Vorige

Home

Volgende

Kolderveen, verwarming door oliekachels, 2006 
Pas in de 19e eeuw verschenen ter verwarming ijzeren kachels in kerken.1 Daarvoor waren de kerkgebouwen onverwarmd. De kerkgangers moesten zich maar warm kleden. Voor de ambtsdragers binnen het doophek, de magistraten, enkele bevoorrechten en zij die het konden betalen bood de kerkstoof met vuurtest in de wintermaanden enig soulaas. De komst van kachels betekende dus een aanzienlijke verhoging van het comfort. Verfraaiing van het interieur was het stellig niet. Lange kachelpijpen doorsneden vaak de ruimte. Bovendien bracht het met zich mee dat kerkgangers die dicht bij de kachel zaten met behulp van schermen tegen de overmatige hitte moesten worden afgeschermd.
De kerk van Kolderveen wordt verwarmd met behulp van twee oliekachels. En aan de zuidzijde op de grens van koor en schip en n aan de noordzijde nabij het noordportaal.  Ook hier wordt gebruik gemaakt van lange kachelpijpen voor afvoer van de rookgassen, zij het wel dat ze bescheiden langs de wand zijn aangebracht. 

Kolderveen, oliekachel - detail, 2006


1. Van Swigchem e.a., 1984: 301