Vorige

Home

Volgende

Diever, gebrandschilderd koorvenster, 2007
In het centrale koorvenster bevindt zich een gebrandschilderd glas-in-lood venster uit 1940  Dit ter herinnering aan Maria Hillegonda Mulder, die in de periode 1920-1940 hier organiste was. Het venster werd ontworpen door de Groninger Ploegschilder Johan Dijkstra en draagt als voorstelling een predikende Christus. In de banderollen staan de drie zaligsprekingen uit Mattheus 5: 7, 8 en 9. Het benedendeel toont een gotisch gewelf met daarachter een pijporgel. De teksten daarop luiden linksonder: ter gedachtenis aan / maria hillegonda mulder / en rechtsonder: : organiste in deze/  kerk / 1920-1940 / 10 augustus 1940.

Onder: In de koorvloer ligt een 12e eeuwse sarcofaagdeksel  van rode zandsteen, dat blijkens de ingehakte wijdingskruisen ook als altaarmensa dienst heeft gedaan. In het midden  is een medaillon zichtbaar.1
Ook in de sluiting van de zuidbeuk ligt een zandstenen grafdeksel met ingehakte wijdingskruisen. In een altaarsteen werden vijf wijdingstekens ingebeiteld, namelijk op elk der vier hoeken en in het midden één. Ze symboliseren de vijf wonden van Christus. Dergelijke wijdingskruisen "zijn te beschouwen als een bezegeling van en herinnering aan de wijding van het altaar."2 Na de Reformatie werden de altaren uit de kerk verwijderd. Soms werden de zware dekplaten ter versteviging van de vloer gebruikt, maar ook werden ze soms voor de toegangsdeur van de kerk gelegd, zodat ieder die er binnenging het 'oude' met de voeten moest treden om in de 'nieuwe' kerk te komen. 

Diever, sarcofaagdeksel en altaartafel, 2007 




1. Hilbrandie-Meijer, 1996: 154.  Kuiken (2006: 158 e.v.) wijst erop dat de tot in de 12e eeuw geïmporteerde sarcofagen kostbare elitegraven waren. In een eerdere publicatie maakte hij o.a. verschil tussen sarcofagen: natuurstenen grafkisten uit één stuk ('monolieten') en grafplaten: stenen 'zerken', mogelijk oorspronkelijk deksels van sarcofagen of van grafkeldertjes (Kuiken, 2004: 5). Het gaat hem beslist te ver om alle zandstenen altaarplaten en grafplaten als sarcofaagdeksels aan te duiden. Mogelijk zijn ze volgens hem uit kerken elders aangevoerd. Ook hun trapeziumvorm lijkt veelal wel te wijzen op gebruik als romaanse grafplaat, maar daarom hoeft het in zijn optiek niet zondermeer om een sarcofaagdeksel te gaan. 
2. Steensma, 1998: 205.