mariël tten

laat de klompen dansen

 

mariël otten © 2022 id img txt

     
 
     

de madonna van roy villevoye

mariël otten © najaar 2017 [txt+img]

Roy Villevoye, Madonna (after Omomá and Céline) 2008
[beeld uit het Tropenmuseum Amsterdam, kapiteinotje © links: 2014-01-18 rechts: 2017-11-10]

De eerste keer dat ik de Papua zag, stond het beeld nog bij de (oude) ingang van het Tropenmuseum en je zag ook meteen het foldertje LEES DIT (NOG) NIET / DON'T READ THIS (YET). Nu we er in 2017 terug zijn, is het beeld verplaatst naar de eerste verdieping. Ik zie niet meteen de foldertjes.
De Papua oogt levensecht. ALS het "model" het zou zien dan zou hij schrikken van de gelijkenis. Dat gaat zeker niet gebeuren. Bij de Asmat mogen alleen doden worden afgebeeld. Het is louter te danken aan een jarenlange vriendschap (Roy Villevoye reist sinds 1992 regelmatig naar West-Papua) dat de kunstenaar de Papua heeft weten over te halen om "model" te staan.

 We zijn nieuwsgierig naar elkaars cultuur. Nadat ik hem had uitgelegd dat wij portretten van de levenden maken, die in de tijd verworden tot getuigenissen van hoe mensen naar elkaar keken, wilde hij meewerken. Ik beloofde dat hij oprecht en met respect in het beeld terecht zou komen. 
Roy Villevoye, in Het Parool [2011-02-02].

Een jaar nadat het beeld in het Tropenmuseum kwam te staan, ontvangt Villevoye een videoboodschap van Omomá. Deze is bezocht door een vooroudergeest die wil dat er schadevergoeding wordt betaald én ... Omomá mag onder geen beding het beeld zelf zien. Nu zult u denken: makkie, die man woont ver weg dus zal niet snel in de verleiding komen, maar niets is minder waar. Omomá is regelmatig in Nederland, is zelfs in het Tropenmuseum geweest toen het beeld er al stond en heeft er de Asmatcollectie bekeken.

Dat laatste, een verslag van die "ontmoeting" lijkt mij zeer de moeite waard. Hoe kijkt een Papua-van-ver voor wie een bezoek van een voorouder de normaalste zaak van de wereld is aan tegen het gegeven dat in een groot stenen huis aan de andere kant van de wereld een rijkdom aan objecten uit zijn cultuur te vinden zijn?

Hopelijk is Omomá niet geconfronteerd met zijn gipsen soortgenoot die in de jaren dertig in het Tropenmuseum opgesteld stond tegen een achtergrond van schilden, speren en voorwerpen.

De gipsen-Papoea op de Wapententoonstelling van 1936, Tropenmuseum, Inventarisnummer : TM-60054881

 Op de foto's die van deze installatie zijn overgebleven, ziet de Papoea er krijgshaftig uit - zoals de mensen in die tijd, onder de druk van oorlogsdreiging en opkomend fascisme, elkaar zagen. Voor de kenner is het een raar beeld: de Papoea is in Amsterdam gemaakt, in elkaar gezet aan de hand van foto's en andere overgeleverde beelden. De voorwerpen die zijn lichaam sieren en bedekken evenals de wapenuitrusting op de achtergrond zijn niet van een bepaald volk, de schilden hangen op hun kop. Het is een allegaartje alsof een beeld van een Fransman is getooid met Engelse bolhoed, een Duitse Lederhose, Hollandse klompen en de rode lap van een Spaanse stierenvechter. De gipsen Papoea is een constructie, een fantasie die tussen de regels door vertelt van de bange jaren dertig, van de gaten in het onderzoek, van de onvolkomenheid van de waarneming. 
Lex ter Braak, uit Zielenruil op de site van het Tropenmuseum.

Omomá heeft ook niet letterlijk model gestaan. Villevoye maakte in 2007 foto's en nam zijn maten op. De kunstenaar liet het beeld maken door dierenmodellenmaker Remie Bakker van Manimalworks. De baby die Omomá in zijn handen houdt, is Roy's dochter Céline die op het moment dat het beeld gemaakt werd al tien jaar was. Het oogt "levensecht" maar er is enkel mensenhaar gebruikt - naast kunsthars, siliconenrubber en textiel.

 Het is heel ontoegankelijk gebied. In het verleden zijn er wel mensen uit onze contreien geweest. Missionarissen, een enkele antropoloog. Die mensen leven daar voort als mythologische gedaanten. Mensen met enige status ook, omdat ze vaak kwamen met een grote belangstelling voor hun cultuur. 
Roy Villevoye, in Het Parool [12 februari 2011].