Vorige

Home

Volgende

Gasselte, doopbekken op stander, 2008
Bij de kansel staat een geelkoperen doopbekken uit 1696 op een smeedijzeren stander daterend uit ongeveer 1780.1 Doopbekkens op smeedijzeren standers kwamen met name in het noord-oosten van ons land voor. Waar elders koperen doopbekkens gebruikt werden, waren deze veelal met behulp van een houder of arm bevestigd aan de voet van de kansel.
Na de Reformatie werden de oude doopvonten als reactie veelal uit de kerken verwijderd of buiten gebruik gesteld. Fraaie stenen doopvonten uit de romaanse tijd (zie bijvoorbeeld die van Roden, Sleen en Vries bij inhoud onder Home van deze website), maar ook grote koperen doopvonten met als deksel een rijke gotische 'torenopbouw' raakten in onbruik en of verdwenen spoorloos. Eenvoudige koperen bekkens als hier beschreven en afgebeeld kwamen er voor in de plaats. Pas na 1800 komt er weer een voorkeur voor mooie en opvallende doopvonten.2

1. Reijs: 1986: 77.
2. Van Swigchem e.a., 1984: 207.