepaalde gevallen zelfs onge­wenscht kan zijn.

Men late dus ook bij het invullen van zijn antwoord na daarbij het adres van den aanvrager te vermelden.

Indien de aanvrager der inlichtingen U als MILITAIR bekend is, gelieve U het formulier in den rechter bovenhoek met ZWART POTLOOD van een kruisje te voorzien (-)".

      Had mijn moeder dit bericht voor november 1942 ontvangen, dan zou dit de nodige consternatie in de familie hebben veroorzaakt. Het feit dat mijn vader geen bootsman was, zal men niet geweten hebben. Gelukkig was de uitwisseling van Rode Kruis berichten, na twee en een half jaar, na de aankomst van mijn vader in Engeland, weer op gang gekomen. Zelfs kort voor ontvangst van bovenstaande verontrustende melding had mijn moeder nog een berichtje van haar verloofde ontvangen. Zij heeft dan ook direct gereageerd en een brief teruggestuurd, waarvan op de volgende bladzijde, een kopie is afgebeeld. Deze brief is netjes getypt en ik denk niet dat mijn moeder dit gedaan heeft. Zoals eerder vermeld werkte zij in die tijd in de huishouding bij een familie, waarvan de heer des huizes directeur van een machine­fabriek was. Ik denk dan ook dat deze brief door een secretaresse op de administratie van deze fabriek is getypt. Mijn moeder typte namelijk nooit en heeft het ook nooit gekund

Mem
Volgende pagina...
Verantwoording
Staat van dienst
Hr. Ms. Sumatra
Hr. Ms. Flores

Nadat de correspondentie met mijn vader enigszins op gang was gekomen ontving mijn moeder, begin maart 1943, een brief van het Rode Kruis in een nogal slordige lay-out met de volgende tekst:

"Ik deel U hierbij mede, dat door het Internationale Roode Kruis te Genève van het Bureau Officiel te Tokio telegrafisch het volgende bericht is ontvangen:

 

Prisoner of War Osaka Camp: bootsman we devries.

 

Hoewel het bericht geen verdere aanduidingen bevat is het m.i. niet onmogelijk, dat het hier betreft:

 

Wietse de Vries, geb. 17-12-'13, Ureterp, matroos 1e kl.stamboeknr. 11188.

 

Teneinde daaromtrent zekerheid te verkrijgen zoudt U zich voor nadere inlichtingen per gewone brief met bovenbedoelde krijgsgevangene in verbinding kunnen stellen.

Deze correspondentie is vrij van porto. Voor adresseering kunt U volstaan met de vermelding van naam, voornamen, rang (als vermeld in het via Genève ontvangen telegram) en eventueel het stamboeknummer, alsmede de toevoeging: "Prisoner of War" Osaka Camp, Japan.

 

Op de enveloppe gelieve U voorts in den rechter bovenhoek te vermelden "Prisoner of war mail. Postage free".

 

Het Internationale Roode Kruis te Genève deelt mede, dat de betrokken Japansche autoriteiten er op hebben gewezen, dat - teneinde groote vertraging in de aflevering der brieven te voorkomen en eventueel te vermijden dat brieven in het geheel niet worden doorgezonden - het aanbeveling verdient de lengte van brieven aan krijgsgevangenen te beperken, terwijl voorts deze brieven òf getypt, òf in blokletters geschreven moeten worden.

Ik verzoek U eventueele brieven aan mijn bureau te sturen, waarna ik voor doorzending via het Internationale Roode Kruis te Genève zal zorgdragen. De toezending aan mijn bureau dient wel gefrankeerd te geschieden.

 

                                                                                             De Chef der 1e Afdeeling van

                                                                                             het Informatiebureau van het

                                                                                             Nederlandsche Roode Kruis

Friesch Dagblad
HOME
HET BEGIN (2)
HET BEGIN
ENGELAND
HALIFAX
WEST-INDIË
OOST-INDIË
CEYLON
CEYLON (2)
NAAR EUROPA
PORTHMOUTH
KRIJGSGEVANGEN?
KRIJGSGEVANGEN? (2)
KONVOOIEREN EN
OEFENEN
OPERATIE HUSKY
OPERATIE HUSKY (2)
VERTREK
VERTREK (2)
A/B Hr. Ms. FLORES
ZOALS HIJ WAS (1)
ZOALS HIJ WAS (2)
VRAGEN
HET EINDE
HALIFAX (2)
OOST-INDIË (2)
ROLKAART FLORES
AUGUSTA-CATANIA(2)
VERDEDIGEN EN
AANVALLEN
AUGUSTA-CATANIA
BIZERTE
OPERATIE AVALANCHE
(2)
OPERATIE AVALANCHE
MONDRAGONE
OPERATIE BIGOT
KERST EN JAARWISSELING
OPERATIE SHINGLE (2)
OPERATIE SHINGLE
GAETA EN FORMIA
GAETA EN FORMIA (2)
NAAR ENGELAND
NAAR ENGELAND (2)
DE LAATSTE REIS VAN DE SUMATRA (2)
DE INVASIE VAN
NORMANDIË
DE INVASIE VAN
NORMANDIË (2)
TERNEUZEN
DE LAATSTE REIS VAN DE SUMATRA
WEER THUIS
HUWELIJK
WEER NAAR OOST-INDIË
PLAATSING KLEINE VAARTUIGENDIENST
OVERSPANNEN
OVERSPANNEN (2)
TERUG NAAR NEDERLAND
TERUG NAAR
NEDERLAND (2)
TERUG IN NEDERLAND
TERUG IN NEDERLAND (2)
TERUG IN NEDERLAND (3)
HET EINDE
HET LEVEN AAN BOORD