Wat zijn Kelten?
De eenvoudige maar gewichtige vraag: Wat zijn Kelten? Wie waren de Kelten? en waar kwamen de Kelten vandaan? is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Leggen we deze vraag voor aan een historicus, aan een taalkundige of aan een archeoloog, dan zullen we telkens een ander antwoord krijgen.
    Voor de taalwetenschap zijn, althans in zekere zin, Keltisch: al die gebieden, waar een Keltische taal gesproken werd. Thans zijn er dat maar weinig, maar eenmaal is West en Centraal Europa in deze zin als Keltisch te beschouwen geweest.
    Volgens de geschiedenis zijn Keltisch: alle gebieden, die tot het Keltische Rijk behoorden, voor de tijdsduur van de Keltische overheersing. Het rijk der Kelten omvatte op het tijdstip van zijn grootste uitbreiding: West-, midden- en bijna geheel Zuid-Europa. Maar uit deze gebiedsuitbreiding volgt niet, dat de overwinnaars overal hun taal aan de overwonnenen hebben opgedrongen. Zo komen dus de betekenissen van Keltisch voor de taalwetenschap en geschiedenis al niet overeen.
    Voor de archeologie is Keltische cultuur identiek met de cultuur van de ijzertijd. Onder de volken, welke de dragers waren van deze beschaving, moeten de Kelten op zijn minst een belangrijke plaats hebben ingenomen. In de grijze oudheid n.l. heeft het mensdom achtereenvolgens verschillende cultuur-stadia doorlopen, die -naar het materiaal, waaruit werktuigen werden vervaardigd, - worden aangeduid als stenen, bronzen en ijzeren tijdperk. Over de duur van deze tijdperken valt in het algemeen weing te zeggen en deze loopt daarenboven bij de verschillende volken sterk uiteen. De ijzerijd wordt nu weer onderscheiden in twee perioden: die van Hallstatt en die van La Tene, aldus genoemd naar de vindplaatsen van resten uit deze culturen. In 1846 werden te Hallstatt in Salzkammergut (Oostenrijk) meer dan duizend prehistorische graven ontdekt, waarin vele voorwerpen, die een cultuurstadium vertegenwoordigen, dat als de oude ijzertijd kan worden gekenmerkt.
















Tien jaar later kwamen bij een abnormaal lage waterstand van het meer van Neufchatel (Zwitserland) de resten van een prehistorisch paaldorp bloot te liggen in de nabijheid van het dorpje La Tene. De vondsten bleken te beantwoorden aan de cultuur van de jongere ijzertijd, die daaraan zijn naam van La Tene-periode ontleent. De oude Kelten nu behoren tot beide perioden van het ijzeren tijdperk, zoals blijkt uit de vondsten van degens, die zij gebruikten. Men heeft n.l. de lange degen gevonden, die typisch is voor de Hallstatt-cultuur, en ook het kortere La Tene-zwaard, waarmee deze -althans toen ter tijd- oorlogszuchtige Keltische stammen zich hun gebieden hebben veroverd. Wat nu de tijd aangaat van deze stadia: algemeen stelt men het begin van de Hallstatt-cultuur rond de IXe eeuw v.Chr., terwijl men het La Tene-tijdperk laat gaan van ongeveer 500 tot het begin der laatste eeuw v.Chr. Men zal evenwel begrijpen, dat deze perioden-indeling iets kunstmatigs is, en dat de diverse tijdperken, niet zo scherp te scheiden zijn, als in een schematische voorstelling nu eenmaal moet worden aangegeven, onmerkbaar in elkaar overlopen, als zomer in herfst of als dag in nacht. Zo b.v. was in de Hallstatt-periode het gebruik van brons nog zeer veelvuldig en is het ijzer, dat uit die tijd stamt, nog vrij primitief. Een en ander neemt niet weg, dat we moeten aannemen, op een gegeven ogenblik in een cultuurperiode gekomen te zijn, die fundamenteel verschilt van die van een bepaalde tijd ervoor.
    Hier zullen we het begrip Kelten zowel volgens linguistische als archeologische opvatting nemen, al kan men dan ook de archeologische opvatting terecht verwijten, dat zij ons hoogstens kan inlichten over de handelsbetrekkingen der Kelten. Als n.l. de oudheidkundigen voorwerpen uit de bodem opdiepen, die onmiskenbaar de trekken van de Keltische cultuur dragen, is dit geen strikt argument voor de stelling, dat daar Kelten gewoond hebben. De voorwerpen kunnen immers ook afkomstig zijn van een reizende koopman ofzo. Nog afgezien, dat soms de uitgebreidheid van de archeologische vondsten deze laatste veronderstelling vrijwel uitsluit, lichten de opgravingen van religieuse artikelen ons in, niet alleen over de verspreiding van de Keltische godsdienst, maar ook over de aard daarvan, onverschillig of de gevonden voorwerpen -mits zij inderdaad behoren tot de Keltische cultuur- afkomstig zijn van Keltische of niet-Keltische kopers of verkopers.
Terug naar Kelten
Terug naar bibliotheek