Vorige

Home

Volgende

Zeerijp, interieur naar het westen, 2004
Het schip heeft hoogoprijzende meloenvormige koepelgewelven met acht ribben, die uitkomen in een sluitring. De gewelfvelden zijn in romano-gotische baksteenimitatiepatronen geschilderd. 
De kerkbanken staan in het midden met ter weerszijden langs de gevel een pad. Voor de laatste restauratie waren de banken tegen de gevels geplaatst, gescheiden door een middenpad, hetgeen een nog grotere ruimtewerking gaf.1 
De kansel staat bij de noordwestelijke vieringpijler.
Midden voor de kansel is een voormalige avondmaalstafel met daarop een lezenaar geplaatst
Het orgel steunt op een balkon tegen de westwand. Het hangt als een zwaluwnest aan de westgevel. 
Al met al een bijzonder stemmig en sfeervol geheel. 

1. Steensma, 1982:160