|

Bij
de rasbeschrijving
van de
Amerikaanse Cockerspaniel

De
Engelse Cocker
Spaniel is de
directe voorvader
van dit
aantrekkelijke
ras.
Tussen de beide
wereldoorlogen
veranderde in
Amerika de Cocker
Spaniel zodanig
van type dat op 11
september 1949 een
eigen ras tot
stand kwam.
Hierdoor werd het
onderscheid tussen
de Engelse Cocker
en de Amerikaanse
Cocker een feit.
Beide rassen
hebben een eigen -
verschillende -
rasstandaard,
waarin de
raspunten staan
aangegeven.
Er werd geen
vreemd bloed
ingekruist bij de
totstandkoming van
de Amerikaanse
Cocker Spaniel.
Een van de in het
oog springende
verschillen tussen
beide rassen is de
beharing en het
type.
De beharing van de
Amerikaanse Cocker
Spaniel is langer
en zachter.
De Amerikaanse
Cocker is
ingedeeld in de
jachthondengroep
en vaak is het
jachtinstinct nog
duidelijk
aanwezig. Er zijn
in Nederland een
aantal
Amerikaantjes met
een officieel
jachtdiploma.
Ook voor gedrag-
en
gehoorzaamheidswestrijden
en cursussen is de
Amerikaanse Cocker
zeer geschikt. Er
is zelfs een
Nederlands
kampioen geweest!
Ook op
tentoonstellingen
spreekt de
Amerikaanse Cocker
een woordje mee.
Vele malen werd
een Amerikaanse
Cocker beste van
de hele
tentoonstelling,
zowel in binnen-
als buitenland.
Bovenal is de
Amerikaane Cocker
Spaniel een
vrolijke en
sociale hond die
lief is voor
kinderen, een
ideale gezinshond.
Gebruik:
Jachthond,
gezinshond.
Activiteit:
Door
het onvoorstelbare
uithoudingsvermogen
waarover de
Amerikaanse Cocker
beschikt,
is
het een hond die
uren mee uit
wandelen kan gaan,
of op
de behendigheid- of
flyball
wedstrijden goed
mee kan komen.
Verschijning:
Algemeen:
De Amerikaanse
Cocker heeft een
klein, compact en
gespierd lichaam
met een aflopende
ruglijn.
Het lichaam is
vierkant met diepe
en tamelijk brede
borst. De ribben
zijn goed gewelfd.
Matig lange benen
met sterk bot.
Lange en droge
hals.
Kleur:
De
Amerikaanse Cocker
komt voor in de
kleuren zwart,
blond, chocolade
bruin, zwart met
tan,
rood-wit,
zwart-wit,
chocolade-wit en
driekleur.
Hoofd
en schedel:
De
Amerikaanse Cocker
heeft een fijn
gesneden, edel
hoofd.
Tamelijk brede en
korte schedel met
vierkante snuit.
Halverwege de
neuspunt en de
achterhoofdsknobbel
is een duidelijke
stop.
Grote,
donkerbruine tot
zwarte ogen met
een intelligente
en smekende
uitdrukking.
Lobvormige, lange
en vlak hangende
oren. Schaargebit.
Staart:
Mag
niet meer worden
ingekort en wordt
in het verlengde
van de rug
gedragen.
Voeten:
Compact,
groot, rond en
stevig.
Beharing:
De
vacht van de
Anerikaanse Cocker
is zijn trots.
Deze is lang, maar
niet te
overvloedig.
Op het hoofd is de
beharing kort en
fijn, op het
lichaam van
gemiddelde lengte
met voldoende
ondervacht als
bescherming.
Borst, buik en op
de rug en aan de
achterzijde van de
benen goede
bevedering, doch niet zo
overmatig dat de
mooie lijnen niet
meer zichtbaar
zouden zijn.
De beharing is
zijdezacht, glad
of een weinig
gegolfd.
De vacht heeft een
regelmatige kam-
en borstelbeurt
nodig en eens in
de twee maanden is een bezoek aan
de trimsalon
beslist
noodzakelijk.
Schofthoogte:
Reu:
ideale grootte
38,1 cm,
Teef: ideale
grootte 35,36 cm.
Aard:
Past
zich gemakkelijk
aan
Intelligent
Gehoorzaam
Vrolijk
Levendig
Nieuwsgierig
Is
de poes het hier mee
eens?
Klik op het plaatje
en u weet het.






|