kapitein tje

op zoek naar zeeland

 

mariël otten 2008-2020 © id img txt

     
 
OVER DE BOOMDIJK NAAR ARNEMUIDEN
't Winkeltje van Thona
en van Jan van Thona
Otje door Corrie
Arnemuidse meisjes
De visleurster
De klok van Arnemuiden
De vloot in Vlissingen
Museum Arnemuiden
't Uusje van Eine
De werf van Meerman

ZIE OOK

Oranjemuiden
Behoud Hoogaars
Zeeuwse visserstruien

LINKS

Ondernemend Arnemuiden
Historische Vereniging Arnemuiden
Museum Arnemuiden
Historische Scheepswerf Meerman
Stichting Behoud Hoogaars
 

't winkeltje van thona

mariël [txt+img] 2013-06-26

Het begon allemaal in haar huisje aan het einde van de Noordstraat. Hier begon Thona de Troije ("dutroo" op z'n Arnemuids) op nummer 52 een manufacturenwinkel. Ze woonde er zelf boven, met haar vier kinderen. Ze had altijd al veel naaiwerk gedaan: doeken, beuken, schorten, mutsen en was gespecialiseerd in het leveren van stoffen en vervaardigen van onderdelen voor de Arnemuidse klederdracht. Tot op hoge leeftijd maakte ze prachtige klederdrachtpoppen. Ze overleed in 1988 op 78-jarige leeftijd.

In het boek "Er zit geen brood meer in. Zeeuwse zaakjes die er bijna niet meer zijn" (Paard van Troje, Goes 2012) halen dochter Corrie en zoon Jan herinneringen op aan die beginjaren. In de huiskamer werd genaaid, de bedstee deed dienst als opslagruimte en in het achterhuis werd een winkeltje ingericht: een toonbank, een paar planken en een kast. Ze had eerst een draaier, zo'n machine die je met de hand moest draaien. Daarna kreeg ze een trapper, dan had je beide handen vrij. Vlak na de oorlog kwam er een zigzag (een rammelkast) en kort na de Ramp een nieuwe Pfaff.

Dochter Corrie (ook een Pfaff) zat al achter de naaimachine nog voor ze naar school ging. Moeder helpen, eerst gewoon recht-toe-recht-aan-werk: schorten en ondermutsen oprimpelen, haakjes en oogjes aan beuken zetten.

Aan klandizie geen gebrek. Het bescheiden winkeltje groeide uit tot een grote confectie- en textielzaak. Ze gingen verhuizen en verbouwen: halverwege de Noordstraat op (toen) 68 (nu huisnummer 28). Dochter Corrie van de Ketterij-Maljaars (1931) achter de naaimachine, zoon Jan Maljaars (1937) in de winkel. Na diens huwelijk kwam ook zijn vrouw Mop (1935) in de winkel werken. Er kwam van alles bij: herenkostuums, jurken, rokken, sokken, wanten voor de vissers, poppen aankleden, en ook gordijnen en vloerbedekking. Er werd een pandje bijgetrokken. Er kwam eerst één, daarna nog een winkelmeisje.

De afgelopen jaren is het juist andersom gegaan. Er zijn veel minder vrouwen en mannen die de dracht nog dagelijks dragen. Ook zijn de originele stoffen - zoals pilo voor de boezeroen - allang niet meer te krijgen. Ze betrokken een kleiner pand en doen alleen nog in (stoffen voor) boerengoed.

Moeder Thona (op de foto rechts van een ansichtkaart) was haar ganse leven draagster. Waar ze ook ging, ze kwam in dracht - tot in Australië, op bezoek bij haar zus, aan toe. Corrie, zelf inmiddels in de 80, is geen draagster, eigenlijk nooit geweest. Vandaag kleed ze mij aan als Arnemuidse.

Foto Cas Oorthuys in Museum Arnemuiden

Corrie in Museum

Foto Ben Seelt in het boek "Er zit geen brood meer in"

Bronnen: Historische Vereniging Arnemuiden en Willem van Dam, Jan Jansen en Ben Seelt, "Er zit geen brood meer in. Zeeuwse zaakjes die er bijna niet meer zijn", Het Paard van Troje, Goes 2012.