Vorige

Home

Volgende

Dwingeloo, interieur Batinghekapel naar het noorden, 2007
De in steen overwelfde kapel aan de noordzijde van het schip is door een spitsboog naar het schip geopend. Het kruisribgewelf  bleef bij de al eerder genoemde brand gespaard. Vele generaties lang was de kapel in het bezit van de bewoners van het huis Batinghe, een van de vier havezates die Dwingeloo rijk was. In de Batinghekapel staat een eenvoudige herenbank uit 1923-1925 in de vorm van een dubbele bank met verhoogd achterschot. Het vorige, eveneens eenvoudige, exemplaar ging bij de dorpsbrand verloren. Smit neemt aan 'dat in de Franse tijd het fraaie ,,heerlijke gestoelte" in de Batingher kapel moet zijn vernield'. Ook de kerk van Dwingeloo had toen te lijden onder het gelijkheids-ideaal. Familiewapens, versieringen, opschriften op grafzerken, alles wat maar enigszins met rang of stand te maken had werd toen opzettelijk weggehakt of uit de kerk verwijderd.1   
De nog juist zichtbare nis in de westwand van de kapel zal een overblijfsel zijn van de eigen ingang die zeer waarschijnlijk de heer van Oldengaerde, sinds 1832 eigenaar van het huis Bathinge, rond 1846 had laten aanbrengen. Bij de restauratie in 1923 werd die ingang gedicht.2  

1. Smit, 1982: 122.
2. Smit, 1982: 124.