kapitein tje

laat de klompen dansen

 

mariël otten 2008-2017 © id img txt

     
 
Achtergronden bij een debat
Volkscultuur en identiteit
Cultuur met een kleine c
Volkscultuur en immaterieel erfgoed
Volkscultuur en cultuurbeleid
De dynamische nieuwe volkscultuur
Laat de klompen dansen!
Bronnen
 

zicht op ... volkscultuur: cultuur met een kleine c

mariël otten [txt+img] 2010

Het heeft het imago van volkscultuur geen goed gedaan dat juist a-typische, niet-alledaagse gebruiken en rituelen werden verheven tot nationale iconen. De volkscultuur als rariteitenkabinet, van klederdracht en klompendans. Het beeld van een koningin die een theedoek aan de waslijn hangt, overtuigt ook niet echt. [11] Dus toen de regering aankondigde volkscultuur op te nemen in het cultuurbeleid trok menigeen de wenkbrauwen op. In het cultuurbeleid voeren "hoge" kunsten toch de boventoon? Hoe is 'zoiets kneuterigs' als volkscultuur daarin te integreren? Ofwel, hoe volks mag cultuur zijn?

Eigenlijk is het vreemd dat neergekeken wordt op dezelfde cultuur als waar we onze nationale identiteit aan ontlenen. Dat we volkscultuur, de cultuur van het volk, met een kleine c schrijven. Dit onderscheid tussen 'hoge' en 'lage' cultuur is overigens niet altijd zo scherp geweest. Zo kregen klederdrachten nog een vanzelfsprekende plek in het in 1885 heropende Rijksmuseum. Pas later werd volkscultuur 'afgezonderd' in het Openluchtmuseum. En terwijl de gehele maatschappelijke elite zich in navolging van Victor de Stuers met Rijksmusea en Rijksarchieven op het materiële deel van ons collectieve verleden stortte, werd pas in 1934 een Volkskundecommissie (het latere Meertens) ingesteld dat zich ging bezig houden met de wetenschappelijke documentatie van volkscultuur.

Volkscultuur en elitecultuur

Volkscultuur en de kunstzinnige aspecten daarvan genieten minder prestige. Misschien omdat we volkscultuur van huis uit mee krijgen en er bijgevolg 'geen kunst aan is'. Maar er wordt ook neergekeken op volkskunst met een hoge esthetische waarde (wat doorgaans het geval is bij museale presentaties) en dat lot deelt ze met niet-westerse kunst en cultuur. Beide worden lager gekwalificeerd als de klassieke, schone kunsten.

Het is een kwestie van smaak, maar meer nog een klasse-aangelegenheid. Eigenlijk is 'hoge cultuur' ook volkscultuur, namelijk die van de 'hogere' klasse. En ook hier vindt identificatie plaats: iemand is Verdi-liefhebber of vriend van het Nationaal Ballet, inclusief processen als in- en uitsluiting. Als het onderscheid tussen 'hoge' en 'lage cultuur' synoniem gesteld kan worden aan 'elitecultuur' en 'volkscultuur', dan is het simpel een kwestie van toegang en middelen. Het is de cultuurpolitieke elite (ons soort mensen) die zich voor kunst interesseren; de grote massa (dat soort mensen) had er noch de tijd noch het geld voor. Volkscultuur verbindt en onderscheidt.

De elitecultuur was lange tijd de dominante cultuur; de cultuurbeleving van de massa louter ordinair volksvermaak. Maar tijden veranderen en de grenzen tussen hoge en lage cultuur zijn aan het vervagen. Deze erosie van de traditionele culturele scheidslijnen en oude kunstopvattingen is al geruime tijd gaande, schrijven Gitta Luiten en Joost Vrieler van de Mondriaan Stichting. "Het veranderende gedrag van het publiek speelt daarbij een nauwelijks te onderschatten rol: de oude indeling met het verschil tussen een culturele elite met interesse voor literatuur, beeldende kunst, opera en architectuur en een grote anonieme groep met interesse voor popmuziek, film, detectiveromans en volkskunst staat al decennia onder druk." [12]

Mondriaan Stichting

De Mondriaan Stichting is een landelijk stimuleringsfonds voor beeldende kunst, vormgeving en cultureel erfgoed en ondersteunt projecten en programma's die de publieke belangstelling voor en de ontwikkeling binnen deze terreinen bevorderen. Jaarlijks worden ruim 1500 aanvragen beoordeeld en besteedt de stichting zo'n 25 miljoen euro aan projecten in binnen- en buitenland.

Meer informatie: mondriaanfoundation.nl

Jaarlijks beoordeelt de Mondriaan Stichting jaarlijks ruim vijftienhonderd aanvragen, steeds meer daarvan over populaire en volkscultuur. "We geven een ruime invulling aan deze begrippen, zonder onderscheid tussen wat hoge en lage cultuur wordt genoemd. Zo ondersteunen we de restauratie van verenigingsvaandels van het Limburgs Museum, de Haarlemse Stripdagen en het Klompenmuseum in Paterswolde bij de aankoop van een belangrijke collectie Franse klompen. Klompen dragen is weliswaar een oeroude Nederlandse traditie, de klomp is een Franse vinding. Door deze aankoop komen tal van nieuwe gezichtspunten voor wetenschappelijk onderzoek en publieke ontsluiting beschikbaar." [12]

De kist-op-de-middenstip

Niet alleen daalt de elite af uit zijn ivoren toren om als culturele omnivoor ten tonele te verschijnen: de Verdi-liefhebber die al dan niet Oranje-uitgedost naar een voetbalwedstrijd gaat, bier uit plastic bekertjes drinkt op Koninginnedag en regelmatig een cd-tje van André opzet. Door de toenemende welvaart en vrije tijd gaan ook groepen die voorheen geen toegang hadden tot het publieke domein cultuur-participeren.

Het onderscheid tussen hoge en lage cultuur is er nog wel degelijk, maar heeft aan relevantie ingeboet, niet in de laatste plaats omdat de massa zich niet langer laat voorschrijven wat ze mooi moet vinden, of lelijk. De vraag of cultuur met een grote dan wel kleine c geschreven wordt, houdt hen niet bezig. Er ontstaat een nieuw type volkscultuur van meezingen in musicals. Feel good-cultuur van "De X factor", "Boer zoekt vrouw" en "Ik hou van Holland".

Deze populaire cultuur heeft de media veroverd. Sommigen, zoals hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur Henri Beunders, beweren zelfs dat het de dominante cultuur is geworden. "In die zin is het beschavingsoffensief gewoon mislukt, met dank aan de radicale kunstenaars en leraren van de jaren zeventig die kunst zelf met een kleine k gingen schrijven en vonden dat ieders mening even waardevol is." [13]

Beunders sprak op een themadag van het jubilerende Nederlands Centrum voor Volkscultuur. Die dag vond plaats op 1 oktober 2004 - vier dagen na de kist-op-de-middenstip in de Arena, waar 50.000 begrafenisgangers afscheid hadden genomen van volkszanger André Hazes. Beunders: "De kern van de kwestie-van-de-week was die verbazing of verbijstering bij zovele commentatoren zelf. Beseften zij plotseling dat zij op deze avond ook afscheid moesten nemen van de illusie dat de elitecultuur nog altijd dominant is over de volkscultuur? Ik vermoed dat dit voor de leden van de culturele elite - daartoe reken ik iedereen die zich verbaast over het Hazes-effect - de werkelijke schok was." [14]

NOTEN

11. Alle honderd dierbaarste tradities (zie "Achtergronden bij een debat") zijn afgedrukt op theedoeken en opgehangen aan een waslijn. Koningin Beatrix opende op 1 november 2008 in Hilversum het Jaar van de Tradities op 1 november 2008 door een theedoek met daarop het logo van het Jaar van de Tradities aan dezelfde waslijn te hangen.
12. Gitta Luiten en Joost Vrieler (2009), Hoge en lage cultuur, in: Splitsen of knopen: 16.
13. Henri Beunders (2005), De beklemde elite en André Hazes, in: Volkscultuur en samenleving, Nederlands Centrum voor Volkscultuur: 21.
14. Henri Beunders (2005), De beklemde elite en André Hazes, in: Volkscultuur en samenleving, Nederlands Centrum voor Volkscultuur: 17.

 

AFBEELDINGEN OP DEZE PAGINA:

"De Zeeuwse top 10 aan de waslijn", kapiteinotje, 15 oktober 2010

"Zeeuws Rondje", wielertruitjes in Zeeuws Museum, kapiteinotje, 29 augustus 2009