Naar boven...
Volgende pagina...
De Sumatra op stapel gezet. Het zusterschip Java ongeveer twee weken daarvoor, op 31 mei 1916.
Bouwwerf: Nederlandse Scheepsbouw Mij. te Amsterdam (Hr. Ms. "Java: Kon. Mij. De Schelde te Vlissingen);
Bouwnummer: 148;
Afmetingen: 155,30 x 16,00 x 5,50 meter;
Waterverplaatsing: 7.670 ton (8.208 ton vol beladen);
Machinevermogen: 72.000 apk;
Aantal schroeven: 3, driebladig;
Maximum snelheid: 30.63 knopen;
Actieradius: 4800 mijl bij 12 knopen;
Bemanning: 526 koppen, te weten 35 officieren, 54 onderofficieren en 437 korporaals en manschappen;
Bepantsering: gordel 75 mm., commandotoren 100-125 mm., del 25 - 5- mm.;
Bewapening: 10 kanons van 15 cm. No. 6 in open schild - 6 mitrailleurs van 40 mm. No 1 a/l - 6 mitrailleurs van 12,7 mm a/l - 2 rails voor dieptebommen (elk 5 stuks) - 1 nevelapparaat;
Vuurgeleidingsinstallatie: Firma Hazemeijer, Hengelo.
De Sumatra, de Java en het onderzeebootmoederschip Pelikaan (in dienst van 1922 to 1934) waren de eerste Nederlandse oorlogsschepen die met onderwaterluisterapparatuur waren uitgerust.
 
Levensloop en technische gegevens Hr. Ms. "Sumatra".
15 juni 1916
Hr. Ms. Sumatra in dienst gesteld - Hr. Ms. Java in 1925.
Beide kruisers waren de eerste grote turbineschepen van de Koninklijke Marine. De Sumatra had een turbine met tandwieloverbrenging en de Java was voorzien van direct werkende turbines. De voortstuwingsinstallatie van de Sumatra heeft veel problemen gegeven.
Het ontwerp van Java-klasse kruisers werd geleverd door de Germaniawerf te Kiel, Duitsland. Dit bedrijf was een onderdeel van het Kruppconcern.
 
Verblijvend in Indische wateren werd Hr. Ms. Sumatra, na een brand aan boord, door Hr. Ms. Krakatau teruggesleept naar de haven van Soerabaja.
 
1926
27 juli 1930
De Sumatra en de Hr. Ms. Java zijn op het Marine-etablissement te Soerabaja gemoderniseerd.
Voorstellen tot versterking van de Indische defensie worden door Colijn in de tweede kamer verdedigd. Hij vond dat kruisers in onze vloot niet konden worden gemist.
Een beslissing over vervanging van de Sumatra en Java vond hij op dat moment nog niet urgent. Weliswaar waren het oude kruisers, maar dat komt in elke vloot voor.
Minister van Defensie Van Dijk vraagt in de defensiebegroting 5 miljoen gulden, als eerste termijn, voor de vervanging van Hr. Ms. Sumatra. Colijn had een jaar daarvoor nog verklaard dat het, zijns inziens, niet eerder dan in 1942, respectievelijk 1943 noodzakelijk zou zijn vervangers voor de Sumatra en Java op stapel te zetten.
1934 - 1935
15 december 1936
1938
Marine attaché De Booy heeft officieus aan de Engelse Admiralty laten weten dat, ingeval van een Duitse aanval op Nederland, de Nederlandse regering onder andere de kruiser Sumatra naar een Engelse haven wilde sturen. Aldus een brief van de Director of Plans bij de Admiralty aan diverse commandanten die eventueel betrokken zouden worden bij het verlenen van naval assistance to the Dutch and Belgians, d.d. 9 februari 1940.
Hr. Ms. Sumatra begaf zich omstreeks middernacht van de buitenhaven van Vlissingen naar de rede, waar de Johan Maurits van Nassau en de Flores zich al bevonden. De kruiser was naar buiten gegaan op schriftelijke order van de commandant van Zeeland. In deze order was tevens bepaald dat het schip met gedoofde lichten ten anker zou gaan en dat oorlogswacht moest worden gelopen. Tegen licht worden moest de kruiser onder stoom gaan en daarna varende blijven (Marinemonografie, P8).
In de nacht van 10 op 11 mei 1940, om kwart voor vier, vertrok de Sumatra van Vlissingen naar de Humber in Engeland, waar zij zonder veel problemen aankwam.
Conform de Marinemonografie Zeeland, p 43 en Sumatra, p 8-9, met betrekking tot het zenden van het schip naar Engeland vermeldt het oorlogsdagboek MS II het volgende: "10 mei 1940, 23.10 uur. Gege-ven orders Sumatra hedennacht spoedigst naar Humber via Fairybank. Argumenten: vermoedelijk morgen zware luchtaanvallen op Schelde, nog meer magnetische mijnen. Nog geen duidelijk doel voor Sumatra. In Engeland kan Sumatra dienst doen of blijft behouden voor eigen vloot".
Hr. Ms. Sumatra en Hr. Ms. Jacob van Heemskerck troffen elkaar te Milford Haven in Engeland.
Een aantal jonge officieren van Hr. Ms. Sumatra ging van boord om plaats te maken voor Prinses Juliana en haar gezelschap, die 's avonds embarkeerden. Het gezelschap bevond zich uit de prinsessen Beatrix en Irene, hun verzorgster jonkvrouwe Feith, jonkvrouwe Roël Del Court van Krimpen, haar dochter Renée, Schout bij Nacht C. baron de Vos van Steenwijk, Adjudant in buitengewone dienst van koningin Wilhelmina, baronesse De Vos van Steenwijk-gravin van Rechteren Limburg en drie veiligheidsfunctionarissen
Na zonsondergang ging het Atlantisch smaldeel, onder bevel van de commandant van Hr. Ms. Sumatra, Kapitein ter Zee C.H. Brouwer op weg.
Februari 1940
9 mei 1940
10 op 11 mei 1940
2 juli 1940
Prinses Juliana hield een toespraak tot de bemanning van de Sumatra, die zich tijdens de reis zeer gastvrij had getoond. Zij zei daarbij onder andere: Wij weten wat wij aan elkaar hebben in dienst van het vaderland, dat wij zullen herstellen, vernieuwen en verjongen. (Een gedeelte van deze tekst is gegraveerd in een koperen plaat. Deze plaat heeft tot de uitdienstelling van de Hr. Ms. Sumatra aan boord gehangen. Nu hangt deze plaat in het Zaaltje van het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord).
De Sumatra verliet, samen met de Lady Drake de haven van Halifax om, via Bermuda, een week later de haven van Jamaca binnen te varen. Hier werden de Canadese troepen afgezet en werd ongeveer 280 man Shopshire Light Infantery ingescheept op de Lady Drake om de Britse troepenmacht op Curaçao te versterken.
's Morgens liepen beide schepen de haven van Halifax, Canada binnen. Prinses Juliana bleef op haar uitdrukkelijk verzoek nog een dag aan boord omdat zij dan, onder meer, afscheid kon nemen van de bemanning van de Jacob van Heemskerck.
11 juni 1940
12 juni 1940
Er werden oefeningen gehouden op Curaçao.
Curaçao werd bereikt.
Vertrek van de kruiser voor een patrouilletocht langs de kust van Colombia. In de havens van dit land en in Venezuela lagen twee Duitse en vijf Italiaanse schepen waar men op diende te letten in verband met uitbreekpogingen.
Aankomst te Kingston, Jamaica, waar de commandant bij aankost vernam, dat het bedoeling was dat het schip zou worden ingezet voor het opvangen van Duitse en Italiaanse blokkadebrekers in Straat Florida.
De kruiser vertrok naar Bermuda, maar al een dag later werd haar een andere taak toebedeeld. Men diende deel te nemen aan de opsporing van de Duitse hulpkruiser Narvik, ook wel genoemd Widder, of aangeduid als Schiff 21. Aan deze actie namen, naast de Sumatra ook de Van Kinsbergen, de Dunedin en Diomede deel. De Sumatra kreeg de opdracht voornamelijk in de Mona Passage en met name in de noordelijke toegang daarvan de patrouilleren.
De Widder was één van de hulpkruisers die de Duitsers in het begin van de oorlog inzetten. Het schip had begin mei 1940 een Noorse haven verlaten en na doorgebroken te zijn naar de Atlantische Oceaan zou dit schip telkens naam, vlag en uiterlijk op listige wijze veranderend, verschillende slachtoffers hebben gemaakt. Een dergelijk schip werd door de geallieerden een raider genoemd.
Zij zou al enige tijd in West-Indische wateren opereren. Van tijd tot tijd werd de vijandelijke hulpkruiser op een geheim rendez-vous, onder meer met enkele Duitse schepen uit neutrale Zuide-Amerikaanse havens, van nieuwe brandstof voorzien.
De raider werd echter niet gevonden en het schip liep op 31 oktober 1940 behouden de haven van Brest binnen na 10 schepen van in totaal 58645 ton te hebben vernietigd of buitgemaakt..
De Sumatra verliet de haven van Bermuda en aanvaarde de terugreis naar Curaçao.
Vertrek vanaf Curaçao naar Nederlands-Oostindië. Via Trinidad, Freetown, Loanda in Portugees Angola en Kaapstad ging men door de Indische Oceaan naar Java.
Onderweg werden nog escorte- en patrouillediensten verricht.
De Sumatra meerde aan in de haven van Kaapstad.
17 juli 1940
Eind juli 1940
7 augustus 1940
16 september 1940
10 juli 1940
15 juli 1940
23 juni 1940
8 juli 1940
13 juni 1940
Aankomst te Priok, Nederlands Oost-Indië.
9 oktober 1940