Vorige

Home

Volgende


Uithuizermeeden, 13e eeuws meloenvormig koepelgewelf, 2005
Het gewelf van de oostelijke schiptravee dateert nog uit de bouwtijd, rond 1250. Het schip bestond toen waarschijnlijk uit drie traveeŽn die overkluisd werden door meloenvorige koepelgewelven met acht ronde ribben. Door modernisering, in 1600 verrees het nieuwe koor, herstel van het deels ingestorte gewelf en uitbreiding van het gebouw met de dwarsarmen in 1705 werden de romano-gotische gewelven successievelijk vervangen door gotische kruisribgewelven.1 Uitgezonderd het gewelf van de oostelijke schiptravee dat zijn oorspronkelijke vorm behield. De fraaie, hier in een stervorm in en rond de sluitring blootgelegde decoratie toont het kleurenschema dat in de romano-gotiek gebruikelijk was. Het lijkt erop dat de gewelven ook verder zijn beschilderd. Dit zou kunnen pleiten voor verdere ontpleistering. Van der Ploeg raadt aan de situatie te laten zoals deze is, zolang er geen constructieve noodzaak tot verder ingrijpen is. Dit ook mede gelet op het monumentale protestantse kerkinterieur, waarvan hier sprake is. Een kerkinterieur dat langzamerhand tot de zeldzaamheden gaat behoren.2 Op deze gewelfschilderingen komen we verderop nog terug. 

1. Juk, 2004: 115 e.v.
2. Van der Ploeg, 2002: 60