kapitein tje

dracht & design

 

mariël otten © 2008-2021 id img txt

     
 
 
DRACHT & DESIGN
 VAN POPPEN TOT STRIPSHOW
 DE ZEEUWSE STREEKDRACHTEN KEREN TERUG
Workshop "de kunst van het kleden" [2014]
Mutsenmaker
Visserstruien
 LAAT ZIEN DAT JE ZEEUW BENT!
 KNOOP TE KOOP
 ONS BIN DE LESTE! [2010]

EN VERDER

Het paeremes en zijn makers. Gesprekken met Frans Dingemanse [2013]

LINKS

Stichting Zeeuwse Visserstruien
BLOG Blij dat ik brei
BLOG Tante Zoet
Stella Ruhe: Visserstruien
Louis Drent Fotografie
 

visserstruien

mariël otten © [txt;img] mei 2019

Klederdracht werd goed bewaard, niet gewassen en netjes opgeborgen. Visserstruien, het werkgoed van vissers tussen 1875 en 1955, zijn niet bewaard gebleven. Ze werden tot de draad toe afgedragen. Er zijn ook nooit breischema's, patronen en steken opgeschreven. Dochters leerden het van hun moeder. Toch zijn er exposities "visserstruien". Hoe kan dat?

Dé pionier op het terrein van visserstruien is Henriëtte van der Klift-Tellegen. Begin tachtiger jaren van de vorige eeuw zwierf ze drie jaar lang rond door Nederland, "van Moddergat tot Vlissingen", en sprak met tientallen mensen. Archivarissen doken in hun archieven, anderen in hun fotodozen. Soms kwamen foto's uit onvoorspelbare hoeken: in het archief van Middelburg bijvoorbeeld zat de foto die ze zocht niet in de la "klederdrachten" maar in die waarop stond "scheepsrampen". Van der Klift-Tellegen ontdekte dat er prachtige Nederlandse visserstruien zijn geweest maar de dracht heeft maar kort bestaan en was bijna geheel verdwenen.

pionierswerk: "nederlandse visserstruien met breipatronen" [1983]

Na het uitvinden van het haringkaken in 1312 - door Willem Beukelszoon van Biervliet - kon de vis langer bewaard worden en vissers langer en dus verder weg van huis. Er wordt gedacht dat Nederlandse walvisvaarders voedsel ruilden tegen truien van de Shetland-eilanden. Nadat de zeevaart en visserij onder de Franse overheersing begin 19de eeuw vrijwel geheel tot stilstand was gekomen, bloeide de visserij rond 1860 weer helemaal op. Het is in deze periode dat "onze" vissers truien als bovenkleding gingen dragen. Daarmee waren vissers de eersten in ons land die een trui droegen!

De tekst gaat verder onder de foto's.

De truien moesten praktisch zijn. Ze werden met de hand gebreid van sajet, een zuiver wollen garen. De truien vervilten gaandeweg waardoor ze winddicht en waterafstotend werden. Om geen wind en water door te laten, zaten er ook geen naden in. Ze hadden korte mouwen zodat die tijdens het werk niet in de weg zaten. En ze werden niet gewassen. Dus behalve vis rook je ook nog wat anders aan boord. Vandaar de titel "Vette visserstruien" voor de expositie in 2015 in het Maritiem Museum Rotterdam.

Schapenwol en dan specifiek het op een bepaalde manier gedraaide sajet was goedkoop en overal in Nederland beschikbaar. En "glad breisel" kan met aanmerkelijk minder garen dan motief breisel. Vandaar dat in tijden van armoede meer "glad" gebreid werd. Vooral kabels zijn zeer "onzuinige" motieven. Visserskinderen leerden het breien van kousen en mutsen in tricotsteek, een pen recht een pen averecht. Daarna leerden ze het inbreien van motieven. Als ze de techniek onder de knie hadden, mochten ze aan truien beginnen. Sajet was populair zolang de mensen zuinig moesten zijn. Na de Tweede Wereldoorlog werden duurder garens en goedkopere synthetische garens gebruikt. Met de sajet verdwenen kleuren als Nassaus blauw en Nassaus beige.

Er waren ook - al vanaf 1650 - machinaal gebreide truien. Die truien werden speciaal voor de Nederlandse vissers gemaakt in België (truien met het "anker" voor de beurtschipper) en Engeland (truien met het "godsoog" voor de Noordzeevissers).
Het godsoog in vooral Engelse truien (zie plaatje rechts) is wat het woord al zegt: God ziet U, het oog wat alles ziet wat wij niet kunnen zien - ook de mannen in vreemde havens! Het hielp mannen ook bij het aantrekken van truien; die weten immers het verschil niet tussen voor en achter ;-)

De visserstruien speelden een belangrijke rol bij het identificeren van verdronken vissers. De patronen en motieven zijn plaatsgebonden omdat ze ontstonden in een tijd dat mensen in de dorpen weinig met elkaar communiceerden. Vanwege de plaatsgebonden motieven kon bepaald worden waar een visser vandaan kwam. Soms waren het niet de motieven die voor herkenning zorgden maar de kleuren, zoals in Bretagne. De kleurencombinatie van de strepen en de onderlinge afstanden ervan verschilden van haven tot haven. Of van familie tot familie in Ierland. Of van dal tot dal (voor herders in Noorwegen).

De truien van "onze" vissers zijn dus herkenbaar aan de combinaties van de ingebreide motieven. Iedere plaats had zijn eigen motieven en kleur. Toch waren er veel kleine variaties die de truien een persoonlijk accent gaven zonder dat het hele uiterlijk verandert. Hierdoor ontstonden de meest oorspronkelijke breiwerken "waar wij nu met bewondering naar kijken".

De door Van der Klift-Tellegen verzamelde "oorspronkelijke" visserstruien bracht ze, inclusief breipatronen, samen in dit boek, dat dus al in 1983 verscheen! De reeks opent vrolijk met "de Dalton broers": vier vissers met bolhoeden. Niemand weet wie deze mannen zijn en waar zij vandaag kwamen. Hun truien zijn echter zo mooi dat ze zijn opgenomen als "trui 1, 2 en 3".

Daarna volgen de verhalen en patronen van truien uit Arnemuiden, Bunschoten/Spakenburg, Egmond aan Zee, Goedereede/Ouddorp/Stellendam, IJmuiden, Katwijk, Maassluis, Middelharnis, Moddergat/Paesens, Noordwijk, Pernis, Scheveningen, Urk, Velsen, Vlaardingen, Volendam en Zwartewaal.

Bron: "Nederlandse visserstruien met breipatronen", Henriëtte van der Klift-Tellegen, Cantecleer, 1983

De tekst gaat verder onder de foto's.

Foto rechts: Gemeentearchief Vlissingen. "Trui 4" uit het boek van Van der Klift-Tellegen vindt zijn oorsprong in een foto uit 1907 ter gelegenheid van de redding van het schoenerschip Doris dat was vastgelopen op een zandbank voor de kust van Westkapelle. Op de foto staan vissers uit diverse plaatsen o.a. Arnemuiden (blokjes) en Katwijk (kabels). Veel van de vissers op de foto dragen de Engelse trui: glad gebreid op het "godsoog" na.

de "erremusse" visserstrui, atelier jafari & de fotoshoot [2012]

Van der Klift-Tellegen beschrijft hoe vrouwen uit Arnemuiden het in eerste instantie veel te druk hadden om zich ook nog bezig te houden met motieven en dat daarom de oudst bekende truien uit Arnemuiden geen enkel ingebreid motief laten zien. Vissers stopten de trui toen nog vaak onder hun jak. Later kwam er meer ruimte qua tijd en middelen: "Op zon- en feestdagen was er tijd om te breien. Dat werd gezien als een goede manier om uitrusten en bezig zijn te combineren. De vrouwen en meisjes waren dan te zien in de deuropening van hun huizen of kuierend op straat met de breikous in de hand." [H. van der Klift-Tellegen, 1983: 36]

De vrouwen uit Arnemuiden zagen op de markten vissers uit andere plaatsen met prachtige truien. Gaandeweg ontstond de "Erremuuse" die twee variaties kent: een patroon met kleine blokjes en een met slangen. De kleur was zonder uitzondering donkerblauw.

Door het boek van Van der Klift-Tellegen en de twee daarin opgenomen patronen van Arnemuider truien (trui 5 en 6) besloot een enthousiaste club van acht vrijwilligsters om de oude patronen nieuw leven in te blazen. Atelier Jaffari nam hierin het voortouw. De echte "Erremuuse" visserstrui werd weer gebreid! Er kwamen breipakketten beschikbaar en later werden kant-en-klare visserstruien in productie genomen voor wie liever niet zelf breit. Er wordt altijd een overwijdte van 12 cm aan toegevoegd. Vroeger zaten de visserstruien namelijk "als gegoten", maar dat vinden we nu niet mooi meer. Alle modellen zijn hetzelfde, alleen de motieven en verdelingen daarvan zijn verschillend.

Van het een kwam het ander. Op 19 mei 2012 vond een fotoshoot plaats met de wereldberoemde want prijswinnende wildlife fotograaf Louis Drent (Middelburg). Alles werd daarbij uit de kast getrokken om tot een sensationeel resultaat te komen, zowel qua decor (de vismijn in Vlissingen, de werf van Meerman) als qua accessoires (een Harley Davidson, cowboylaarzen, stoere zonnebrillen) én qua modellen. Zo zien we onder meer wethouder Johan Aalberts op de fiets met een paard aan de hand langs het Meuldiekje voorbijkomen.

Bron: "Nederlandse visserstruien met breipatronen", Henriëtte van der Klift-Tellegen, Cantecleer, 1983

De tekst gaat verder onder de foto's.

Jeanet Saffari-Schroevers heeft op de Markt in Arnemuiden een handwerkwinkel vol kleurige brei- en haakgarens, patronen en handwerkpakketten. Onder andere door haar populaire blog Blij dat ik brei heeft ze een schare trouwe volgers die de winkel van heinde en verre komen bezoeken. Mede door Atelier Jaffari is de Erremuuse opnieuw in de markt gezet, "een op en top Zeeuws product, traditioneel en hip tegelijk. De Arnemuidse trui is populair en wordt gedragen door jong en oud!" Deze aanbevelingen staan ieder jaar opnieuw in de mooi vormgegeven glossy "Arnemuiden - sprankelende tradities", waarvan hierboven de cover van het allereerste nummer (juni 2012). In het midden ziet u een van de medewerkers van het blad van de ondernemersvereniging, voetballer Jacco Schroevers. Als u foto's tegenkomt van stoere-Erremuenaers-in-visserstruien dan kunt u er van op aan dat de fotograaf Louis Drent is.

het zeeuwse-visserstruien-project [2014] - truien bij de vleet & de zeeuwse mee-brei-deken [2015] - het beddegoed van tante zoet [2017]

Stefanie Huibregtse: "Breien is misschien een beetje suffig en tuttig. Hetzelfde geldt voor klederdracht. Maar als je die twee combineert, wordt het hartstikke leuk. Wij duiken in de Zeeuwse geschiedenis, het culturele erfgoed, de persoonlijke verhalen van mensen die het hebben gedragen en de techniek van het handwerk." [PZC, 280119]

Van der Klift-Tellegen had wat betreft Zeeland alleen visserstruien in Arnemuiden achterhaald. Maar hoe was het in andere Zeeuwse vissersplaatsen? Anja Geldof en Stefanie Huibregtse gingen op zoek naar de originele, handgebreide visserstruien zoals die gedragen werden tussen 1880 en 1955 in Arnemuiden, Breskens, Brouwershaven, Bruinisse, Tholen, Philippine, Yerseke, Veere, Vlissingen en Zierikzee.

Ze wisten dertig verschillende truien op te duiken. Alleen al in Arnemuiden werden zeven patronen en varianten gevonden. Ze ontdekten dat het gebruik van de specifieke patronen per vissersdorp niet zo strikt afgebakend was als wel gedacht wordt. "Vissers waren buitengewoon mobiel, en hadden veel contacten met vissers uit andere dorpen, zelfs heel erg veel met Engeland en de Shetlands. Vissers trouwden ook in, in andere dorpen. En wat te denken van de vissersvrouwen, die de truien breiden? Ook zij wilden met de mode meegaan, als ze iets zagen wat ze leuk of bijzonder vonden, dan breiden ze dat ook voor hun eigen man!" [bron]

Zo'n twintig breisters maakten vervolgens vijfentwintig verschillende Zeeuwse visserstruien. Elke breister maakte ook een proeflapje van de motieven die zij breide. Er kwam een expositie (2014 in Breskens) en een boek: "Truien bij de vleet" (mei 2015).

Bron: "Nederlandse visserstruien met breipatronen", Henriëtte van der Klift-Tellegen, Cantecleer, 1983

De tekst gaat verder onder de foto's.

Het boek "Truien bij de vleet" geeft een beschrijving van hun meerjarige zoektocht langs alle (voormalige) vissersplaatsen van Zeeland, met uitstapjes naar Schotland en Engeland, afgewisseld met informatie over de Zeeuwse visserij in de jaren 1880 tot 1955. Anja Geldof en Stefanie Huibregtse duiken in de geschiedenis van de vissersfamilies en spreken met de mannen en vrouwen die de tijd van het handgebreide werkgoed nog hebben meegemaakt. Plus: ze breiden net zolang tot ze alle patronen hadden ontrafeld. Van alle 25 truien is de teltekening opgenomen, er staan tien complete patronen in waarvan negen van truien en het patroon van de Zeeuwse deken ... want naast een zoektocht naar dit bijna vergeten Zeeuws-cultureel erfgoed, is dit ook nog een "gewoon" breiboek.

De eerste expositie "Truien bij de vleet" die werd gehouden van 30 september tot en met 1 november 2014 in de prachtige entourage van de Historische Werf Meerman te Arnemuiden was met 1.100 bezoekers een klinkend succes. Van 28 maart tot en met 31 oktober 2016 was de expositie 2.0 te bezoeken in het Visserijmuseum in Breskens. De collectie bestond inmiddels uit 30 truien in traditionele kleuren zoals blauw, grijs en zwart en in moderne kleuren zoals wit, rood, groen, oranje en geel. In samenwerking met de gemeente Middelburg zijn daarnaast ruim tien informatiepanelen (Nederlands/Engels) ontwikkeld over de Zeeuwse visserstruien en de verschillende Zeeuwse vissersplaatsen.

Ook hier kwam van het een het ander. Zo zouden de proeflapjes van de gevonden visserstruien op de expositie van dichtbij bekeken en aangeraakt kunnen worden. Anna Geldof: "Omdat we niet wilden dat iedereen aan de truien ging voelen, hebben we van elk patroon ook een lapje gebreid. Die wilden we op de expositie gebruiken in een standaard, maar toen deze niet leverbaar bleek, heb ik er maar een lappendeken van gemaakt." [Bode, 040215] Het was niet de bedoeling om er een patroon van te maken, maar tijdens de expositie bleek de vraag zo groot dat er alsnog een patroon van in abonnementsvorm is verschenen.
En zo ontstond de Zeeuwse Mee-Brei-Deken van 1.65 bij 1.65 meter. die door zo'n 1200 vrouwen werd gebreid. "In het midden zit een opengewerkt hart van ajour op de Thoolse lap. Daaromheen zijn lappen met motieven uit Bruinisse, Brouwershaven, Tholen, het godsoog uit Philippine, Yerseke, Zierikzee en natuurlijk de slangen en blokjes uit Arnemuiden. Wie recht en averecht kan breien en kabels, kan de deken zonder moeite breien." [Bode, 040215] Er doen niet alleen vrouwen uit Zeeland mee maar uit het hele land en ook uit Canada, Griekenland, Oostenrijk, Vlaanderen, Zweden en Duitsland.

Bron: "Nederlandse visserstruien met breipatronen", Henriëtte van der Klift-Tellegen, Cantecleer, 1983

De tekst gaat verder onder de foto's.

"Tante Zoet is de geëmancipeerde, hardwerkende moeder en vrouw die ons meeneemt in de wereld van het GeriefGoed", lees ik op de site. "GeriefGoed is behagelijk, warm, zacht, troostend... alles waar je blij en gelukkig van wordt. Het is leuk om te maken, comfortabel om te dragen en heerlijk om in weg te kruipen." En wat is een BOMbonnement? Brei Ook Mee. Hou het blog: Het GeriefGoed van tante Zoet of Blij dat ik brei in de gaten voor de allerlaatste informatie.

Wat in 2012 begon uit nieuwsgierigheid is in de loop van de jaren uitgegroeid tot een stichting (Stichting Zeeuwse Visserstruien), de uitgave van een boek ("Truien bij de vleet"), het ontwerpen van breipatronen en het organiseren van een brei-mee-met een Zeeuwse deken. Winter 2016-'17 is een nieuw project gestart: "het GeriefGoed van tante Zoet". Er is dit keer gekozen voor breiwerk in de Zeeuwse streekdracht. Het gebreide avonddoekje bijvoorbeeld en de labedissen (armverwarmers), haakmutsjes en kousen. En er is een nieuwe "woondeken" waarvan begin dit jaar al 600 patronen waren besteld. Voor een schappelijke prijs, want het is erfgoed van ons allemaal, vinden de dames.

"Truien bij de vleet" is al enige tijd uitverkocht. Bij bol.com is het tweedehands te koop voor 129,95 (sic) plus porto. Binnenkort verschijnt een tweede boek.

stella ruhe visserstruien 1, 2 en 3

In 2012 begon Stella Ruhe haar onderzoek naar visserstruien. De generatie die de truien gebreid en gedragen heeft, is dan bijna uitgestorven en het uit het hoofd gebreid erfgoed verdient het van de totale vergetelheid gered te worden. Ruhe had (in 2016) nog niemand gevonden die het van moeder op dochter heeft geleerd.

Ruhe slaagde erin om 160 unieke truien uit 56 vissersplaatsen aan de Noordzee, Waddenzee, Zuiderzee en de grote rivieren boven water te halen. Ze maakte op basis van oude foto's van vissers met hun kenmerkende truien teltekeningen waarmee de truien opnieuw worden gebreid. Dat werd gedaan door veertig dames uit het hele land die zich hiervoor hadden opgegeven. Het resultaat is de rondreizende tentoonstelling "Visserstruien", nu in het Klederdrachtmuseum @ Amsterdam.
daar gaan we nu nog even naartoe ;-)

Het bijna verloren erfgoed is kennelijk een gat in de markt. Na "Visserstruien" 1 en 2 is er nu ook deel 3: "Visserstruien voor kinderen". Van alle delen zijn ook Engelstalige edities uitgebracht: "(more) Dutch traditional ganseys". Behalve de al bekende truien uit Engeland en Schotland, zijn nu ook enkele nog onbekende truien gevonden in Denemarken, Zweden, Noorwegen en IJsland.
Op de site is ook een optie vraagaanbod voor het in contact komen met een goede breister die tegen betaling het gewenste patroon voor je kan breien.

WORDT VERVOLGD