Kinderfysiotherapie bij zuigelingen

Na de geboorte begint een kind meer en meer te bewegen. Allereerst draait het zijn hoofd opzij en later tilt de baby het hoofdje op. De armen worden daarna gebruikt om te steunen, te spelen en om zichzelf voor- en achteruit of rond te duwen. De romp wordt sterker en later ook de bil- en beenspieren. Het kind kan (gaan) zitten, kruipen of op een andere manier verplaatsen. Tot slot komt het moment van gaan staan en lopen.

Door te bewegen gaat een zuigeling zichzelf en zijn omgeving ontdekken. Hij leert hierdoor ook zijn zintuigen te gebruiken, kijken, voelen, proeven, horen. Het werkt ook andersom: als een kind geïnteresseerd is in zijn omgeving dan wil het gaan bewegen. Zo wordt het stap voor stap zelfstandiger.

Wanneer kinderfysiotherapie?

Soms gaat de ontwikkeling anders of langzamer dan u verwacht. Het is meestal niet zo belangrijk hoe snel een baby zich motorisch ontwikkelt maar wel dat hij zich goed ontwikkelt.
Wanneer u vragen heeft of zich zorgen maakt over de motorische ontwikkeling kunt u uw kind laten onderzoeken door een kinderfysiotherapeut.

Wij denken bijvoorbeeld aan baby's die:

Wat doen wij?
Wij onderzoeken uw kind goed.
In overleg met u bespreken we wat we tijdens het onderzoek hebben gevonden. Wij bespreken ook hoe wij denken u en uw kind het beste te kunnen helpen. Als het nodig is vragen we in overleg met u verder onderzoek aan.
Wij stellen gezamenlijk een behandeldoel op.

We zullen u als ouder advies geven over de manier waarop u uw baby kunt stimuleren om dié stapjes in zijn motorische ontwikkeling te maken die niet vanzelf gaan.
De meeste oefeningen gaan op schoot en spelenderwijs.
Wij stellen uw huisarts en eventuele andere medisch betrokkenen op de hoogte van onze bevindingen.

Waar is de therapie?
De therapie kan bij zuigelingen, vooral in het begin, aan huis in de eigen omgeving plaats vinden. Dit doen we als de therapie vooral bestaat uit advies over houding en verzorging. Omdat dit vooral thuis gebeurt, is het goed om vooral daar en met de middelen die thuis zijn aan de slag te gaan! Een tweede reden kan zijn dat vooral bij prikkelbare zuigelingen de therapie vermoeiend is. Een reis naar de praktijk is dan al een hele gebeurtenis en zo wordt het ritme van het kind zo min mogelijk verstoord.
We kunnen ook op crèche of kinderdagverblijf komen om advies te geven.

Nieuwe meetmethode: Plagiocephalometrie
Veel baby's worden tegenwoordig aangemeld met een voorkeurshouding (als ze meer dan driekwart van de tijd naar dezelfde kant kijken)
waardoor de schedel aan één kant plat wordt. Dit kan gevolgen hebben voor de algemene motorische ontwikkeling, soms worden bewegingen moeilijker de "niet voorkeurskant" kant op. Daarnaast is het jammer wanneer een hoofd erg scheef wordt. Voor de groei van de hersenen heeft dit geen gevolgen maar mooi is het niet .
We kunnen de scheefheid tegenwoordig goed meten door een thermoplastisch bandje om de schedel te leggen dat de vorm van de schedel vast houdt. (Plagiocephalometrie) Aan de hand hiervan kunnen we berekenen hoe scheef de schedel is en dus ook of de therapie het gewenste effect heeft.

Soms is de oorzaak van de voorkeurshouding een standsafwijking van een wervel in de nek. Dit komt bijvoorbeeld door de positie in de baarmoeder komen of door krachten die tijdens de bevalling inwerken op de nek.
In dat geval kan het voorkomen dat wij u vragen om met uw baby ook naar de manueeltherapeut te gaan. Deze kan een beperking van de bewegelijkheid tussen de wervels goed beoordelen en behandelen.

Wij werken samen met Dhr.Max Borg, manueeltherapeut, gespecialiseerd in behandeling van zuigelingen.