Afbeelding Klomp Green Trompet
Afbeelding Klomp Patchwork

Achtergrondinformatie

Klompen zijn typisch Nederlands. Ze dienden oorspronkelijk ter bescherming en versteviging van de voeten. Ze werden met name gedragen door de arme bevolking, vooral door mensen die zwaar, ruw, nat en smerig werk verrichtten. Denk bijvoorbeeld aan landarbeid, inpoldering en wegenbouw, schippers, expeditie-personeel, in zuivel-fabrieken, abbatoirs, chemische fabrieken, door veehandelaars, straatvegers, in de tuin- en bosbouw, door vissers en rietsnijders, glasblazers, metselaars, veenarbeiders, smeden, in wasserijen en blekerijen, steenfabrieken enzovoorts. Ook stoepmeiden, boerinnen, straat schrobbende huisvrouwen, visvrouwen en nettenboetsters kenden de voordelen van het dragen van klompen.

Daarnaast kon de klomp ook allerlei nevenfuncties krijgen: als hol voorwerp werd hij gebruikt voor het bewaren van allerlei kleine zaken of als bloembakje, maar er werd ook muziek mee gemaakt en gedanst. Als hard voorwerp kon de klomp bovendien ook goede diensten doen als hamer. Tenslotte is de klomp een souvenir- en reclame-object geworden.

De Nederlandse taal kent talrijke uitdrukkingen en gezegden die met klompen en het dragen ervan in verband staan, bijvoorbeeld 'iemand iets uitleggen met de klomp' (iemand iets op een niet bepaald zachtzinnige manier aan het verstand brengen), 'iets op zijn klompen aanvoelen' (iets als erg voor de hand liggend beschouwen) of 'iets tegen zijn klomp krijgen' (een blauwtje lopen).