Vorige

Home

Volgende

Dwingeloo, de toren vanuit het zuiden, 2007 
De kerktoren van Dwingeloo met zijn fraaie ui-vormige bekroning (als die te Deinum Fr. en te Noordwolde Gr.) bestaat uit drie geledingen, waarvan de hoogopgaande onderbouw alleen aan de westzijde een ingangspartij heeft. De bovenste twee geledingen zijn voorzien van hoge spitsboognissen en spitsboogvormige galmgaten. De Dwingeler toren wordt gerekend tot de zogenaamde "Drentse torenfamilie". Gemeenschappelijk kenmerk voor deze torenfamilie is dat elke vrijliggende zijde van de tweede, de derde (en de vierde) geleding een hoge, diepe spitsboognis heeft, gedeeld door een middenstijl. De nissen in de bovenste geleding bevatten de galmgaten. De torenbekroningen zijn echter wel verschillend. Torens van het Drentse type treffen we, behalve in Dwingeloo, ook aan in Beilen, Havelte, Kolderveen, Oosterhesselen, Rolde, Ruinen en Ruinerwold. Ze zijn mogelijk toe te schrijven aan 'Johan die Wercmeyster' een welgestelde inwoner van Ruinen. Deze blijkt omstreeks 1380 te Ruinen gevestigd te zijn en was zeer waarschijnlijk architect.1
Een bijzonderheid is dat de schipgevel aan de zuidzijde is doorgetrokken tot halverwege de toren. 

Onder:  De westzijde van de toren heeft een korfbogige ingang met daarboven een spitsboognis voorzien van een vorktracering. Voor 1951 bevond zich hier een venster, enigszins vergelijkbaar met dat van de hier links getoonde zuidgevel.2 

Dwingeloo, ingang westzijde, 2007 


1. Janssen, 1983: 128 e.v. Zie ook: Boivin e.a., 1991: De bouwgeschiedenis.
2. Smit, 1982: 99.