Geslacht Tack/de Brueys Tack woonachtig Amsterdam, vermoedelijk Duits
Bron: Ned. Patr. 1913Deze Protestantse familie voerde een wapen met in zilver een rood hertegewei, als helmteken een gewei met dekkleden in zilver en rood.
Dit wapen is identiek met het wapen van Wilhelmina Tack in de 16e eeuw te Dordrecht vermeld als vrouw van Matthijs Berck en identiek met het wapen van Ruwald en Vrederick Tack reeds in de 15e eeuw vermeld als schepen te Duisborch.
Andries zou afkomstig zijn van Den Ham; mogelijk onder Ommen, bij Bellingwolde (Gr) of bij Zuidhorn (Gr)
I. Andries Tack, geb. den Ham(?) 31-05-1703, woonde te Amsterdam in de Kalverstraat, het 3e huis van den Dam, poorter van Amsterdam 27-09-1743, overl. 28 jan, begr. 2 febr. 1770 Amsterdam (in de Nieuwe kerk) huwt 22-01-1736 Amsterdam (Oude kerk) met Hermina (van Kessel) ged. 20-02-1710 Arnhem, overl. 14 nov. begr. 19 nov. 1760 Amsterdam (Nieuwe kerk) dochter van Jan Leenderts en Jacomina van Reemst.
II. Willem Carel Tack, geb. 21 sept. ged. 24 sept 1738 Amsterdam (Nieuwe kerk), koopman op de Heerengracht bij de Leidschestraat te Amsterdam, bewoonde des zomers huize "Voorbaan" onder Haarlem, overl. 21-07-1817 Amsterdam, huwt 24-04-1763 Amsterdam (Engelsche kerk) met Johanna de Brueys, geb. 5 dec. ged. 8 dec. 1734 ’s-Gravenhage (Groote kerk) overl. 14 sept. begr. 19 sept. 1770 Amsterdam (Oude kerk) dochter van Jean Israël de Brueys en Susanna Sandrain.
III. Benjamin Tack, geb. 13 maart, ged. 16 maart 1768 Amsterdam (Nieuwe kerk) koopman, overl. 26-06-1802 Amsterdam, huwt 27-07-1788 Amsterdam met Anna Lincklaan, geb. 02-08-1766 Amsterdam , overl. 09-08-1831 Doesburg, dochter van Anthony Quizina Lincklaan en Geertruy Hoeven. Zij hertrouwt met Gerrit Wolters.
IV. Benjamin Tack, geb. 13-10-1799 Amsterdam, wethouder te Doesburg, overl. 12-12-1883 Doesburg, huwt 28-08-1823 Velp met Françoise Caroline Madelon barones van Eck van Overbeek, geb. 18 nov. ged. 15 dec. 1803 Arnhem, overl. 16-06-1879 Doesburg dochter van Samuel baron van Eck van Overbeek en Jacoba Louise barones van Lijnden.
Uit dit huwelijk:
Va. Mr. Jan Carel de Brueys Tack, geb. 28-06-1835 Doesburg, kreeg bij Kon. Besluit d.d. 29-11-1900, no. 41 vergunning den naam de Brueys voor den zijne te voegen, griffier kantongerecht te Schoonhoven in 1864, kantonrechter te Sluis in 1868, idem te Sliedrecht na 1870, overl. 19-06-1911 ’s-Gravenhage, huwt 02-03-1866 Doesburg met Cornelie Magdalena de Bruyn, geb. 15-10-1831 Sassenheim, overl. 27-05-1907 Sliedrecht, dochter van Benedictus Johannes de Bruyn en Marytje Westerbeek.
Uit dit huwelijk:
Vb. Mr. Willem Carel Tack, geb. 26-09-1838 Doesburg, burgemeester van Kesteren en Aalten, huwt 05-06-1873 Bredevoort (gem. Aalten) met Cornelia Johanna Paré, geb. 02-08-1848 Bredevoort, dochter van Ds. Daniël Mathijs Paré en Gerarda Joanna Broekman.
Uit dit huwelijk:
VIa. Benjamin de Brueys Tack, geb. 26-08-1867 Schoonhoven, luitenant ter zee, Rijkshavenmeester van het Noordzeekanaal, huwt 26-07-1894 Dordrecht met Adeline Jacoba Henriëtte Wilhelmina Timmers Verhoeven, geb. 12-10-1867 Aarlanderveen, dochter van Mr. Hendrik Timmers Verhoeven en Marie Aletta Blume (IJmuiden)
Uit dit huwelijk:
VIb. Samuel Tack, geb. 19-07-1877 Gorssel, rijksontvanger, huwt 02-04-1909 Enschede met Johanna Elderink, geb. 02-04-1884, dochter van Hermannus Gerhard Elderink en Catharina Anna Margaretha ter Kuile (Onderdendam)
Uit dit huwelijk:
Raadsheer, Keizerlijk hof te Den Haag
BRUEYS, Benjamin de; Personalia: ged. Den Haag 6-5-1742 - + Den Haag 22-8-1825; zn. van Jean Israël en Susanne Sandram; tr. 1. 1777 Cecilia Elisabeth van Beusekom (overl. 1785), dr. van Leonardus Wilhelmus, notaris te 's-Hertogenbosch, rentmeester van de geestelijke goederen in Peelland, 2. 1789 Aernoldina Roosendael, dr. van Stephanus Azn. en Jacoba Godefrida Neomagus. Zoon was te Utrecht hoogleraar statistiek; dochter Cecilia huwde met de latere Utrechtse hoogleraar handelsrecht A.C. Holtius; Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1765); 1765 admissie advocaat Hof van Holland; 1795 raad in het Hof van Justitie van Bataafs Brabant te Den Bosch, sinds apr 1796 raadsheer Hof, c.q. Departementaal Gerechtshof van Utrecht, in 1810 president van dit Hof, in 1799 benoemd tot raadsheer Departementaal Gerechtshof van de Rijn, bleef tot zijn overlijden raadsheer Hooggerechtshof; in 1821 werd van hem opgemerkt dat hij wegens zijn zwakke gezondheid niet meer is staat was zijn post waar te nemen. Opgave 1810: verklaarde een matig vermogen te bezitten; was eigenaar van kasteel Henckenshage te St.-Oedenrode; was toen gehuwd en had vier kinderen en twee kleinkinderen; heeft voor zijn functie als raad te Utrecht f 250,- in de landskas gestort (gebruikelijk te Utrecht; laag bedrag); Boezemvriend van Boudewijn Donker Curtius. Trad in 1794 op als adviseur van Pichegru; Brief van zes kantjes aan anonieme vriend over de oorlogstoestand in en om St. Oedenrode in september 1794. Bronnen: Mommers, Brabant, 347-348; ARA MJP, 331, 34; W. Cornelissen, "Oorlogslasten in Sint-Oedenrode in 1794" Heemschild 24 (1990) 125-135; A//////RA, MvJ, 5022; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B; G.C.J.J. van den Bergh e.a., Rechtsgeleerd Utrecht (Zutphen, 1986, 58);
Bron: Dr. Maarten W. van Boven, website http://members.home.nl/m.v.boven/KHHaag.htm.