Vorige

Home

Volgende

Kolderveen, toren vanuit het zuidoosten, 2006
De kerktoren van Kolderveen is waarschijnlijk het oudste deel van de kerk. Hij wordt gerekend tot het zogenaamde "Drentse torenfamilie". Gemeenschappelijk kenmerk voor deze torenfamilie is dat elke vrijliggende zijde van de tweede, de derde (en de vierde) geleding een hoge, diepe spitsboognis heeft, gedeeld door een middenstijl. De nissen in de bovenste geleding bevatten de galmgaten. De torenbekroningen zijn echter wel verschillend. Torens van de "Drentse torenfamilie" treffen we,  behalve in Kolderveen, ook aan in Beilen, Dwingeloo, Havelte, Oosterhesselen, Rolde, Ruinen en Ruinerwold. Ze zijn mogelijk toe te schrijven aan 'Johan die Wercmeyster' een welgestelde inwoner van Ruinen. Deze blijkt omstreeks 1380 te Ruinen gevestigd te zijn en was zeer waarschijnlijk architect.1  
De toren van Kolderveen voldoet op onderdelen niet volledig aan de hiervoor genoemde kenmerken van het Drentse torentype. Vanwege de rondboog in de tweede geleding staat hij volgens Steensma aan het begin van de ontwikkeling van het Drentse torentype.2 Door anderen wordt betwijfeld of hij wel een echt lid van deze torenfamilie is.3 De onderste geleding van de toren te Kolderveen is dubbelhoog (heeft dus eigenlijk twee geledingen), de nis in de tweede geleding is nog rondbogig, die in de derde met de galmgaten is echter wel al spitsbogig (zie linksonder). De torennissen zijn bij de laatste restauratie in hun oude vorm hersteld. De nis voor de toreningang is eveneens spitsbogig (zie rechtsonder).
De toren van Kolderveen had in plaats van het huidige piramidedak, blijkens een pentekening van  Pronk uit 1732, vroeger  een zadeldak.4

Kolderveen, toren zuidzijde, detail, 2006

Kolderveen, torenportaal, 2006


1. Janssen, 1983: 128 e.v. Zie ook: Boivin e.a., 1991: De bouwgeschiedenis
2. Steensma, 1977: 115.
3. Janssen, 1983: 128.
4. Ipenburg e.a., 1974: 4.