kapitein tje

op zoek naar zeeland

 

mariël otten 2008-2020 © id img txt

     
 
DE HARTSLAG VAN 'N DORP
Het verhaal van '44
Westkapelle herrijst
Het Polderhuis
Gesprek met Pier Suze
Pier Suze & de Heiploeg
Pier Suze & het Westkappels Kwartet
Wasschappelse Blokjes
Monument voor Molukkers

ZIE OOK

Glazen Huis op Westkappelse Windhoek
Fotoserie Traditiedag 2012 & De Wasschappelse Heiploeg
Het Gat van Westkapelle

LINKS

Polderhuis Westkapelle
 

westkapelle: de hartslag van 'n dorp

mariël [txt+img] zomer 2012

Omdat ik alles wil weten over folklore, volkscultuur en erfgoed, gaat kapitein Otje in de zomer van 2012 op zoek in Westkapelle. Ik heb er gesprekken over de Wasschappelse Blokjes en de Heiploeg, maar je kunt in dit dorp niet om de oorlog heen.

In oktober 1944 bombardeerden de geallieerden de zeewering bij Westkapelle, Vlissingen, Ritthem en Veere. Heel Walcheren met uitzondering van de hoogste plekken kwam onder water te staan. Daarbij vielen veel slachtoffers en Westkapelle werd grotendeels verwoest.

"De Westkappelaars, dat waren nog eens mensen, die trokken zich nergens iets van aan. Niet van radioberichten, niet van strooibiljetten, zij bleven waar ze waren!" zegt de dokter die naar Zoutelande is geroepen om te helpen bij een bevalling. "En de andere dag werden de dijken van Westkapelle gebombardeerd en vonden meer dan tweehonderd mensen de dood omdat ze niet wilden evacueren."
In: Zoutelande verhaalt het verleden 2009

Ada van Hoof heeft er een boek over geschreven: "Het niet vertelde verhaal van 44". Het geeft onder meer antwoord op de vraag waarom de Westkappelaars niet bijtijds zijn gevlucht. Dat kwam deels omdat de strooibiljetten waarmee men de bevolking wilde waarschuwen door de wind even buiten het dorp terecht kwamen en er niet "Westkapelle" stond maar "de monding van de Westerschelde" - dat is Vlissingen toch? Maar de belangrijkste reden was: waar moest men heen?

Op het verhaal van '44 volgt het verhaal van de wederopbouw. Westkapelle herrijst, maar niet zonder slag of stoot. De Westkappelaars hadden weinig te zeggen over de herbouw van hun eigen panden. Ze kregen een architect toegewezen en werden gedwongen te moderniseren. Ze hadden geen geld en wilden niet lenen. Ze keerden terug in noodwoningen, bunkers en nissenhutten (halfronde verblijven van gegolfd platstaal ter beschikking gesteld door de geallieerden). Ze waren niet alleen hun huis kwijt maar ook hun bezittingen. Westkapelle werd bij wijze van spreken het eerste Walcherse dorp waar men niet meer in streekdracht liep.

Op 12 oktober 1945 was de sluiting van het dijkgat een feit. In 1963 zou de laatste bewoner van zo'n noodwoning, Jan Kaland, een gewoon huis betrekken.

Anno nu oogt Westkapelle fris. Overal zie je rode baksteen, elk huis heeft rode dakpannen. De openbare gebouwen hebben dezelfde kleur steen, maar zwarte dakpannen. Met uitzondering van de directe omgeving van de vuurtoren is het dorp in een nieuwe, naoorlogse stijl opgebouwd. Het vroegere stratenpatroon werd daarbij grotendeels gehandhaafd. De dijk kwam meer landinwaarts te liggen en waar door de zware stroming een diepe geul was ontstaan, is nu de Kreek.

Het Polderhuis blijkt een centrale rol te vervullen in het dorp en de directeur, Ada van Hoof, niet van Westkapelle, wordt er op handen gedragen. Dat lijkt in tegenspraak met hoe er vaak over Westkapelle gedacht en geschreven wordt: een extreem gesloten gemeenschap waar iemand van buiten niet of niet eenvoudig binnen komt, stroeve mensen die niet met je willen praten...

"Heeft men interesse voor deze bevolking, haar leefwijze, haar sociale positie, haar ontberingen in de het laatste stadium van de oorlog en de ontzettende gevolgen, die dit voor haar gehad heeft, dan verdwijnt de stroefheid snel en krijgt men interessante verhalen te horen en warme gesprekken te voeren, waar ook de vrouw des huizes zich met veel verstand in mengt. En dan kunt gij Uw oor te luisteren leggen en hoort u de hartslag van dit levenskrachtige, elastische volk, hun wenschen, hun gewoonten, hun sterke tradities."
De architecten J.C. de Vries en H. de Rijk in: Bouwkundig Weekblad, 4 februari 1947

Bij deze wil ik de Westkappelaars, met name Piet van Rooijen (Pier Suze), bedanken voor hun tijd, enthousiasme en openheid.