DE STRIJD VAN MIJN VADER.
de%20strijd%20van%20mijn%20vader041010.jpg
Naar boven...
Contact
de%20strijd%20van%20mijn%20vader041008.jpg
Verantwoording
Staat van dienst
Hr. Ms. Sumatra
Hr. Ms. Flores

      Op 10 maart scheidden de Flores en de Soemba zich, samen met het versperringsschip HMS Alsey, af van de rest van het konvooi en gingen richting Plymouth, zuid Engeland. Ze mochten, volgens een ontvangen bericht, niet ’s nachts langs de Engelse kust varen. Er zouden nog steeds vijandelijke U-boten in de buurt zijn. Daarom werd er nog maar een rondje Ierse Zee gemaakt.

      In de Ierse Zee werden er telegrammen onderschept, dat een vliegtuig van Coastal Command de drie schepen had opgemerkt en men er van overtuigd was dat het ging om drie Duitse jagers. Er ontstond paniek. Seinen mocht niet. Hierdoor zou de positie aan de vijand bekend kunnen worden. Het enige dat men kon doen, was het op het dek draperen van de grootste Nederlandse vlaggen die men aan boord had. Een half uur later kwam er een groep bommenwerpers op de schepen af. Iedereen stond doodsangsten uit en de bemanning zwaaide aan dek met armen en vlaggen om de piloten van de vliegtuigen duidelijk te maken dat ze met geallieerde schepen van doen hadden. Ook werd er met een seinlamp geseind dat men vriendelijke bedoelingen had. De vliegtuigen vlogen over de schepen heen en lieten geen bom vallen. Even later waren ze verdwenen.

      ’s Middags dacht de bemanning van de Soemba onderzeebootcontact te hebben. Er werden enkele dieptebommen afgeworpen, maar het ging om een school vissen. Door de ontploffingen kwamen de vissen boven drijven en een ieder die in de gelegenheid was, viste de dode en versufte vissen op. Het voordeel van deze vergissing was dat men de eerste twee dagen kon genieten van vers gebakken vis bij de warme maaltijd.

     

Friesch Dagblad
Volgende pagina...
HOME
HET BEGIN (2)
HET BEGIN
ENGELAND
HALIFAX
WEST-INDIË
OOST-INDIË
CEYLON
CEYLON (2)
NAAR EUROPA
PORTHMOUTH
KRIJGSGEVANGEN?
KRIJGSGEVANGEN? (2)
KONVOOIEREN EN
OEFENEN
OPERATIE HUSKY
OPERATIE HUSKY (2)
VERTREK
VERTREK (2)
A/B Hr. Ms. FLORES
ZOALS HIJ WAS (1)
ZOALS HIJ WAS (2)
VRAGEN
HET EINDE
HALIFAX (2)
OOST-INDIË (2)
ROLKAART FLORES
AUGUSTA-CATANIA(2)
VERDEDIGEN EN
AANVALLEN
AUGUSTA-CATANIA
BIZERTE
OPERATIE AVALANCHE
(2)
OPERATIE AVALANCHE
MONDRAGONE
OPERATIE BIGOT
KERST EN JAARWISSELING
OPERATIE SHINGLE (2)
OPERATIE SHINGLE
GAETA EN FORMIA
GAETA EN FORMIA (2)
NAAR ENGELAND
NAAR ENGELAND (2)
DE LAATSTE REIS VAN DE SUMATRA (2)
DE INVASIE VAN
NORMANDIË
DE INVASIE VAN
NORMANDIË (2)
TERNEUZEN
DE LAATSTE REIS VAN DE SUMATRA
WEER THUIS
HUWELIJK
WEER NAAR OOST-INDIË
PLAATSING KLEINE VAARTUIGENDIENST
OVERSPANNEN
OVERSPANNEN (2)
TERUG NAAR NEDERLAND
TERUG NAAR
NEDERLAND (2)
TERUG IN NEDERLAND
TERUG IN NEDERLAND (2)
TERUG IN NEDERLAND (3)
HET EINDE
HET LEVEN AAN BOORD

TERUG NAAR ENGELAND.

 

      Op 11 februari 1944 stoomde Hr. Ms. Flores om middernacht, Valetta Harbour, de haven van Malta binnen. Het was bekend dat door de toestand van de kanonnen men de eerste tijd niet aan vechten zou toekomen en de bemanning genoot van deze wetenschap. Ook nu werd weer gebruik gemaakt van de gastvrijheid van veel Maltezer families die hun uiterste best deden om de manschappen de oorlog even te laten vergeten. En dat lukte. Het was carnaval en ook de bemanning van de Flores deed hier aan mee.

      Daarna op 25 februari vertrokken de Flores en Soemba, via Gibraltar, naar Engeland. Met uitzondering van een enkel luchtalarm verliep de reis rustig. Boven de hoofden van de bemanningen cirkelden vliegtuigen die zorgden voor zogenaamde fighter protectie en de route werd zigzaggend afgelegd om te voorkomen dat de schepen een te gemakkelijke prooi zouden worden voor vijandelijke onderzeeboten.

      In de middag van 9 maart voeren de schepen de haven van Gibraltar binnen. Er werd olie geladen en een extra hoeveelheid sinaasappels en bananen ingeslagen voor vrienden en bekenden in Engeland. Diezelfde avond om 7 uur ’s avonds lieten beide schepen de haven van Gibraltar achter zich en vertrokken richting Engeland in een konvooi van 30 schepen. Voor de nodige luchtbescherming werd het konvooi begeleid door het hulpvliegdekschip HMS Biter.

      Bij het verlaten van de Middellandse Zee kreeg de commandant van de Flores een telegram van Admiral Cunningham waarin hij werd gecomplimenteerd met het goede werk van schip en bemanning.

“Let us hope that the victory for which we all strive will be with us soon. Good luck and God speed to you all” eindigde het telegram.

      Omdat er nog steeds sprake was van vijandelijke zeeboten onder de kusten van Portugal Spanje en Frankrijk, voeren de schepen een eind om de west, de Atlantische Oceaan in. Toch kreeg men regelmatig waarschuwingen voor vijandelijkheden en de vliegtuigen van de HMS Biter stegen regelmatig op om onderzeeboten met raketten of bommen te bestrijden. Dat was geen gemakkelijke klus. Het was zwaar weer, maar de piloten wisten toch steeds, zonder ongelukken, de vliegtuigen op het zwaar slingerende vliegdekschip neer te zetten.

     Dat er daadwerkelijk onderzeeboten gevaar was bleek tijdens de reis. Het korvet de HMS Asphendale kreeg contact met een onderzeeboot en ging er op af. Er werd een aantal diepte-bommen afgeworpen, maar even later zagen de bemanningen van de schepen in oostelijke richting een zware explosie. Getroffen door een torpedo zonk de Asphendale. Toegesnelde hulp mocht voor het grootste deel van de bemanning van dit schip niet meer baten. Er waren drie overlevenden.

     

      In de avond van 12 maart gingen de Flores en Soemba in de haven van Plymouth ten anker. De volgende dag werd er doorgestoomd naar Portsmouth waar de kanonnen van beide schepen zouden worden vervangen voor de kanonnen van de opgelegde Nederlandse kruiser Sumatra. Er werden ook enkele reparaties uitgevoerd. Hierna waren beide schepen voor nieuwe opdrachten gereed.

     Op 16 maart bracht Admiraal Fürstner, Minister van Marine en bevelhebber der Nederlandse Zeestrijdkrachten, samen met zijn Chef Staf, Admiraal Ter Mijtelen, een bezoek aan het schip. In zijn toespraak deelde hij onder andere mee dat koningin Wilhelmina op 22 maart een bezoek aan Hr. Ms. Flores en Hr. Ms. Soemba zou brengen. Daarom werd er in de komende dagen met man en macht gewerkt om het schip schoon te maken. Tijdens de strijd in de Middellandse Zee was men daat niet mee bezig geweest. Met glasscherven werd de olie onder de kanonnen van het dek geschraapt, de marinegrijze verf werd van koperen onderdelen van het schip gehaald en weer blinkend opgepoetst. Roestvlekken werden weggeschuurd en overgeschilderd enzovoorts.

      Op de dag van het bezoek was de koningin in gezelschap van prins Bernard. Zij begroette de commandanten van Hr. Ms. Flores en Hr. Ms Soemba met de woorden:“Wat ben ik blij u te zien”. Omdat  de koningin de wens te kennen had gegeven een krans te leggen in het vooronder van het historische schip HMS Victory, op de plek waar Admiraal Nelson was gesneuveld, ging zij eerst aan boord van dit schip.

      Nadat zij de lunch had gebruikt aan boord van de HMS Victory ging zij zich naar de kade waar de bemanningen van de Flores en de Soemba stonden aangetreden. Een ieder stond stram in de houding, het Wilhelmus werd geblazen en de erewacht presenteerde het geweer.

      Nadat de gelederen waren geïnspecteerd begaf de koningin zich in een statiesloep naar de statietrap van de Flores, waar zij met volledig marineceremonieel werd ontvangen. Aan boord sprak de koningin de bemanningsleden van beide schepen toe. De woorden van deze toespraak worden hieronder volledig aangehaald, zodat de lezer een beeld kan krijgen van de indruk die deze woorden gemaakt zouden kunnen hebben.

 

“Commandanten, officieren en manschappen van mijn kanonneerboten Flores en Soemba. Gij hebt een belangrijk aandeel mogen nemen aan de strijd in het algemeen en aan verscheidene landingsoperaties in het bijzonder, welk gevaarlijk werk veelal onder moeilijke navigatorische omstandigheden en bij aanzienlijke vijandelijke tegenstand moest worden verricht. Hiermede hebt gij, in belangrijke mate, medegewerkt aan het succesvolle verloop der Geallieerde krijgsverrichtingen. En de wijze waarop velen onder u zich daarbij bijzonder hebben onderscheiden, is mij opnieuw een bewijs, dat de geest van kordaatheid en durf nog altijd vaardig is over het personeel van onze marine. In de bondgenootschappelijke strijd, waaraan gij met andere eenheden van onze marine een actief aandeel hebt mogen nemen, hebt gij de roem van Neerlands vlag hoog gehouden.

Zoiets is slechts mogelijk, indien er aan boord van een bodem, waar de nauwe samenleving in de, over het algemeen zeer beperkte ruimte, in hoge mate een geest van samenwerking en van onderling vertrouwen vereist, ook die samenwerking bestaat, die geboren wordt uit al die goede eigenschappen, die ons zeevarend volk in vroeger eeuwen hebben gesierd. Zijt moedig en onversaagd in het volhouden; het gaat om de instandhouding van de hoogste goederen en om de spoedige bevrijding van ons land”.