Op onderstaande foto zie je mijn eerste duivenhok. Geheel links zie je een zelfgemaakte spoetnik van gaas die toegang geeft tot het gezamenlijke halletje. In het midden de afdeling voor de weduwnaars (de eerste jaren speelde ik op nest). De voorwand bestond uit plastic golfplaatjes. Aan de rechterkant is de afdeling voor de jonge duiven. Op de foto zit een plaat voor de uitvliegopening, maar hier was ook een zelfgemaakte spoetnik voor te hangen.
Op de foto rechtsboven is de afdeling voor de jongen te zien. Het plafond bestaat uit kartonnen dozen en de zitschapjes zijn oude steigerplanken.



D
e prestaties met de jonge duiven waren zeer goed te noemen. Die van de oude duiven kon een stuk beter. Zij bleven niet goed gezond. De bijna altijd natte muren zorgden vaak voor coccidiose en wormen. Een droge zomer was schijnbaar perfect voor de jongen. Ook liepen er in de winter vaak meer muizen rond dan duiven. Het werd tijd voor een echt duivenhok. Via de reeds eerder genoemde oom kwam er een tuinhok. Op de tweede foto rechts zie je hoe dit hok van de platte wagen wordt getild. Het hok voldeed echter niet aan de verwachtingen, en omdat het ook al niet meer in een al te goede staat verkeerde, werd er uitgekeken naar een ander duivenhok.



O
p bovenstaande foto zie je het hok dat in het najaar van 1989 werd geplaatst. Het hok dat in Veghel werd gekocht moest daar nog wel over een schutting gehesen worden (foto 3). Dit oorspronkelijke hok bestond uit 3 afdelingen (foto 4). Al meteen werd er een extra afdeling bijgemaakt, en de ingang naar het midden verplaatst. Er was nu plaats voor zes en negen koppels oude duiven en twee afdelingen voor de jongen. Ook werd er nog een apart hokje geplaatst voor zes kweekkoppels. De prestaties met de oude duiven ging met een grote sprong omhoog. Die van de jongen echter naar beneden. Ornithose was hier het grote probleem.



I
n 2001 werd er verhuisd. Vanaf een boerderij met je duivenhok op een grote vlakte, naar de bebouwde kom tussen andere huizen, is een hele andere verandering. Je manier van duiven houden is heel anders. Rekening houden met je buren is een heel belangrijke factor, en het uitwennen van je jonge duiven is veel moeilijker. Er werd een hokje van 4.50 meter gebouwd. Een afdeling voor negen weduwnaars en eentje voor ongeveer 30 jongen. Een jaar later werden er kleine rennetjes voor geplaatst. Het dak was licht oplopend, wat in 2010 werd vervangen door een ruimere kap. Ook is er in het schuurtje plaats voor zes kweekkoppels.