Vorige

Home

Volgende

Diever, interieur naar het oosten, 2007 
Het witgepleisterde interieur wordt in steen overwelfd door kruisribgewelven. Het één trede verhoogde koor is door een ingesnoerde triomfboog van het schip gescheiden. Koor, schip en zuidbeuk zijn sinds de restauratie in 1955-1959 weer in steen overwelfd. Ook de triomfboog is toen hersteld. De gewelven waren verloren gegaan bij de brand in 1759.1 In de tussenliggende twee eeuwen had de kerk een vlakke houten zoldering. Het koor heeft spitsboogvensters, waarvan het centrale venster voorzien is van gebrandschilderd glas-in-lood, waarover later meer. Op de grens van koor en schip bevindt zich de 20e eeuwse avondmaalstafel.
De kansel staat sinds de restauratie aan de noordzijde van de triomfboog. Voordien bevond ze zich aan de zuidzijde. Het doophek is niet herplaatst.2 Het zitmeubilair in koor en schip bestaat uit knopstoelen.
De vloeren van koor en schip zijn belegd met resp. grijze en rode vloertegels. 


Onder: De rechthoekige koortravee wordt overdekt door een kruisribgewelf. De driezijdige koorsluiting wordt overkluisd door een straalgewelf met zes ribben die opgaan van eenvoudige kraagstenen en samenkomen bij de sluitsteen. 

Diever, de gewelven over het koor, 2007



1. Steensma, 1977: 67 vermeldt dat koor, schip en zuidbeuk hun gewelven herkregen. Reijs en Stenvert noemen in deze alleen het herstel van de gewelven van schip en zuidbeuk.
2. Steensma, 1977: 67.