Vorige

Home

Volgende

Oosterhesselen, havezate De Klencke, 2008
Door de eeuwen heen hebben de heren van havezate de Klencke een nauwe band onderhouden met de kerk van Oosterhesselen. Zij wisten rond 1700 het collatierecht te verwerven met de daaraan verbonden rechten: om de predikant, koster/schoolmeester te benoemen, om in de kerk te worden begraven en om er een eigen bank te plaatsen. In de kerk komt dat o.a. nog tot uiting in de aanwezigheid van de zogenaamde "Klenckerbank" en van het rouwbord ter nagedachtenis aan Martina Cornelia Jacoba van Heukelom, echtgenote van Haro Casper von Inn und Knyphausen tot de Klencke. De "Klenckerbank" en het rouwbord zijn dus nog in de kerk aanwezig, maar de grafzerken van bewoners van havezate de Klencke niet meer. Naar verluid zijn de 17e en 18e eeuwse grafzerken, als gevolg van een geschil tussen jonker Johan van Welvelde en het kerkbestuur, door hem uit de kerk gehaald en overgebracht naar de havezate. Op het voorterrein liggen nog de grafzerken van Swer Jorrien van Welvelde (1635) en van Zeino Jan van Welvelde (1775).1 De overige zerken zijn rond 1840 als bouwmateriaal hergebruikt en in stroken gezaagd om te dienen als plint van het op het landgoed nog aanwezige bouwhuis (zie onder).2

Oosterhesselen, plint met versneden grafzerken, 2008 

1. Reijs, 1986: 94.
2. Lesschen, 2007: 24.