mariël tten

Το όμορφο χωριό μας - Ζιάκας in 1983

 

mariël otten © 2012

     
 
Pindochori 1983 → Ζιάκας 2013
October 1983
Maps
η Τραγωδία του Ζιάκα
"My great-grandfather was a kλέφτ"
Return to laughter: I will not return a failure
Left, write and Riki van Boeschoten
Ζιάκας on the internet

PICTURES

Ζιάκας 1983
Γρεβενά
Σπήλαιο
Ζιάκας revisited 1986

See also:

Vrouwenstudies een afweging [Dutch]
 

"vrouwenstudies een afweging"- ervaringen uit een veld

mariël otten en annie van huisstede 1984-10-20

Met een koffer vol theoretische bagage antropologie, verzameld in de laatste tien jaar, en een handtasje feministische wetenschapskritiek vertrokken de schrijfsters van deze bijdrage naar het veelbeloofde Veld (noot). We laten Annie van Huisstede en Mariël Otten aan het woord over haar ervaringen.

Zou het twintig kilo zijn of meer?

Die ochtend sta ik op Schiphol met typemachine, typepapier, cassetterecorder, koptelefoon, microfoon, fotocamera, telelens, groothoeklens, typp-ex, typp-out, ballpens, systeemkaarten, woordenboeken, aanbevelingsbrief, lees- en zonnebrillen en vitaminepillen.

Kortom, ik heb niets vergeten, ik ben goed voorbereid, er kan niets meer verkeerd gaan. Ik weet dat ik diezelfde avond om tien over tien met de trein van Station-Noord in Athene naar Megalópouli kan gaan om de volgende dag met de bus naar het dorp Mikrochóri te rijden. Het lijkt ideaal ... Inderdaad kan ik vanaf het vliegveld meteen naar het station en stap ik in de trein naar Megalópouli. Maar verder kenmerkt de reis zich door het botsen van al mijn nederlandse verwachtingen met de griekse werkelijkheid. Treinen en bussen die niet rijden of wel rijden, maar niemand schijnt daarvan op de hoogte te zijn. Ook de regelende hulpvaardigheid van mannen vervloek ik in stilte en als ik het afschuwelijke bemoeizucht begin te vinden, ben ik enkele uren later zo'n grijsaard toch ontzettend dankbaar dat hij me wakker schudt op het moment dat ik om half drie 's nachts moet overstappen.

Vroeg in de ochtend kom ik aan in Megalópouli. Stikdonker, geen bus in de omgeving te bekennen en niemand die me kan vertellen waar Mikrochóri ligt. Ik vind dat ik na deze wervelende start mezelf mag trakteren op een dagje rust en neem dus mijn intrek in een van de plaatselijke hotels.

DE TIEN GEBODEN

Als ik vier weken later de hotelrekening krijg, ben ik nóg wijzer geworden. In een lollige bui bedenk ik dat vrouwelijke veldwerksters ...

1. geen blote benen mogen laten zien
2. niet in het openbaar mogen roken
3. niemand een drankje mogen aanbieden
4. van niemand een drankje mogen aannemen
5. terrasjes moeten mijden
6. de taal niet mogen spreken
7. zwaar katholiek moeten zijn
8. getrouwd moeten zijn
9. niet mogen schrijven temidden van analfabeten
10. moeten zeggen dat ze niet van dansen houden

Ik probeer me zelf aan die tien te houden, nadat ik in Megalópouli via de straat en de terrasjes vooral in kontakt blijk te komen met griekse mannen, met alle gevolgen vandien. Ik neem mij voor na aankomst in het dorp uitsluitend het gezelschap van vrouwen op te zoeken.

OP ZOEK NAAR VROUWEN

Een klein busje klimt omhoog de bergen in. Op de chauffeur, de kaartjesverkoper en drie passagiers na is het busje leeg. Het is zes uur in de ochtend. Het dorp is nog grotendeels verscholen in een laaghangend wolkendek. De straatverlichting is nog aan, waardoor het een gezellige indruk maakt. 't Lijkt lukraak tegen de bergwand aangesmeten. 'n Half uur later drink ik koffie in het huis van de gemeentesecretaris.

Hij brengt me naar het huis van een kamerverhuurster. Voor 'n tientje per dag kan ik er verblijven.'n Kleine kamer, groot bed, een stoel en een nachtkastje. Geen tafel waar ik aan kan schrijven. De deur kan niet op slot. Er is veel lawaai en geschreeuw in huis.

's Middags, zittend op een mannenterras, wil ik 't liefst meteen terug, maar er gaat geen bus meer. Vreselijk om hier te zitten, zo ver van de wereld af in de bergen. De mensen zijn aardig, 't lijkt een prettig huis, mooie omgeving, prachtige bergen, fluitende vogeltjes, misschien ben ik wel niet echt alleen.

Na een verkenning van het dorp probeer ik in kontakt te komen met vrouwen. In een van de nauwe straatjes hoor ik het geluid van een weefgetouw. Ik verzamel al mijn moed en stap binnen in een soort timmermanswerkplaatsje. Ze stelt me allerlei vragen over mijn afkomst, burgerlijke staat, geloof. Ik mag zo vaak als ik wil bij haar langskomen en ze zou het leuk vinden als ik foto's nam. Ik word uitgenodigd om te blijven eten, maar dat sla ik af. Ik zeg dat ze 'thuis' op me wachten voor de maaltijd en ik ben opgelucht als ik de deur van de werkplaats achter me dichttrek.

Het is nogal frustrerend dat de vrouwen geen idee hebben van de belangstelling die ik, grondig onderbouwd zelfs, voor ze heb. Ze kunnen zich niet voorstellen, dat ik helemaal uit Nederland kom om te luisteren naar wat zij me te vertellen hebben. Zo overkomt het me meerdere malen dat ze me doorsturen naar gemeenteambtenaren of de onderwijzer. Maar op den duur raken ze aan mijn onuitputtelijke nieuwsgierigheid gewend.

UIT EEN ANDER VAATJE GETAPT

Na een week of vier, vijf heb ik het gevoel redelijk 'ingeburgerd' te zijn. Ik heb de taal grotendeels onder de knie en ik ben gewend geraakt aan het ritme van het dorpsleven. Elke avond en middag maak ik wandelingen in het dorp; elke middag en avond wordt er uitgebreid gegeten en 's avonds gaan we naar het kafee. Een keer per week help ik mee met de was.

Mijn andere taken zijn: wijn tappen voor bij het eten en zorgen dat het vuur in de kachel aan blijft. Ik word zo volledig opgenomen in het dorpsverband dat mijn identiteit als onderzoekster behoorlijk naar de achtergrond is geschoven. Bij tijd en wijle, als ik aan Nederland denk en aan waarom ik hier nou eigenlijk ben, probeer ik die identiteit èn de kassetterekorder uit de kast te halen. Tevergeefs, teveel schroom en ik ben zelf niet meer overtuigd van het nut van het apparaat. De dorpsbewoners bepalen zelf wat ze willen vertellen. En ze vertellen van alles en nog wat. Zo leer ik ze steeds beter kennen in hun eigen doen en laten. Ik betwijfel of dit nog 'wetenschappelijk' onderzoek te noemen is ...

Zou het twintig kilo zijn of meer?

Die ochtend sta ik op het vliegveld met mijn tas vol verhalen en anekdotes, kleine handgemaakte attenties, twee flessen ouza, een groot pak koffie, een blik honing, een paar sandalen, souvenirs voor thuis en in mijn hoofd het beeld van het steeds kleiner wordende dorpje.

Mariël Otten en Annie van Huisstede

InDruk. Informatiekrant voor aankomende studenten '85/'86 (voorlichtingsdag 20 oktober 1984)

noot: Een verplicht studie-onderdeel bij antropologie is onderzoek doen op een bepaalde plek ergens op de wereld en die heet 'het veld'.