De familienaam Matser is reeds in de 17de eeuw in gebruik, getuige de personen die hem dragen. Dat het op dat moment een familienaam betreft en niet een nadere aanduiding van een persoon, is af te leiden aan het feit dat ook vrouwen deze naam droegen. De invoering van de naam zal op een eerder tijdstip gezocht moeten worden, zodat we met zekerheid mogen zeggen dat de familienaam Matser al bijna 400 jaar oud is. Toch zal de naam eens een toevoeging op een roepnaam zijn geweest, die in kringen van familie, vrienden en bekenden de ronde deed. De navolgende verklaring, met behulp van het Middelnederlands handwoordenboek gemaakt, verduidelijkt deze opvatting.

"Metse", "mets" en "maetse" zijn Middelnederlandse varianten voor het beroep metselaar. Ook de woorden "metselaar", "metsenaer" en "metser" duiden dat beroep aan. Het werkwoord "metsen" en "maetsen" hebben als betekenis "(neer)slaan" en "(neer)houwen". De zelfstandige naamwoorden "matse", "maetse" en "maetsche" hebben als betekenis "knots" of "(strijd)hamer". Bedenken we dat het beroep van metselaar vroeger nauw verwant was aan dat van steenhouwer, dan zijn de extra betekenissen zeker relevant. In de klankleer van de nederlandse taal is het ook bekend dat klankwisselingen van e naar a en omgekeerd voorkomen. Volgens deze verklaring nemen we aan dat de betekenis van de naam: "Matser" = "Metselaar" is. Vermoedelijk heeft een voorvader dat beroep uitgeoefend en is door toevoeging daarvan op zijn roepnaam, onze familienaam ontstaan.

Helemaal zeker is bovenstaande verklaring niet. Etymologisch zijn er meer woorden in andere en oudere talen die op Matser lijken. Die woorden verwijzen naar "moes" = "eten" en "mes" = "snijwerktuig". Combineren we dat ook met de betekenis slaan en houwen, dan is het mogelijk dat "Matser" = "Slager" (vleeshouwer) betekent. Denk aan het Duitse woord "Metzger" = "slager" en het woord "metworst", waarvan het eerste deel "met" = "gesneden vlees" betekent. Ook deze verklaring lijkt aannemelijk door het voorkomen van de naamsvariant "Matsger".

De naam Matser kan overigens niet anders dan uit het Nederduitsland komen, gelet op de verklaringen van de herkomst van de naam en de hierna beschreven bijzonderheden over het taalgebruik in Overijssel. Notities uit: "Geschiedenis van Overijssel" hfdst. Taal en Teken, door prof. dr. K. Heeroma.
'...Overijssel lag wat taal (dialect) betreft, onder de invloed van het Vlaams Middelnederlands en het Hanzeatisch Middel-Nederduits. Deventer lag als Hanzestad op de route tussen Lübeck en Brugge. Op geestelijk gebied ondervond het invloeden door de Bisschopszetels Utrecht en Munster. Deze Oost-West kontakten in taal, economie en cultuur hebben als gevolg gehad dat er geen duidelijke taalgrenzen waren. De IJsselschrijftaal, verbreid door de Moderne Devotie, is tot diep in het Munsterland nagevolgd (Hessen en West-Falen) tot in de 17de eeuw. De taalgrens werd pas duidelijk toen in de 17de eeuw in Nederduitsland het Hoogduits als voertaal werd ingevoerd. Dit verklaart dat veel Hessen, Saksen en West-Falen (o.a: "kiepkerels", "marskramers" en "hannekemaaiers"), die werk zochten in de Nederlanden, geen taalproblemen hadden...'
De naam Matser en zijn betekenis