kapitein tje

dracht & design

 

mariël otten © 2008-2021 id img txt

     
 
 
DRACHT & DESIGN
 VAN POPPEN TOT STRIPSHOW
De Wilhelmina-collecties
Klederdrachtmuseum @ Amsterdam [2019]
ZM: Handwerk
ZM: Mannenpakken
 DE ZEEUWSE STREEKDRACHTEN KEREN TERUG
 LAAT ZIEN DAT JE ZEEUW BENT!
 KNOOP TE KOOP
 ONS BIN DE LESTE! [2010]

EN VERDER

Het paeremes en zijn makers. Gesprekken met Frans Dingemanse [2013]

LINKS

Rijksmuseum: Foto-album klederdrachten Andries Jager, ong. 1870 - ong. 1890
 

de wilhelmina-collecties

mariël otten © [txt;img]

Presentatie van klederdrachten uit alle delen van Zeeland tijdens het bezoek van koningin Wilhelmina en koningin-regentes Emma aan Walcheren in 1884.

Ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898 werd een grote collectie klederdrachten bijeengebracht en tentoongesteld in het Stedelijk Museum in Amsterdam. De tentoonstelling liep van 19 augustus tot 20 november en werd door 25.000 mensen bezocht.
Al bij de voorbereidingen voor de tentoonstelling werd vastgesteld dat de "volkseigen drachten" op het punt stonden voorgoed te verdwijnen. Er kwam dan ook een campagne om de verzameling ook na de tentoonstelling bij elkaar te houden. Op een enkele uitzondering na is dat gelukt. Van de 242 items van de tentoonstelling werden er 214 overgenomen - inclusief de poppen. Niet het rijk maar een clubje rijke burgers financierde de onderneming. De collectie werd tentoongesteld in het Rijksmuseum en dat zou zeventien jaar lang zo blijven.

In 1916 verhuisde de collectie naar het in 1912 opgerichte Nationaal Openluchtmuseum (NOM) in Arnhem. Bijna iedereen vond dat de klederdrachtcollectie beter op zijn plaats was in het NOM (een museum dat zich ten doel stelde de geschiedenis van het platteland te tonen) dan in het Rijks (met een veel algemener karakter).
In 1916 werden de "volksklederdrachten" al gescheiden van de collectie historische kostuums. In 1932 kregen ongeveer zestig poppen hun definitieve onderkomen in de daartoe gereserveerde vitrines. De opstelling was (net als visies in de volkskunde) gewijzigd: de poppen werden niet langer volgens "stamverband" opgesteld maar de geografische herkomst was bepalend.

Directeur Rijksmuseum Wim Pijbes wilde voor zijn vertrek nog één ding: "Een supertentoonstelling maken met Hollandse klederdrachten" [Parool, 2014-04-11]. Het zou er niet van komen.In februari 2016 opende "Catwalk": een modetentoonstelling uit de eigen collectie. Wie weet dat de collectie van het Rijks 10.000 kledingstukken en accessoires bezit?

De collectie van 1898 is grotendeels verloren gegaan. Het deel dat in het NOM was ondergebracht, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog vernietigd. In 1947 werd begonnen met het bijeenbrengen van een nieuwe collectie. Deze werd in 1948 (nog zeer incompleet) aangeboden aan koningin Wilhelmina voor haar 50ste regeringsjubileum. De Stichting Nederlandse Volksklederdrachten "Collectie Koningin Wilhelmina" verkeerde in de veronderstelling dat de oorspronkelijke collectie eigendom was geweest van Wilhelmina en droeg de collectie daarom niet over aan het Rijks. De verzameling werd in bruikleen gegeven aan het NOM.

De "items" voor de tentoonstelling van 1898 kwamen uit heel Nederland, dus niet enkel de "usual suspects" (Zeeland en rond het IJsselmeer) van vandaag de dag. Een ander belangrijk verschil met tegenwoordig is dat de dracht indertijd ook daadwerkelijk gedragen werd terwijl ze inmiddels grotendeels uit het dagelijks straatbeeld is verdwenen.


WORDT VERVOLGD