mariël tten

van wie is de stad

 

mariël otten © 2006-2023 id img txt

     
 
     

1890 het victoriahotel

© mariël otten [txt;img]

Het Victoriahotel is behalve een prachtig boek, "Publieke Werken" (1999) van Thomas Rosenboom, en een al even schitterende film (2015) in het echt òòk een mooi plaatje: twee kleine 17de eeuwse gevels, de een hoog, de ander laag, anno 1602 - overvleugeld door het 19de eeuwse grand hotel Victoria. Zelfs de huidige hoteleigenaren lijken het wel een leuk plaatje te vinden want zij weigeren tot op de dag van vandaag de vraagprijs te betalen aan de erfgenamen van kleermaker Pieter August Carstens en tapper Johannes Frederik Verburgt op toentertijd Texelsche Kaai 46 en 47.

Rond 1850 bestaat Amsterdam uit de grachtengordel (+ Jordaan) met een stadsmuur op de Singelgracht. Naar het zuiden toe houdt de stad hier op. Bij de opening op 13 juli 1885 staat het Rijksmuseum nog letterlijk aan de rand van Amsterdam; het Concertgebouw, waar op 11 april 1988 het eerste concert ooit plaats vindt, in een weiland.
Overigens is "stadsmuur" een bescheiden woord voor de machtige omwalling met maar liefst zesentwintig bolwerken en acht poorten, van het Blaauwhoofd in west (waar nu het Barentszplein is) tot aan Zeeburg in oost. Er stonden ook veel wind- en korenmolens op deze fortificatie, aangelegd in de zeventiende eeuw, die tevens dienst deed als waterkering. Er is niets van bewaard gebleven.

In 1663 was heel Amsterdam omsloten door een 5 meter hoge stadsmuur. Tijdens de stadsuitbreiding van 1610-1613 (Derde Uitleg) begon men met de aanleg ervan. De muur liep eerst van het westelijk deel van de Singel tot de Leidsegracht. Een bolwerk is een vijfhoekige uitbouw van de stadsmuur. Na aanleg van het 2e deel (rond 1660) was de vestingwal 8 kilometer lang en liep in de vorm van een hoefijzer rondom de stad, tot aan het IJ. De muur diende als verdedigingslinie tegen vijanden en werd omgeven door een 60 meter brede gracht – het Singel – en kende 8 poorten en 26 bolwerken. De voormalige verdedigingsmuur van het oude Amsterdam is sinds maart 2010 weer zichtbaar door markering met plaquettes. Op Bolwerk Schinkel (foto maquette op Max Euweplein) stond De Roomolen, genoemd naar een bierbrouwerij in het Rode Dorp (vanwege de rode dakpannen) aan de voet van het bolwerk.

In de tweede helft van de negentiende eeuw wordt Amsterdam zoals wij het kennen als een legobouwsel in elkaar gezet. Klik maar eens op het plaatje hierboven voor de 5 minuten durende animatie van Stadsarchief Amsterdam.

Tegenover het Centraal Station, dat in oktober 1889 in gebruik wordt genomen, denkt een projectontwikkelaar een slimme zet te doen met de bouw van een grand hotel. Het nieuwe verkeerspunt maakt immers de komst van veel toeristen naar de stad mogelijk. De panden op de plek waar het hotel zal komen (hoek Damrak/Prins Hendrikkade) worden platgegooid, bewoners/eigenaren uitgekocht... op twee na.

Kun je de kleermaker en tapper van Kaai 46 en 47 burgerstrijders noemen, een vroege voorhoede van verzet tegen pandjesbazen en huisjesmelkers, tegen gentri- en Disneyficatie van hun stad? Of waren beide middenstanders net zo op geld belust als de hotelbouwer? Wie het onderste uit de kan wil, die valt het lid op de neus! We zullen het nooit weten want alles in "Publieke Werken" buiten dat ene gegeven dat de verkoop niet is doorgegaan, is ontsproten aan het fantasierijke brein van auteur Rosenboom. We houden er een leuk plaatje, prachtig boek en mooie film aan over.

Als er in Amsterdam al filmlocaties uit die tijd te vinden zijn dan staat er ook altijd iets in de weg. De serie "Bij ons in de Jordaan" over Johnny Jordaan is bijvoorbeeld opgenomen in Deventer, Zwolle en Dordercht. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat voor "Publieke Werken" slechts anderhalve dag in Amsterdam gedraaid is en zeven weken in Hongarije. In de reusachtige Origo Studios even buiten Budapest werd een stukje oud Amsterdam nagebouwd: de Texelsche Kaai met het Victoria Hotel in aanbouw en daartussen het pandje van Vledder Violen.

Zie Amsterdam in 1890, in kleur