Peter Kuit

Experimenten


 

 

 

Foto Keke Keukelaar

Aangezien KLANK een obsessie is voor Peter gaan veel van zijn experimenten over het najagen van zijn klankideaal.

Vloer

Peter heeft verschillende vloeren laten maken, van verschillende soorten hout, met verschillende hoogten en diepten van de klankkast. Het enige wat hij zeker denkt te weten, is dat esdoornhout de beste klank heeft, en dat een klankkast in ieder geval aan één kant open moet zijn.

 

Schoenen

Vanaf 1996 laat Peter orthopedische tapschoenen maken. Ieder paar wordt op zijn aanwijzingen in elkaar gezet. Iedere schoen wordt zwaarder dan de vorige, hetgeen gevolgen heeft voor de klank. Hoe zwaarder de schoen, hoe dieper en breder de klank.

Taps

Onder tapschoenen zitten plaatjes van aluminium. Het geluid is hoog en de plaatjes (de taps) slijten snel. Na veel kostbare experimenten met andere modellen en ander materiaal is Peter tot de slotsom gekomen dat het traditionele tapmodel goed is, maar dat titanium het beste materiaal is. Titanium slijt heel langzaam en heeft een rijke warme klank. Helaas is vooral het bewerken van dit keiharde materiaal peperduur.

 

Microfoons

Het versterken van tap is technisch een lastige zaak. De klank van de tapschoen is op zijn best op 10 centimeter van de bron. Daar is zelden een microfoon. Reeds op een meter van een microfoon, gaan er veel nuances verloren, vooral in het laag en het laag midden. Vanaf 1989 werkt Peter met een zelf verzonnen microfoon systeem. De draadloze microfoontjes zitten onder zijn tapschoenen. Op die manier kan hij over het hele podium razen, met een constant tapgeluid. Hoewel dit systeem het beste is tot nu toe, blijft Peter zoeken naar iets anders.

Midi/Samples

Peter begeeft zich met grote tussenposes op het vlak van de midi. Omdat zijn obsessie voor de akoestische tapklank de boventoon voert, is hij nooit serieus tot midi overgegaan. 

Taptechniek 1

Om zijn klankvoorstelling waar te maken heeft Peter duizenden trainingsuren in zijn klank gestoken. Reeds het kantelen van de voet met een paar graden geeft een kleine klankverandering. Er is verschil tussen het tappen met de nerven van het hout mee of tegen de nerven van het hout in. Omdat je lichaamsgewicht de vloer dempt, klinkt een tik vlak naast je standbeen anders dan diezelfde tik uit de buurt van je standbeen. Al dit soort zaken worden eerst onderzocht en in kaart gebracht. Vervolgens zet Kuit een trainingsschema op dat minimaal 6 maanden duurt om de theorie tot praktijk te maken. De andere Experimenten, bijvoorbeeld de trilling van de vloer of het verplaatsen van luchtstromen onder het podium zijn te technisch om even uit te leggen

 

Taptechniek 2

Omdat het vertrekpunt klank of ritme is, denkt Peter op een andere manier dan de meeste tapdansers. Hij neemt dus niet een tappas als uitgangspunt om te kijken wat er mogelijk is. Nee, hij heeft bijvoorbeeld een klank in zijn hoofd en gaat maanden op zoek naar een manier om die klank te kunnen maken. Zo ontwikkelt hij manieren om zijn voeten te gebruiken die atypisch zijn voor tapdans.

Taptechniek 3

Peter heeft in zijn training lang gewerkt met gewichten om zijn enkels, vooral om kracht op te bouwen. Dit werkte goed, tot het moment dat hij de extra kilo's ging benutten binnen zijn techniek. Met andere woorden: hij kon dingen met gewichten die hij zonder gewichten niet kon en dat was nou ook weer niet de bedoeling.

Drank

Soms wilde het nog wel eens gebeuren dat Peter, als hij op het podium stapte, het feit dat hij zijn belastingformulier nog moest invullen niet los kon laten. Dagelijkse stress zat hem dus dwars op het podium. Naast concentratie oefeningen is Peter bij wijze van experiment met Hans Dulfer gaan jammen. Eerst nuchter, vervolgens met een biertje, toen met nog een,.. enz. Conclusie: Als Peter voor het optreden voelt dat 'het' er niet is, dan neemt hij één biertje. Twee biertjes gaan al ten koste van zijn fijne motoriek.

Paddestoelen

Eenmaal heeft Peter als experiment getapt onder invloed van paddestoelen. Niet alleen kwamen er prachtige tekeningen van Escher uit de voer, Peter ontdekte iets verrassends. Een rechtshandige tapdanser is rechtsvoetig. Links is standbeen, rechts is werkbeen. Onder invloed bleek links net zo virtuoos als rechts, en was rechts net zo stabiel als links. Eenmaal nuchter bleek dit te kloppen.

Rekenen

Neem een tik, neem vervolgens een andere tik en neem daarna een derde tik. Je hebt nu drie verschillende tikken. Hoeveel combinatiemogelijkheden heb je als een serie van drie tikken maakt, zonder een tik tweemaal te gebruiken? Antwoord 1 x 2 x 3 = 6 mogelijkheden. Doe er nog een tik bij en je hebt 1 x 2 x 3 x 4 = 24 mogelijkheden. Oefen al deze opties en je stuit al gauw op fysieke onmogelijkheden. Na een sprong volgt bijvoorbeeld altijd de landing. Je kunt niet eerst de landing doen en daarna de sprong. Het zijn vaak deze 'onmogelijkheden' die Peter onderzoekt. De ene keer blijkt iets na maanden inderdaad onmogelijk, de andere keer vindt hij toch een oplossing.


Voor contact: mail naar peterkuit@telfort.nl of bel: 06 220 45 437

 

Startpagina     Biografie     CV     Kritieken     Discografie     Experimenten    Speellijst    Links