kapitein tje

laat de klompen dansen

 

mariël otten 2008-2017 © id img txt

     
 
Achtergronden bij een debat
Volkscultuur en identiteit
Cultuur met een kleine c
Volkscultuur en immaterieel erfgoed
Volkscultuur en cultuurbeleid
De dynamische nieuwe volkscultuur
Laat de klompen dansen!
Bronnen
 

zicht op ... volkscultuur: de dynamische nieuwe volkscultuur

mariël otten [txt+img] 2010

Er is een groeiende belangstelling voor volkscultuur. Tegelijkertijd roept het woord nog altijd negatieve gevoelens op, van oubollige tradities, kneuterigheid, behoudzucht, verheerlijking van het verleden, tot (nare vormen van) nationalisme. In alle pogingen om tot een nieuwe bevredigende omschrijving van het begrip volkscultuur te komen, wordt dan ook nadruk gelegd op het open en dynamische karakter van culturen. We willen af van de 'tijdloze' definitie. In plaats van instandhouden, gaan we tradities dynamisch toeëigenen.

Met "dynamisch toeëigenen" wordt bedoeld dat we uitsluitend die tradities, rituelen en gebruiken overnemen die we waardevol vinden en dat we ze eventueel aanpassen aan nieuwe omstandigheden, behoeftes en verwachtingen. Tradities krijgen telkens een nieuwe betekenis en bestemming. We cultiveren tradities omdat ze iets zeggen over onszelf, vroeger en nu, omdat ze een invulling geven aan onze identiteit.

Terwijl tradities worden doorgegeven van generatie op generatie, gaat het bij volkscultuur ook om cultuuruitingen die nog geen traditie zijn. De cultuur van de straat waarbij jongeren trends overnemen van leeftijdsgenoten mag dan nog geen traditie zijn, het draagt wel bij tot het cultiveren van de eigen identiteit. Tradities kunnen ook in onbruik raken; en mogelijk in een latere fase ineens weer opduiken.

Niets, van vroeger of van anderen, wordt 'ongewijzigd' overgenomen. Zo was Sinterklaas ooit een besloten feest in huiselijke kring en is de kerstboom pas in de 19de eeuw geïntroduceerd door migranten uit Duitsland. Volkscultuur is levend erfgoed, het is altijd in ontwikkeling, het vernieuwt zich continue.

Ook in de naoorlogse volkskunde heeft zich een omslag voltrokken. Volkskundigen (tegenwoordig etnologen) hebben ingezien dat zelfs op het platteland en in het boerenbedrijf de tijd nooit echt heeft stilgestaan. Etnologen zijn zich gaan bezighouden met de functie en betekenis van culturen, met de culturele dynamiek tussen de verschillende groepen in de samenleving en veranderingsprocessen in het dagelijks leven. Na boerenbruiloften en klompendansen zijn ook de Gay Parade en streetdance in het vizier van etnologen gekomen.

Volkscultuur in de praktijk

De speurtocht naar de eigen identiteit en het beschikbaar komen van vrije tijd en middelen heeft de afgelopen jaren geresulteerd in een flinke groei van amateur beoefenaars van volkscultuur. Er zijn inmiddels honderdduizenden mensen in ons land die zich actief en reflectief bezighouden met volkscultuur. "Zonder deze vrijwilligers en organisaties, die vooral tijd investeren en over weinig middelen beschikken, zou veel erfgoed onbeleefd blijven". [21] De Federatie van Folkloristische Groepen in Nederland (FFGN) telt op dit moment 67 leden (12 in regio noord, 14 in west, 38 in oost en 3 zuid). Bij het Landelijk Platform voor Levende Geschiedenis (LPLG) zijn ruim dertig verenigingen aangesloten, die zich op serieuze en historisch verantwoorde wijze bezig houden met living history en re-enactment. En dit zijn nog maar twee voorbeelden.

Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur [22], dat al decennia aan de weg timmert en landelijke bekendheid verwierf met het Jaar van de Tradities in 2009, heeft de 'achterban' opgedeeld in vier sectoren:
- volkscultuur (onderzoek naar aspecten van het dagelijks leven nu en vroeger);
- regionale geschiedenis (onderzoek naar de geschiedenis van het dagelijks leven in een bepaalde streek);
- folklore en levende geschiedenis (het presenteren en/of herbeleven van aspecten van het dagelijks leven vroeger);
- volkskunst (kunst gebaseerd op een traditie en/of beoefend vanuit erfgoed).

Nederlands Centrum voor Volkscultuur {NCV)

Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur is het landelijk instituut voor de cultuur van het dagelijks leven en het immaterieel erfgoed. Het wordt gesubsidieerd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het NCV heeft als doel het toegankelijk maken en promoten van de achtergronden van het dagelijks leven en het immaterieel erfgoed. Het doet dit door:
a) onder meer met proefprojecten het veld te stimuleren om vernieuwend en in onverwachte samenwerkingsverbanden met volkscultuur bezig te zijn;
b) volkscultuur inzichtelijk te maken voor een breed publiek om dit te attenderen en enthousiast te maken voor het belang van volkscultuur;
c) de discussie over volkscultuur en immaterieel erfgoed te stimuleren en reflectie te bieden op het internationale debat over deze thema's.

Meer informatie: volkscultuur.nl

Leestip: Albert van der Zeijden, De voorgeschiedenis van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur, Utrecht 2000.

Bij volkscultuur in de praktijk onderscheiden we volkscultuur zoals die in het dagelijks leven wordt beleefd (levende volkscultuur) en volkscultuur die wordt gepresenteerd aan publiek (volkscultuurbeoefening).

Een goed voorbeeld hiervan zijn de Spakenburgse vrouwen die in streekdracht lopen (volkscultuur) en vervolgens in het project "Kuiven en kraplappen" in beeld worden gebracht met fotoos van Bert Verhoeff, geluid van Hannes Wallrafen en tekst van Renie van Goor (volkscultuurbeoefening). Het is levende volkscultuur, maar wel eentje die aan het verdwijnen is; er komen geen nieuwe draagsters bij. Het project, bestaande uit een reizende tentoonstelling, een boek en een cd, heeft als bedoeling te laten zien dat de vrouwen van Spakenburg gewoon moderne vrouwen zijn die hechten aan de traditie van de streekdracht.

Minstens zo 'onthullend' is "Strip Show 1850" van Paul en Menno de Nooijer uit 2004, een korte film over de Zeeuwse streekdracht die, laagje voor laagje, wordt afgelegd. De verrassende en spraakmakende film werd gemaakt in opdracht van het Zeeuws Museum (Middelburg) dat een naam heeft opgebouwd in het combineren van traditionele klederdracht met creaties van hedendaagse ontwerpers. In een fascinerende wisselwerking tussen continuïteit en verandering wordt in fashion expo's de historie als uitgangspunt genomen en geïnjecteerd met nieuwe en eigentijdse thema's.

Een voorbeeld van fusion architecture is het hotel van zeventig gestapelde Zaanse huisjes in het stadshart van Zaandam. Er zijn vijf typen huizen uit de Zaanstreek in verwerkt, van een eenvoudige arbeidswoning tot een notarishuis met elk hun eigen lijstwerk en ornamentiek. Ook in het hotel zelf getuigen fotoos, prenten en voorwerpen van de streekcultuur, zoals het mariakaakje in het plafond van het restaurant, een knipoog naar Verkade. Architect Wilfried van Winden: "Fusion is een houding, een strategie van de open geest die geen taboes aanvaardt. De huidige samenleving met haar diversiteit van culturen vraagt om zo’n nieuwe architectonische strategie. Essentieel is dat architecten mensen een omgeving bieden die ze prettig vinden, die ze herkennen en waar ze zich behaaglijk voelen, omdat heden en verleden, traditie en vernieuwing, oost en west, hoge en lage cultuur, op een inventieve manier worden gemixt. Je mag het van mij ook de architectuur van het behagen noemen." [23]

Tenslotte wil ik nog een voorbeeld noemen van living history en multi-period re-enactment. Op het jaarlijkse Festival Levende Geschiedenis kan het publiek in levende lijve kennis maken met een groot aantal aspecten van de vaderlandse en wereldgeschiedenis. Behalve uitbeeldingen van spannende gevechten wordt ook aandacht besteed aan allerlei aspecten van het dagelijks leven uit vervlogen tijden. In diverse kampementen wordt historisch gekookt, gegeten, gepoetst, geoefend en gespeeld. [24]

Volkscultuur wordt zichtbaar gemaakt, niet altijd en alleen in hyper-moderne vorm, maar ook gewoon lekker kneuterig-ouderwets. Het zijn de schurken uit 1905 die rondlopen in het Urker Buurtje van het Zuiderzeemuseum, gladiatoren in een themapark als het Archeon in Alphen aan de Rijn, inwoners van een museumdorp als het Drentse Orvelte, gidsen bij stadswandelingen, vakmeesters op ambachtenmarkten, ringstekers en sjezenrijders op folkloristische dagen, kaasdragers in Alkmaar, schaatsers van de Elfstedentocht, vissers bij Vlaggetjesdag in Scheveningen, enzovoorts enzovoorts.

NOTEN

21. Gitta Luiten en Joost Vrieler (2009), Splitsen of knopen: 23.
22. In 1949 en 1955 werden resp. het Nederlands Volkskundig Genootschap en het Beraad voor het Nederlands Volksleven opgericht. In 1984 gingen beide instellingen op in het Informatiecentrum Volkscultuur, de voorloper van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur.
23. Licht geparafraseerd citaat uit Trouw, 17 maart 2010.
24. De eerstkomende editie vindt plaats op 25 en 26 september 2010 op Landgoed De Barendonk in Beers (Noord-Brabant).

 

AFBEELDINGEN OP DEZE PAGINA:

"Gay Pride met Job Cohen en Ahmed Marcouch", kapiteinotje, 1 augustus 2009

"Het Walcherse Costuum", kapiteinotje, 30 april 2010