Vorige

Home

Volgende

Beilen, toren vanuit het westen, 2008
De kerktoren van Beilen met zijn elegante naaldspits bestaat uit vier geledingen, waarvan de onderbouw aan de westzijde een gotische ingangspartij heeft. De bovenste drie geledingen zijn voorzien van hoge, slanke spitsboognissen met gotische vorktraceringen en met in de bovenste geleding de galmgaten. De tot de "Drentse torenfamilie" behorende toren wijkt met zijn brede nis in de tweede geleding aan de westzijde echter wel enigszins af van het gebruikelijke patroon (zie hierover de volgende pagina).
De Beiler toren wordt dus tot de zogenaamde "Drentse torenfamilie" gerekend. Gemeenschappelijk kenmerk voor deze torenfamilie is dat elke vrijliggende zijde van de tweede, de derde (en de vierde) geleding een hoge, diepe spitsboognis heeft, gedeeld door een middenstijl. De nissen in de bovenste geleding bevatten de galmgaten. De torenbekroningen zijn echter wel verschillend. Torens van het Drentse type treffen we, behalve in Beilen, ook aan in  Dwingeloo, Havelte, Kolderveen, Oosterhesselen, Rolde, Ruinen en Ruinerwold. Ze zijn mogelijk toe te schrijven aan 'Johan die Wercmeyster' een welgestelde inwoner van Ruinen. Deze blijkt omstreeks 1380 te Ruinen gevestigd te zijn en was zeer waarschijnlijk architect.1  

Onder: Aan de noordzijde is de toren voorzien van een rechthoekig uitgebouwde traptoren met lessenaarsdak.

Beilen, traptoren noordzijde, 2008

 


1. Janssen, 1983: 128 e.v. Zie ook: Boivin e.a., 1991: De bouwgeschiedenis