Vorige

Home

Volgende

Anloo, sarcofaagdeksel noordzijde, 2005
In de noorderschipgevel boven de gedichte noordingang is een trapeziumvormig sarcofaagdeksel van Bentheimer zandsteen ingemetseld in een oorspronkelijk daar aanwezige beeldnis. De versierde rand die het zeer waarschijnlijk heeft gehad, is afgehakt. Op dit deksel is frontaal een biddende mannenfiguur in reliŽf afgebeeld, die de overledene moet verbeelden. Hij draagt een kort gewaad met gordel en houdt de handen rechtop voor zijn borst in een gebaar dat bij de vroeg-christelijke sarcofagen een 'orante' genoemd wordt. Het deksel stamt zeer waarschijnlijk uit de tweede helft van 12e eeuw.2 Er zijn diverse speculaties geweest wie de afgebeelde overledene toch wel mocht zijn. Sommigen houden het op de apostel Willehad, die het evangelie predikte in Drenthe. Anderen denken dat het is ter herinnering aan een zekere Theodgrim die in 820 de kerk gesticht zou hebben.3

1. Ozinga, 1944: 341 e.v.
2. Van Deijk, 2002: 34.
3. Ozinga, 1944: 342.