![]() |
BoeddhismeDe eerste toespraak van de Boeddha geeft een samenvatting van de boeddhistische leer. Hier volgt het begin van deze toespraak : |
Het in beweging zetten van het wiel der waarheid
Aldus heb ik gehoord.
Eens leefde de Boeddha in het Hertenpark bij Isipatana
(de verblijfplaats der zieners), vlak bij Varanasi.
Daar wendde hij zich tot de groep van vijf bedelmonnikken :
Eenvoudigweg het edele achtvoudige pad, namelijk:
|
Ter verduidelijking volgt een verklaring van de vreemde termen uit dit citaat :
| Het is, o monnikken, de uitroeiing van begeerte, de uitroeiing van haat, de uitdoving van illusie. |
| O monnikken, wat er ook voor dingen zijn, voorwaardelijk of onvoorwaardelijk, het hoogste onder hen is onthechting. Dat wil zeggen, vrij zijn van eigenwaan, vernietiging van dorst, het ontwortelen van gehechtheid, het doorsnijden van de continuïteit, de uitdoving van begeerte, onthechting, beëindiging, nirwana. |

|
... Hoe neemt een monnik de werking van zijn lichaam waar ? Hierbij gaat een monnik, nadat hij naar het bos is gegaan, bij de voet van een boom zitten of op een andere open plek, met zijn benen gekruist, terwijl hij zijn rug recht houdt en zijn geest alert. Altijd oplettend ademt hij in en altijd oplettend ademt hij uit. Terwijl hij diep inademt weet hij "ik adem diep in", terwijl hij diep uitademt weet hij "ik adem diep uit". Terwijl hij kort inademt weet hij "ik adem kort in", terwijl hij kort uitademt weet hij "ik adem kort uit". ... En verder weet een monnik wanneer hij gaat, "ik ga". Hij weet wanneer hij staat "ik sta". Hij weet wanneer hij ligt "ik lig". Of hij weet precies de positie van zijn lichaam. Zo leeft hij, de activiteiten van het lichaam, innerlijk of uiterlijk, waarnemend ... En monnikken, hoe leeft een monnik terwijl hij zijn gevoelens waarneemt ? Een monnik weet wanneer hij een aangenaam gevoel ervaart : "Ik ervaar een aangenaam gevoel". Wanneer hij een pijnlijk gevoel ervaart, weet hij : "Ik ervaar een pijnlijk gevoel". Wanneer hij een noch aangenaam noch pijnlijk gevoel ervaart, weet hij "Ik ervaar een noch aangenaam noch pijnlijk gevoel". ... Hij leeft terwijl hij de factoren van ontstaan van zijn gevoelens waarneemt, of de factoren van voorbijgaan van zijn gevoelens. Of zijn oplettendheid strekt zich precies zover uit dat hij weet en gewaar is, dat gevoel bestaat. En hij leeft onthecht en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. ... En monnikken, hoe leeft een monnik terwijl hij zijn geest waarneemt ? Hierbij kent de monnik de geest met begeerte als een geest met begeerte; de geest zonder begeerte als geest zonder begeerte; de geest vervuld van haat, als vervuld van haat; de geest zonder haat, als zonder haat; de geest vol onwetendheid, als vol onwetendheid; de geest zonder onwetendheid, als zonder onwetendheid; de bekrompen geest, als bekrompen geest; de afgeleide geest, als afgeleide geest; de ontwikkelde geest, als ontwikkelde geest; de onontwikkelde geest, als onontwikkelde geest; ... |
De tekst vertelt dat meditatie
het oefenen van oplettendheid inhoudt,
oplettendheid op je houding
en wat er in je omgaat.
Meditatie is proberen door oplettendheid
de waarheid omtrent jezelf te onderkennen.
Het is het zoeken naar zelfkennis door jezelf
onbevangen te observeren.
Meditatie probeert de geest te zuiveren
van verstoringen of onzuiverheden,
zoals begeerten, haat, kwaadwillendheid,
matheid, zorgen rusteloosheid en twijfel.
Bovendien probeert het eigenschappen te ontwikkelen als
concentratie, gewaarzijn, vreugde en gelijkmoedigheid.

|
(De) techniek (van meditatie, d.i.
oplettendheid en scherp waarnemen)
moet op onze emoties toegepast worden.
Dit is vooral waardevol als het slechte emoties zijn,
zoals boosheid, vrees of haat.
We moeten niet denken aan het voorwerp buiten ons
dat ons boos maakt, maar eenvoudig letten op het boze
gevoel in ons, precies zoals het is, zonder het te
veroordelen of goed te keuren.
Wanneer we dit doen, worden we niet alleen zelfbewust
en daardoor een beetje rijpere wezens.
Er gebeurt iets heel dramatisch :
we voelen ons opeens niet boos meer.
Probeer het zelf, raadt de boedhist aan.
Een volgende keer als iemand iets beledigends
tegen je zegt neem dan alleen notitie van je reacties.
Zonder te proberen je boos gevoel stop te zetten,
onderzoek het alleen in een wetenschappelijke geest,
zorgvuldig, opdat je het de volgende keer zult kennen.
Als je in dit onderzoek slaagt, zul je niets meer
vinden om te onderzoeken :!
Je boosheid is verdwenen,
omdat je er werkelijk in keek.
Alles welbeschouwd was het een zinsbegoocheling,
iets wat door diepgaand kritisch onderzoek wordt verdreven. |
Als je boosheid is verdwenen, ben je gekalmeerd. Door in meditatie aandacht te schenken aan wat er werkelijk in je omgaat, zonder een moraliserende houding, zonder te willen sturen in wat zich in je geest afspeelt, word je je bewust van mechanismen in je geest, die je van te voren niet had opgemerkt. Maar terwijl je dat doet, verandert er iets in je. Je gaat dingen in een ander daglicht zien. Zonder te willen sturen, stuur je toch. Een vergissing verdwijnt op het moment dat je beseft dat je je vergist hebt. Illusies verdwijnen door bewustwording. Door scherp waar te nemen weet je beter wat er aan de hand is. Je wordt zekerder van je zaak. Het geeft een gevoel van zekerheid. Daardoor word je rustiger. En dat is het beoogde effect van meditatie : Je wordt helder en kalm.

Niet-zelf
Waar het boeddhisme zich indringend bezig houdt
met wat er in de mens zelf omgaat,
komt het tot de conclusie dat het zelf
niet te grijpen is.
Het is onmogelijk je met iets vaststaands te identificeren.
Het boeddhisme onderkent dat de drang tot zelf-behoud en
zelf-bescherming diepgeworteld zijn in de menselijke geest,
en de oorzaak zijn van veel lijden.
Om dat lijden te doorgronden, moedigt het boeddhisme aan
het zelfbeeld te analyseren, en te beseffen dat
het zelfbeeld de waarneming vertekent en verkleurt en
dat het zelf eigenlijk niet bestaat.
In de Alagaddupama-sutta zegt de Boeddha :
|
"O monnikken,
accepteer de theorie van een ziel
wanneer daardoor geen smart,
droefheid, lijden, pijn en ellende zou ontstaan. Kennen jullie echter, o monnikken, zo'n theorie van een ziel waarbij het accepteren ervan geen smart, droefheid, lijden, pijn en ellende doet ontstaan?" "Zeker niet, Heer." "Inderdaad, monnikken. Ook ik ken geen theorie van een ziel die door het accepteren ervan geen smart, droefheid, lijden, pijn en ellende zou doen ontstaan." |
Theoriën waarin het bestaan van het zelf of van de ziel werkelijk ontkend wordt, vind ik erg moeilijk te begrijpen. Ieder moet voor zich maar bepalen in hoeverre hij de leer van het niet-zelf kan volgen en er in mee kan gaan.
|
Boeddha ... reageerde bijvoorbeeld heel radicaal
op de corruptie van vedische priesters.
Het begrip atman, het zelf, dat de kern van het vedische
geloofssysteem vormde, was de oorzaak van veel sociaal
onrecht uit die tijd : het kastesysteem, de afschuwelijke
onderdrukking van de onaanraakbaren en de toe-eigening van het
spirituele onderricht door een bevoorrechte klasse
die intussen nauwelijks spiritueel te noemen was.
Als een reactie daarop sprak de Boeddha voortdurend over niet-atman
(niet-zelf). Hij zei : Niets heeft een afzonderlijk,
onafhankelijk zelf. Als je in een bloem naar het zelf van
die bloem zoekt, zul je zien dat hij leeg is.
Maar toen de boeddhisten het idee van leegte begonnen te verheerlijken,
zei hij :Verstrikt raken in het idee dat een bloem leeg is,
is erger dan geloven in het zelf van de bloem. De Boeddha onderwees geen absolute leer. Hij leerde over het niet-zelf in de context van zijn tijd. Het was bedoeld als een hulpmiddel voor meditatie. Maar veel boeddhisten zijn sindsdien geobsedeerd geraakt door het idee van niet-zelf. Ze verwarren het doel en de middelen, de boot en de kust, de vinger die naar de maan wijst en de maan zelf. Er is iets dat belangrijker is dan het idee van niet-zelf en dat is vrij zijn van ideeën van zelf en van niet-zelf. |

| Bepaalde heilige brahmaanse mannen komen naar Kesaputta om te onderwijzen. Ze spotten met wat anderen ons leerden. Die anderen komen op hun beurt weer hetzelfde doen. Als gevolg zijn we vol twijfel wanneer we naar heilige mannen en priesters luisteren. We twijfelen eraan wie nu eigenlijk de waarheid spreekt en wie ons wat probeert wijs te maken. |
De Boeddha antwoordt :
| Ja, Kalama's, het is goed te begrijpen dat jullie twijfelen en het niet meer weten. Maar laat je niet misleiden door verslagen en geruchten, of wat beweerd wordt op gezag van jullie traditionele leerstellingen. Geloof degenen niet die vaardig zijn in het aanhalen van gedeelten uit de heilige schrifturen en evenmin de gevolgtrekkingen die ze daaruit maken. Laat je niet beetnemen door hun beschouwingen van de theorie of het blinde vertrouwen en respect dat je hebt voor een heilige man of priester. Pas als je voor jezelf weet dat het waar is, moet je iets geloven. Als je weet dat het goede leerstellingen zijn, die geen kwaad veroorzaken en die door wijze mensen onderschreven zijn en die positieve resultaten en geluk opleveren, dan pas, Kalama's, kun je ze aanvaarden en je er aan houden. |

Joseph M. Kitagawa schrijft :
Godsbegrip in het boeddhisme
Het boeddhisme kent geen God.
| Boeddha maakte geen aanspraak op goddelijkheid. Evenmin stelde hij vertrouwen in de hulp van enige god; hierom is het boeddhisme atheïstisch genoemd. Het verwerpt echter niet zozeer het theïsme, maar het staat onverschillig ten opzichte van de traditionele goden, als middelen om verlossing te bewerkstelligen. Een boeddhist kan tot de goden van zijn land bidden ... |
De Tibetaanse lama Tarthang Tulku schrijft :
|
"In de boeddhistische visie worden ... positieve krachten
gekarakteriseerd als goden : elke godheid belichaamt een leer,
een kwaliteit van ervaren die onverbrekelijk verbonden is
met verlichting.
De goden ... zijn niet een of andere persoonlijkheid,
maar manifestaties van een natuurlijk geluk
en van een transformatieve kracht
die in lichaam , adem en geest aanwezig is." |

|
Het inzicht-aspect speelt een grote rol in de Indische mystiek.
Inzicht komt daar voor onder verschillende benamingen :
samadhi, bodhi, moksa, nirvana.
Ook spreekt men van geestelijke verlichting, verheldering van het brein,
doorbraak van het derde oog en illuminatie. De diepzinnigste analyse van het nirvana vinden we in een lezing van Boeddha : Wat is Nirvana ?
Hierop zei Mahamati tot de Verlichte :
Wilt u ons spreken over Nirvana ? We zien dus dat er drie dwalingen t.a.v. het nirvana bestaan. Men kan het negatief, dualistisch en egocentrisch beschouwen. Een negatieve visie ziet het nirvana alleen als opheffing van het lijden, maar nirvana is in wezen positief. De geleerden en filosofen blijven gevangen in hun dualisme, dat komt omdat ze met hun hoofd i.p.v. met hun hart denken. Dan zijn er zoekers die het nirvana wel beleven, mar het toch te veel met eigen verlossing in verband brengen. Ook zij blijven daardoor gebonden aan dit bestaan. Tenslotte beschrijft hij nirvana als een toestand, die geheel buiten de tegenstellingen staat, van liefde vol is en alle wezens ten goede komt. Dan blijkt uiteindelijk, dat van begin af aan, alles in het nirvana besloten lag. |
![]() |
De stoepa in Kathmandu, Nepal |
|
Drie maanden na het parinirwana (de dood) van de Boeddha
werd er door zijn meest trouwe volgelingen
een bijeenkomst gehouden.
Daar werden alle leringen, toespraken en regels,
zoals zij herinnerd werden, gereciteerd,
als authentiek gekenmerkt en in vijf verzamelingen
ondergebracht.
Dit werden de Nikayas genoemd en
samen vormden zij de Tipitaka,
de drie manden.
Deze verzamelingen werden toevertrouwd aan de Ouderen
of Theras en de leerlingen die hen opvolgden,
om de mondelinge overdracht voor toekomstige generaties
zeker te kunnen stellen. Om een ononderbroken en authentieke mondelinge overdracht te kunnen garanderen is regelmatig en systematisch reciteren noodzakelijk. Dit was niet de daad van een enkeling, maar van een groep monniken. Het doel van deze manier van collectief reciteren was om de teksten intact te houden, zonder veranderingen, aanpassingen of interpretaties. Als één persoon van de groep een woord vergeten was, dan kon een ander het zich wel herinneren; of wanneer iemand een woord of zin veranderde, toevoegde of wegliet, kon de ander hem corrigeren. Op die manier werd gehoopt dat niets veranderd, aangepast, toegevoegd of weggelaten zou worden. De teksten die door een ononderbroken mondelinge traditie werden overgeleverd, werden als betrouwbaarder en authentieker beschouwd dan een verslag van de leringen die door één enkele persoon, vele jaren na de dood van diegene die ze uitsprak, werden opgeschreven. De leer van de Boeddha werd pas vier eeuwen na zijn dood, tijdens de bijeenkomst die in de eerste eeuw voor Chr. in Ceylon werd gehouden, opgeschreven. Tot die tijd was de hele Tipitaka in een ononderbroken mondelinge traditie, van generatie op generatie overgedragen. De oorspronkelijke teksten zijn in het Pali, een zachte, melodieuze en vloeiende taal. De voortdurende herhalingen en het gebruik van onderverdelingen helen niet alleen bij het herinneren, wat noodzakelijk is voor een mondelinge traditie, maar geven de teksten ook hun poëtische schoonheid en charme. Zij maken gebruik van dichterlijke ritmen en hebben de sierlijkheid van poëzie. |
In de huidige tijd, waarin het schrift zon belangrijke plaats heeft ingenomen, is het nauwelijks meer voor te stellen dat mondelinge overlevering betrouwbaarder wordt geacht dan schriftelijke.
|
Literatuurverwijzing
| Wat de Boeddha onderwees door Walpola Rahula Uitgeverij Karnak |
Elementen van Boeddhisme door John Snelling Strengholt |
| Mediteren - waarom en hoe Klassieke Boeddhistische teksten door dr. Tonny Kurpershoek-Scherft Uitgeverij Ankh-Hermes |
De lege spiegel door Janwillem van de Wetering De Driehoek |
| Leven in evenwicht door Tarthang Tulku Uitgeverij Dharma |
Iedere stap is vrede door Thich Nhat Hanh Uitgeverij Ankh-Hermes |
| Zen en de kunst van het studeren door Rients R. Ritskes De Driehoek |
Meditatie door Sogyal Rinpoche Servire |
| Grote godsdiensten door Merle Severy e.a. National Geographic Society/ De Haan |
Grondleggers van het geloof door H.L. Bech e.a. Prometheus |
|
Verder naar Valkuilen van het boeddhisme