kapitein tje

laat de klompen dansen

 

mariël otten 2008-2017 © id img txt

     
 
Achtergronden bij een debat
Volkscultuur en identiteit
Cultuur met een kleine c
Volkscultuur en immaterieel erfgoed
Volkscultuur en cultuurbeleid
De dynamische nieuwe volkscultuur
Laat de klompen dansen!
Bronnen
 

zicht op ... volkscultuur: volkscultuur en cultuurbeleid

mariël otten [txt+img] 2010

Nederland heeft de Unesco-conventie (nog) niet geratificeerd, maar wel spraken de coalitiepartijen van het kabinet-Balkenende IV de ambitie uit om volkscultuur, als onderdeel van het beleid ter bevordering van cultuurparticipatie, te stimuleren. [17] Als tijdens het Kamerdebat over de cultuurbegroting op 17 december 2007 blijkt dat niet iedereen overtuigd is dat beleid (en dan vooral investeringen) op het terrein van volkscultuur nodig is en dat Kamerleden worstelen met de invulling van het begrip volkscultuur, vraagt minister Plasterk advies aan het Meertens Instituut. Zij leveren de definitie die de basis gaat vormen van het volkscultuurbeleid: "Tegenwoordig wordt volkscultuur opgevat als het geheel van cultuuruitingen die als wezenlijk worden ervaren voor specifieke groepen, steeds onder verwijzing naar traditie, verleden en nationale, regionale of lokale identiteiten. Volkscultuur is dynamisch."

Meertens Instituut

Als onderzoeksinstituut van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW) houdt het Meertens Instituut zich bezig met de wetenschappelijke bestudering en documentatie van taal en cultuur in Nederland. In het onderzoek staan verschijnselen uit het dagelijks leven centraal. Een belangrijke vraag daarbij is wat mensen nu precies in welke contexten als volkscultuur koesteren en waarom zij dat doen. Als erfgoedinstelling beschikt het instituut over een groot aantal unieke archieven en collecties van de alledaagse taal en cultuur.

Meer informatie: meertens.knaw.nl

Leestips: Ton Dekker, Herman Rodenburg en Gerard Rooijakkers (red.) Volkscultuur. Een inleiding in de Nederlandse etnologie, Nijmegen, 2000.
Ton Dekker, De Nederlandse volkskunde. De verwetenschappelijking van een emotionele belangstelling, Amsterdam, 2002

Volgens minister Plasterk moet iedereen de mogelijkheid krijgen als culturele burger deel te nemen aan de samenleving, bijvoorbeeld door het zelf beoefenen en ervaren van cultuur, het zelf actief bezig zijn met kunst en het versterken van het historisch besef. In Plasterk's visie moet de aandacht voor volkscultuur ervoor zorgen dat meer mensen actief worden op het gebied van kunst en cultuur. [18] Er wordt een programmafonds cultuurparticipatie ingesteld voor de stimulering van amateurkunst, cultuureducatie en volkscultuur.

Fonds voor Cultuurparticipatie

Het Fonds voor Cultuurparticipatie is in 2008 opgericht en is sinds 1 januari 2009 operationeel. Het heeft ongeveer 25 miljoen euro beschikbaar in 2009 en vanaf 2010 jaarlijks ongeveer 31 miljoen euro. Van dat bedrag is 14 miljoen euro beschikbaar voor gemeenten en provincies, die de bijdrage van het fonds op hun beurt aanvullen met een gelijk bedrag. Activiteiten voor volkscultuur maken deel uit van de nieuwe Plusregeling die het fonds vanaf 1 januari 2010 openstelt. Binnen deze regeling ondersteunt het projecten waaraan mensen actief kunnen meedoen en die een bredere bekendheid van en waardering voor volkscultuur bewerkstelligen.

Meer informatie: cultuurparticipatie.nl

Volkscultuur, opgevat als de cultuur van het dagelijkse leven, biedt volop kansen voor cultuurparticipatie. In de visie van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur zou bevordering van volkscultuur zich zelfs één-op-één vertalen in verhoging van cultuurparticipatie. Het voordeel van volkscultuur is dat iedereen zich er in herkent en dat je projecten kunt ontwikkelen op plekken waar iedereen komt: bij de bakker, in het ziekenhuis, op de markt of op de kermis. Er kan ingespeeld worden op alledaagse rituelen rondom de levensloop en rituelen die gepaard gaan met belangrijke feestdagen. Daarmee kunnen ook kwetsbare groepen bereikt en eventueel samengebracht worden die anders aansluiting missen.

Er is inderdaad een groeiende belangstelling voor het eigen en elkaars erfgoed. Of die belangstelling zich ook vertaald in waardering is nog maar de vraag. De tegenstelling tussen vreemd en eigen roept immers ook spanningen op: inburgeren of cultiveren van de eigen culturele identiteit? De overheid wil volkscultuur inzetten voor behoud en ontwikkeling van sociale cohesie. Het kent een samenbindend vermogen toe aan cultuur en noemt het onmisbaar in een multiculturele samenleving.

De inzet van volkscultuur voor cultuurparticipatie wordt gezien als nobel doel, maar er wordt tegelijkertijd voor gewaarschuwd dat het geen 'gesubsidieerde volksverheffing' moet worden; niet weer een beschavingsoffensief, niet weer culturele diversiteit gebruiken (zoals regionale verscheidenheid vroeger) om nationale eenheid te bevorderen. "Laten beleidsmakers vooral het debat over volkscultuur (blijven) bevorderen en projecten ondersteunen die mensen inzicht geven in de complexiteit van veranderingsprocessen waaraan een samenleving onderhevig is. Mensen zijn gebaat bij een inzicht in die complexiteit."[19]

Vanuit het veld hoopt men vooral op enige terughoudendheid bij de overheid, waarvan men vooral verwacht dat ze faciliteert, bemiddelt en ondersteunt. [20] Het lijkt mij dat, met de Volendamse palingvisser in het achterhoofd, de overheid ook een cruciale taak heeft in het corrigeren van EU-beleid waar deze een bedreiging vormt voor (volgens ons bedreigde elementen van) volkscultuur.

NOTEN

17. Samen werken, samen leven. Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie. Den Haag, 7 februari 2007.
18. Kunst van leven. Hoofdlijnen cultuurbeleid. Publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Den Haag, 2007.
19. Hester Dibbits (2009), in: Splitsen of knopen: 77.
20. George Muskens (2005), Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland. Rapportage op basis van interviews met 33 deskundigen, in opdracht van het ministerie van OCW, directie Cultureel Erfgoed, DOCA Bureaus.

 

AFBEELDINGEN OP DEZE PAGINA:

Meertens Instituut, kapiteinotje, 22 oktober 2010