mariël tten

laat de klompen dansen

 

mariël otten © 2022 id img txt

     
 
     

zo zag japan ons

mariël otten © 2017-05-31 [txt+img]

Portretten van twee roodharigen: Carel Hubert de Villeneuve en zijn echtgenote Mimi, in 1825 de tweede Europese vrouw die voet zette op Japanse bodem. [beeld uit het Volkenkundig Museum Leiden © kapiteinotje 2017-05-31]

Zo zag Japan ons. Wij hebben rood haar. En we zijn allemaal "Hollanders". Ik ken er minstens één die op Deshima werkte en uit Zeeland (Domburg) kwam: de hoofdpersoon uit de historische roman "De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet" van David Mitchell (2010). Overigens een aanrader, dat boek. En Jacob de Zoet? Een Zeeuw dus, geen "Hollander".
Ik ben vandaag op de kleine Japan-over-ons-tentoonstelling, onderdeel van de grote "Cool Japan"-expo in het Volkenkundig Museum (Leiden)
En vinden ze ons ook cool? Ja! "Zoals de "Hollanders" Japanse cultuur bewonderden, zo zagen de Japanners "Holland" als exotisch en cool".

Foto linksboven toont een inřo, een medicijndoosje. Het Museum Volkenkunde (Leiden) noemt het tafereel op het doosje een voor Japanners "exotische scène": de roodharige "Hollander" en zijn hondje, met achter hen een Javaanse bediende met een parasol. [beeld uit het Volkenkundig Museum Leiden © kapiteinotje 2017-05-31]

titia bergsma op deshima: de eerste europese vrouw op japanse bodem

"Uitzicht op Deshima in de baai van Nagasaki" van de Japanse kunstenaar Kawahara Keiga is een kamerscherm dat nog niet zo lang geleden is aangekocht door het Nationaal Museum van Wereldculturen. U leest hier alles over "Uitzicht op Deshima".

Deshima betekent "eiland dat uitsteekt". Het is een kunstmatig schiereilandje in de Baai van Nagasaki op het Japanse hoofdeiland Kyushi, dat in 1638 werd ingericht voor de Portugezen en in 1641 door de VOC is ingenomen. Terwijl de toenmalige heerser van Japan, shogun Tokugawa Iemitsu, zijn rijk afsloot voor contacten met het buitenland, creëerde hij voor de Nederlanders een streng gereglementeerde uitzonderingspositie. Elke vier jaar ondernam het "opperhoofd" een lange, moeizame voetreis naar het hof van de shogun in Edo (het huidige Tokio) om geschenken aan te bieden en de voortzetting van de handel veilig te stellen.

Japan leefde eeuwen van de buitenwereld afgesloten. Van 1641 tot 1853 hadden alleen Nederlandse (en Chinese) handelaren toestemming handel te drijven op de "Hollandse" enclave Deshima. Jan Cock Blomhoff had er al eerder gediend, had een kind bij een Japanse vrouw en misschien had zijn echtgenote Titia Cock Blomhoff-Bergsma om die reden aangedrongen om hem te vergezellen. Maar "vreemdelingen" waren niet welkom in Japan. De Europese mannen moesten hun vrouwen en kinderen achterlaten.
Bij haar aankomst op 16 augustus 1817 was Titia Bergsma dan ook de eerste westerse vrouw die de Japanners te zien kregen. Een Japanse gouverneur die het verzoek deed om Titia en haar zoontje clementie te verlenen, werd door de keizer beloond met onthoofding. Mevrouw Blomhoff moest met de eerste de beste boot weer vertrekken - alleen was dat pas na vijf maanden. In die korte tussentijd wist Titia Bergsma onder meer door haar roodblonde krullen uit te groeien tot het "icoon van Hollandsche vrouw".

Portret van de familie Cock Blomhoff, toegeschreven aan Ishizaki Yushi, 1817 © Collectie Rijksmuseum NG-2008-04.

We weten behoorlijk wat over de lotgevallen van het echtpaar Blomhoff. Dat is te danken aan de vader van Titia die op basis van Titia's brieven en dagboekaantekeningen een verslag maakte. Dit zodat zoontje Johannes later zou weten wat zijn ouders hadden meegemaakt. Het verslag van vader Bergsma is dan weer uitgebracht door Jolien Hemmes uit Zierikzee, geen rechtstreekse bloedverwant maar héél verre familie. Zie Brieven uit Deshima.
Hoe het afliep? Titia Bergsma overleed in 1821, slechts 35 jaar oud. Jan Cock Blomhoff keerde in 1824 als welvarend man terug, vestigde zich in Amersfoort, liet de villa Huis Birkhoven bouwen en hertrouwde. Hij overleed in 1853.

de eerste "japannezen" in amsterdam

In 1853 lagen er vier Amerikaanse fregatten "op de stoep" en werd een jaar later het einde van het Japanse isolationisme afgedwongen.
In 1862 reisden Japanse gezanten naar Amerika en Europa voor herziening van bestaande verdragen. Het was voor het eerst dat een delegatie uit Japan Europa bezocht. Het gezantschap, dat in totaal 38 personen telde, verbleef ruim een maand in Nederland. Op 25 juni van dat jaar arriveerden vijftien van hen op het Amsterdamse Willemspoortstation. Onder grote publieke belangstelling kregen de "bruinachtige bewoners van het Verre Oosten, klein van postuur" een rijtoer door de stad. De Nederlandsche Handelsmaatschappij pakte een dag later uit met een diner en tuinfeest in Japanse stijl. In de tuin (H'466) was een Japans paviljoen geplaatst, met daarachter een schildering van het paleis in de Japanse keizersstad Edo, het huidige Tokio. Op het dak van het paviljoen de Japanse vlag. In de dagen daarop bezochten de "Japannezen" bezienswaardigheden als het Rijksmuseum, het Paleis op de Dam, de Oude Kerk en Artis.

Het Japanse tuinfeest in 1862 (houtgravure) © Stadarchief Amsterdam / Carel Christiaan Antony Last