kapitein tje

op zoek naar zeeland

 

mariël otten © 2015 id img txt

     
 
 
HERDENKING 70 JAAR BEVRIJDING
De oorlogsjaren in Zoutelande
Herdenking bij de kerk in Zoutelande
"Uncle Beach" in Vlissingen
Bevrijdingscolonne in Vlissingen
Herdenking bij het graf in Zoutelande

ZIE OOK

Er is maar één Uncle Beach ... en dat is in Vlissingen [2019]
Bunkers in de duinen

LINKS

De Slag om de De Schelde
Zoutelande 60 jaar bevrijd (Rogier Koppejan)
Stichting Bunkerbehoud
48 Royal Marines Commando
Weg naar de Bevrijding
 

de oorlogsjaren in zoutelande

mariël otten © december 2014 [txt+img]

Op 18 mei 1940 rijdt de eerste Duitse soldaat op zijn motorfiets Zoutelande binnen. Op 2 november 1944 bereiken geallieerde militairen het dorp. De Duitse bezetting van Zoutelande duurt vier en een half jaar.

De eerste maanden lijkt het allemaal nog mee te vallen, maar naarmate de oorlog langer duurt, krijgt de bezetting een grimmiger karakter. Vooral aan het eind van de oorlog zijn doden en gewonden te betreuren. In totaal komen 30 Zoutelandenaars om. In en om Zoutelande sneuvelen 85 geallieerde militairen. Op de bevrijding volgt de inundatie. Grote delen van Walcheren komen onder water te staan. Alle inwoners die niet nodig zijn voor bijvoorbeeld de verzorging van het vee of bij de eerste opruim- en herstelwerkzaamheden moeten alsnog het dorp verlaten.

Dit verhaal over de oorlogsjaren in Zoutelande is grotendeels samengesteld op basis van verhalen van inwoners van Zoutelande, opgetekend door Rogier Koppejan ["Zeventig jaar Herdenken 1944-1014"] en Lutgarde Lievense-Nauts ["Zoutelande verhaalt het verleden 2009"].

"een flinke bezetting"

Veel van wat in de voorgaande jaren is opgebouwd, wordt in de oorlog verwoest. Het toerisme is in de periode tussen beide wereldoorlogen juist tot ontwikkeling gekomen. In het dorp, het vroongebied en de duinen zijn talrijke zomerwoningen en pensions gekomen. "En toen werd het mei en het leven was wel zo gek, want binnen een week stikte het van de Duitsers in de duinen. De grote villa's werden gevorderd om hoge officieren in te huisvesten en in een mum van tijd zaten alle hotels overvol. Een flinke ezetting inderdaad." [Johanna Kruit in "Zoutelande verhaalt het verleden" 2009: 35] De Duitsers zitten verspreid over het hele dorp. Een afdeling van de Feldgendarmerie zit in pension Deep Dean van de Amerikaanse familie Kraat die naar Engeland is gevlucht. De Duitsers vertrekken op Dolle Dinsdag in alle haast maar niet voordat ze het gebouw in brand hebben gestoken. Deep Dean wordt na de oorlog herbouwd. De eigenaar van pension Duinoord ontpopt zich als NSB-er en noemt het "Pension Victoria". Na de oorlog wordt het weer omgedoopt tot Duinoord. Het is in de jaren tachtig afgebroken.
Sommige huizen die zo hoog staan dat ze uitzicht bieden op zee moeten op last van de bezetter worden afgebroken. Er zijn uiteindelijk heel wat zomerwoningen aan de Duinweg en in de duinen verwoest [de panden met een plusje erachter zijn later herbouwd, maar niet altijd op dezelfde plaats]: De Bongerd, Braamhof +, Coccinelle, Deep Dean +, Hommel +, Huis ter Duin en de daarnaast gelegen woning van de familie Rooze, Klein Schothorst +, Op Zonneduin, Overduin, Sen, Sturmia, Zeepaardje +, Zomerlust +.
Rogier Koppejan schrijft over Huize Irene in oorlogstijd in "Zoutelande verhaalt het verleden 2009". De woning van de familie Koppejan aan Duinweg 8 is kort voor de oorlog gebouwd en vernoemd naar de op 5 augustus 1939 geboren prinses Irene. Het is gemaakt voor de verhuur aan toeristen, maar het zijn Duitse soldaten die er hun intrek nemen. De familie houdt één kamer en slaapkamer over. Deze bezetting zal duren tot Dolle Dinsdag. Op 5 september 1944 verlaten de Duitsers in grote haast het huis. Als de geallieerde opmars uitblijft, keren ze ook weer terug. Na de luchtbombardementen op Westkapelle, verschaft de familie Koppejan ook onderdak aan mensen die hun huis kwijt raken omdat het onder water staat of gebombardeerd is. Al met al wonen er op een gegeven moment 22 personen in Huize Irene.

Ook fietsen en paarden worden gevorderd. Ouderen en andere "onproductieven" worden gesommeerd het dorp te verlaten. Jongens en mannen worden in het kader van de tewerkstelling naar Duitsland gestuurd. Burgers worden verplicht mee te werken aan de verdedigingen tegen luchtlandingstroepen. Naarmate de bezetting langer duurt, worden middelen schaars en de leefomstandigheden moeilijker. Strand en duinen zijn verboden gebied. Ook grote delen van het land, waaronder akkergrond, zijn door mijnen niet toegankelijk.

"elk ras welkom"

De bezetting is ook een tijd van grote eensgezindheid, hulpvaardigheid en soms zelfs plezier. "Men hielp elkaar waar nodig was en soms leek het wel alsof het hele dorp een grote familie was." (Johanna Kruit in "Zoutelande verhaalt het verleden" 2009: 40)
Men helpt elkaar vooral met onderdak.
"Er waren geen daden van verzet, er was geen ondergrondse en er waren geen onderduikers in Zoutelande. Niemand hoefde dus een moeilijke beslissing te nemen en men probeerde zo goed mogelijk de oorlogstijd door te komen in de hoop dat het nu wel snel voorbij zou zijn." [Johanna Kruit in "Zoutelande verhaalt het verleden" 2009: 40]
Er was ook sprake van collaboratie.
"Zo waren er ook uit Zoutelande, die in Vlissingen werk vonden bij het in orde brengen van een vliegveld dat moest dienen voor de aanval op Engeland. Zelfs op zondag werd er door 'vrijwilligers' aan dit vliegveld gewerkt, want dat gaf dubbel loon! Anderen hadden geen bezwaar tegen een 'zwart handeltje' met de vijandelijke soldaten die in de duinen gelegerd waren. Er waren zelfs meisjes die zich weldra lieten verleiden tot een zeer vertrouwelijke omgang met de bezetters; dit gaf aan het einde van de oorlog aanleiding tot een soort volksgericht." [A. Dingemanse in Rogier Koppejan 2014: 61]
Op de dag van de bevrijding zullen de 'Moffenmeiden' op een wagen worden gezet en kaalgeschoren. "Onder de toeschouwers stonden ook verschillende mensen die hand- en spandiensten voor de Duitsers hadden verricht: landbouwers die hun producten voor woekerprijzen verkochten en materialen met paard en wagen voor de Wehrmacht vervoerden. Ook waren er mannen tussen die bij de bunkerbouw behulpzaam waren geweest." (Kees Adriaanse in "Zoutelande verhaalt het verleden" 2009: 81)
Maar dat er geen daden van verzet zijn, is niet helemaal waar. In augustus 1941 moeten in het hele land bordjes "Verboden voor joden" opgehangen worden bij alle openbare gebouwen. In Zoutelande verschijnen de bordjes bij de café's De Roode Leeuw en Duinzicht in de Langstraat. Tussen de twee café's staat het parochiehuis. Dominee Wim Oosthoek (predikant in Zoutelande van 1933 tot 1948) zet een bordje "Elk ras welkom" voor het raam. Het heeft er zes weken gestaan. De dominee moet verschijnen voor het Landesgericht in Den Haag. Hij wordt veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. In hoger beroep bij het Obergericht wordt de celstraf vermeerderd met 180 gulden boete en betaling van de proceskosten. Van dominee Oosthoek is ook bekend dat hij op het station in Middelburg pamfletten met bemoedigende teksten staat uit te delen aan mannen die naar Duitsland vertrekken om daar te werken. Als bijna iedereen op bevel zijn radio heeft ingeleverd, klimt de dominee elke avond naar zijn zolder om naar de Engelse radio te luisteren en de berichten te verspreiden over het dorp.

de atlantikwall

Van Vlissingen tot Westkapelle liggen mijnen en bunkers. De Duitsers spreken van een 'Perlenschnurr'. "Er kwam luchtdoelgeschut en er waren zoeklichten, batterij-instellingen en woonbunkers, proviandbunkers en schuilkelders en eromheen mijnenvelden, betonstaketsels en draadversperringen." [Johanna Kruit in "Zoutelande verhaalt het verleden" 2009: 39]

Bunker en tankversperring bij Zoutelande. [kapiteinotje © 2010-04-26]

"Walcheren, dat 'de tuin van Zeeland' werd genoemd, is door de Duitsers veranderd in een grimmige stelling, één van de zwaarst verdedigde delen van de Atlantikwall, die loopt langs de kust van Noorwegen tot de Spaanse grens. Het aantal geschutsopstellingen, mitrailleurskoepels, luchtdoelbatterijen en bunkers voor allerlei doeleinden is niet meer te tellen. Er is zoveel beton op het eiland gestort, dat het nog een keer naar beneden zal zakken, zeggen we. Er zijn bunkers in de duinen en bunkers in de straten, in de velden, in de bossen, bij de boerderijen. Op het platteland moeten de betonnen kolossen, beschilderd met ramen met gordijnen en zelfs bloempotten, doorgaan voor bovenmaatse woningen. De duinen langs de west- en noordkant van het eiland zijn alleen nog kale stuivende zandhopen, die de honderden kazematten van de kustbatterijen camoufleren. In de duinvalleien zijn de bramen en duinrozen vervangen door enorme kurketrekkers van prikkeldraad. Het eiland zet aan alle kanten zijn stekels op. Alle grotere weilanden zijn bezet met palen, verbonden door draden: Rommelasperges, tegen zweefvliegtuigen. Alle stranden staan vol met naar zee wijzende staketsels, waarop raketten zijn gemonteerd. Onder de schelpenrand liggen boobytraps. Vlissingen is een fort in een fort. Een tankgracht loopt er omheen en rijen betonnen punten, die ze draketanden noemen. De boulevard is één stelling. En overal liggen mijnen. Verraderlijk onder het zand in de duinen, op het strand, in de akkers onder doorschietend onkruid, in de wegbermen. Negen honderdduizend mijnen, op een enkel eiland. Een eiland dat als schildwacht moet fungeren aan de mond van de Schelde." [Tina Keller, "De zee woont in ons huis. Walcheren 1944-1946" 1984: 11-12]

de slag om de schelde

Op 13 maart 1944 zet koningin Wilhelmina na vijf jaar ballingschap weer voet op Neêrlands bodem. Dat gebeurt in het door de oorlog verwoeste grensplaatsje Eede in Zeeuws-Vlaanderen. Op 4 september wordt Antwerpen ingenomen, maar de oevers van de Schelde zijn nog in Duitse handen. De haven van Antwerpen is cruciaal voor de bevoorrading maar vooralsnog onbruikbaar. "Walcheren is het bastion, dat de toegang tot Antwerpen verdedigt en daarom moet Walcheren verdrinken voor Europa's bevrijding." [A. den Doolard, "Walcheren komt boven water" 1946: 3] De Slag om de Schelde gaat 85 dagen duren.

2 oktober
Over de radio komt het bericht dat iedereen zo snel mogelijk de kust moet verlaten. Pamfletten dalen neer: WAARSCHUWING Aan Bewoners van de Eilanden in de Monding van de Rivier de Schelde...


"Op 2 oktober 1944 vluchtten, als gevolg van geallieerde waarschuwingen, vele inwoners naar het veiliger liggende Meliskerke. Met een grote verscheidenheid aan voertuigen zoals wagens, kinderwagens, kruiwagens, melkkarren, fietsen zonder banden zelfs en meerdere andere voertuigen, werd gevlucht. Hierbij was geen pers of fotograaf aanwezig. Na de oorlog werd de vlucht echter nagespeeld en toen gefotografeerd." [P. Davidse in "Zoutelande in vroeger tijden deel 3" 1984: 48]

Westkapelle en Vlissingen worden zwaar getroffen. Er komen evacué's naar Zoutelande.

3 oktober
De Westkapelse zeedijk wordt gebombardeerd. Omdat het eiland niet snel genoeg onder water loopt, worden op 7 oktober de Nolledijk bij Vlissingen en de dijk bij Ritthem gebombardeerd. Op 11 oktober wordt een gat in de dijk tussen Vrouwenpolder en Veere geschoten. Op 17 oktober volgt een tweede bombardement op het deels verzande dijkgat bij Westkapelle. Het water komt nu van vier kanten. Walcheren verandert in een binnenzee, waar eb en vloed vrij spel hebben. De inundatie is "geslaagd".
"De Duitsers probeerden nog het water tegen te houden door een nooddijk aan te leggen tussen Zoutelande, Grijpskerke en Oostkapelle. Alle mannen worden verplicht hieraan te werken, maar omdat velen dit werk saboteerden, kwam er van die dijk niets terecht." [in: Rogier Koppejan 2014: 9]
Er wordt dagenlang gewerkt aan deze nooddijk, een soort inlaagdijk die 10 kilometer lang moet worden en minstens 4 meter hoog. Jongens en mannen die niet meewerken en overdag elders gezien worden, worden opgepakt. Bij Middelburg wordt zo'n knaap geëxecuteerd als afschrikwekkend voorbeeld. Pas op 14 oktober geven de Duitsers het plan op en kan er gewerkt worden aan waterkeringen daar waar ze het hardst nodig zijn.

29 oktober
Het is zondagochtend als de RAF een bombardementsvlucht uitvoert langs de westkust van Walcheren. Het begint bij de 'Baustelle', een batterij bunkers tussen Westkapelle en Zoutelande.
"Zondag 29 oktober zaten we 's morgens in de kerk toen er weer geallieerde bommenwerpers kwamen. De kerkdienst werd onmiddellijk gestopt en wij vluchtten massaal de Duinweg in, precies verkeerd want we kwamen tussen vuur en water te liggen en konden geen kant meer op. Het was dan ook een wonder dat er maar twee slachtoffers vielen." [J.A. Dominicus in Rogier Koppejan 2014: 55]
"Veel inwoners van Zoutelande renden in paniek de Duinweg in. Een grote groep mensen liep bij woning 't Pauwtje, van kunstschilder Gerard Bergsma, via een verhard pad de weilanden door. Iedereen rende er door elkaar. Tussen en naast de hollende mensen begonnen de 'kerstbomen' te vallen. Iedereen wist: hier vallen de bommen! Evenwijdig aan de Duinweg lag een zogenaamde dricht, een aarden wal van 30 à 40 cm hoog, ongeveer waar nu de Bosweg ligt. Daar ging iedereen achter liggen, met het hoofd naar de Duinweg. En 4 à 5 meter verder lag de grens van het water dat Walcheren overspoelde." [Kees Adriaanse in "Zoutelande verhaalt het verleden" 2009: 80]

31 oktober
"De hele morgen suisden de jagers boven ons hoofd af en aan. Verder niets. 's Middags tegen één uur begon het lieve leven weer. Juist na het eten. Twee zware Lancasters vlogen alsmaar boven het dorp rond. We wisten wat het betekende. Een kwartier later kamen we zwermen weer aanzetten. Het viel deze keer erg mee. Alleen de Baustelle was het doel." [A. Janse in Rogier Koppejan, 2014: 47]

1 november
De eerste schepen verschijnen voor de kust van Zoutelande. Het is de landingsvloot van de geallieerden. De aanval op Walcheren wordt op drie plaatsen ingezet: vanuit Breskens op Vlissingen, vanuit Zuid-Beveland in de richting van de Sloedam en vanuit Oostende op Westkapelle.
"De lucht was betrokken en er stond een koude westenwind. Het aantal granaten nam toe, en het gerucht ging door het dorp: 'Er zijn schepen te zien op zee, richting Westkapelle'. Ik zie ds. Oosthoek nog op het dak van zijn huis klimmen om te zien of het wel waar was. En te midden van het overvliegende granaatvuur hoorde je: 'Ja hoor, het is werkelijk waar'!" [H.J. Schoenmaker in Rogier Koppejan 2014: 58]
"Op de morgen van 1 november 1944 werden we gewekt door een steeds zich herhalend langgerekt gefluit en het geluid van doffe inslagen: de granaten van het scheepsgeschut. De invasie was begonnen. Spoedig werd bekend dat we in de bunkers werden toegelaten. Heel wat inwoners maakten van dit aanbod gebruik en dankzij dit gebaar zijn veel levens gespaard." [Kees Adriaanse in "Zoutelande verhaalt het verleden" 2009: 80]
"De bunkers puilden uit van de mensen, sommigen konden er nauwelijks nog in." (Johanna Kruit in "Zoutelande verhaalt het verleden" 2009: 43).
Troepen komen bij Westkapelle aan land. De hele dag is er in Zoutelande hevig granaatvuur. Onder meer de kerk wordt getroffen.
"Tegen de avond hoorden we plotseling een hevige slag, gerinkel en rook. Meteen stond onze schuur vol met mensen. P. Minderhoud had een treffer in de schilderswinkel gehad. Allen die daar waren, kwamen ongedeerd in onze schuur. De kruitdamp drong door de reten naar binnen. Na een kwartier een hevige klap. Weer gerinkel, de pannen vlogen ons om de oren. Een moment zagen we niets van het stof en de rook. Er was een granaat door het dak van de schuur gevlogen." [A. Janse in Rogier Koppejan, 2014: 48]
Huize Irene van de familie Koppejan zit vol met mensen als de nacht van 1 op 2 november aanbreekt: "Door de aanhoudende beschietingen vanuit zee waren we met z'n allen de bunker ingevlucht die achter ons huis in de duinen stond. Doordat er zoveel mensen op elkaar gepakt stonden, normale bezetting 20 man, nu wel 60, was het noodzakelijk dat er dag en nacht mannen aan een handwiel draaiden van een ventilator die voor verse lucht zorgde. In de ochtend van 2 november ging plotseling de deur van de bunker open en een Duitser schreeuwde: 'Tommy kommt!'" [Rogier Koppejan in "Zoutelande verhaalt het verleden" 2009: 60-61]

2 november
Bij de beschietingen die nacht komen in Zoutelande elf inwoners om. Om 06:30 wordt de aanval voortgezet vanuit Westkapelle in de richting van Zoutelande.
"Nu was er op een van de voorgaande dagen iets gebeurd wat de bevrijding van Zoutelande zou versnellen. In het garnizoen dat in het dorp verbleef, waren twee Polen waarvan er een was gedeserteerd en weggekropen. Na een zoektocht was hij gevonden en door de commandant zelf doodgeschoten, wat schijnbaar alle soldaten verschrikkelijk vonden. De andere Pool was bij de bunker waar wij zaten. Toen duidelijk te horen was dat de 'Tommies' dichterbij kwamen, vroeg een soldaat aan mijn broer of hij een laken gereed wilde houden. Na enige tijd kwamen de eerste commando's in zicht, sluipend op de Hoge Hil. De Duitse commandant gaf bevel om te vuren, de Pool stond goed opgesteld, draaide zich om en schoot de commandant dood. Het laken werd gepakt en duidelijk naar boven gestoken, en zonder dat er nog een schot gelost werd, mochten we onze bevrijders begroeten." [J.A. Dominicus in Rogier Koppejan 2014: 55]

Om 11:00 in de ochtend neemt het 48ste Royal Marine Commando (48-RMC) onder bevel van kapitein D.J. Flunder het dorp in. Het commando heeft ook deelgenomen aan de invasie op 6 juni (D-Day) in Normandië. De bevrijders delen sigaretten en chocolade uit. Er worden tweehonderd Duitsers gevangen genomen. De gevechten kosten het 48-RMC 32 doden en 100 gewonden. Omdat het kerkhof onder water staat, wordt een tijdelijke begraafplaats ingericht in het vroon, naast de Vroonspie. Bij Valkenisse en Dishoek duurt de strijd voort. Er sneuvelen daar ruim honderd Engelsen.

BRIEVEN HUISARTS ZOUTELANDE GEPUBLICEERD

"2 november: We zijn bevrijd en ik leef nog. Het dorp is één ruïne. Ik ben gauw gewonden gaan verbinden en transpoort klaar maken. Daarna draafden we wat door het dorp."

Aan het woord is Frits Vaandrager die huisarts was in Zoutelande en tussen 11 oktober 1944 en 21 mei 1945 brieven schreef aan zijn vrouw in Amsterdam, 526 stuks in twee patiëntenboekjes.

Michiel Vaandrager, zoon van de huisarts: "We hebben de patiëntenboekjes in 2011 gevonden toen we het huis opruimden na het overlijden van mijn moeder. Onderin een kistje in een bedstee. Een vergeten hoekje."

Het boek "Voor Marcelle. Brieven van de huisarts uit Zoutelande tijdens de Slag om de Schelde" werd 10 oktober 2019 "op locatie" gepresenteerd in Huize Marja, het zwaar beschadigde huis waar Vaandrager de brieven schreef.

Lees "Mijn lieveling ... de heelen dag vliegtuigen boven ons"- Annemarie Zevenbergen in PZC, 2019-10-11.

Op 3 november wordt al een eerste herdenking gehouden in de dorpskerk. Het is een dankdienst voor alle kerkgenootschappen. De dienst wordt voorgegaan door dominee Oosthoek en de Engelse veldprediker Maurice Wood. Bij de 50ste herdenking in 1994 is Wood even terug in Zoutelande. Aan het eind van zijn preek in de kerk zegt hij: "In naam van het 48ste RMC bied ik mijn excuus aan voor de granaat die door het dak van uw kerk ging." Kapitein Flunder zou bij de inname van Zoutelande tegen inwoners hebben gezegd dat het dorp veilig is voor de kanonnen van de Royal Navy. Meteen daarop klinkt een oorverdovend geluid en daalt een granaat neer op het dak van de kerk. Het is een geheel overbodig schot vanaf het schip de Erebus.
Ook de zondag erop wordt "samen gekerkt" in de zwaar getroffen kerk. (of in de noodkerk, dat moet ik nog even uitzoeken)
Het is 8 november als op de Fort den Haakweg in Vrouwenpolder de capitulatie van heel Walcheren wordt getekend. Een gevelsteen op nummer 9 herinnert hieraan: In dit huis werd op 8 november 1944 Walcheren's bevrijding van de Duitsers door de geallieerden voltooid. Ruim honderd mijnenvegers zijn weken bezig met de Schelde mijnenvrij te maken. Op 26 november komt het eerste konvooi in Antwerpen aan.

Legpuzzel "Walcheren 1945", uitgegeven door V&D, toont een panoramakaart van Walcheren tijdens de inundatie. Jan Villée maakte er een amusante kaart van, de Belgische Pol Dom kleurde de kaart in. De puzzel van 510 stukjes zit verpakt in een kartonnen doos met puzzelmotief van rode en gele puzzelstukjes. De kaart is uitgegeven bij het dichten van de Nolledijk op 2 oktober 1945 en is vooral rond Sinterklaas zeer gewild. Ik lees ergens dat de opbrengst misschien voor het goede doel is, maar de puzzel kost ƒ1,60 en nergens staat "goed doel" vermeld.

de inundatie

"Voor onze ogen wordt het vertrouwde landschap uitgewist, zoals je op een schoolbord met een natte spons de mooiste tekening uitwist. Het hele oude land van Walcheren dat je kunt lezen als een boek, met z'n vliedbergen en zijn kreekruggen, zijn half verlande kreken en wegen die al lang geleden werden uitgezet door behoedzame voetstappen van mensen die in het drassige land een begaanbaar pad zochten en die kronkelige weg in tijdloze rust daarna steeds weer gingen, het gaat weg. Zo weg alsof het er nooit geweest is. Alsof het land zijn geheugen verloren heeft." [Tina Keller, "De zee woont in ons huis. Walcheren 1944-1946" 1984: 41]

Aan het einde van de oorlog ligt Zoutelande aan twee kanten aan zee. Het water komt niet als een vloedgolf, maar kruipt in stilte over de velden. Het duurt 14 dagen voordat het zeewater Middelburg heeft bereikt. Alleen de hoger gelegen plaatsen en enkele polders in het oosten van Walcheren blijven gespaard.
In Zoutelande is slechts een smalle strook onder de duinen die droog blijft. Vervoer over de weg is niet meer mogelijk. Er wordt een geïmproviseerd haventje aangelegd en alle transport gaat met bootjes. Er is een geregelde dagdienst op Middelburg. Omdat er geen stalruimte meer is, wordt het vee aan de lopende band geslacht. Ook slager Wisse brengt zijn vlees per boot uit Meliskerke naar de omliggende dorpen. Daar zijn nog maar weinig inwoners achtergebleven. De bewoners worden verplicht te evacueren naar familie of vrienden op drooggebleven plaatsen op Walcheren of zelfs naar Zuid-Beveland. In november 1945 mogen ze terugkeren.
De droogmaking van Walcheren is nog geen eenvoudige klus, temeer daar het hele eiland vol ligt met mijnen. Die moeten eerst geruimd worden. Vervolgens wordt het ene na het andere dijkgat gedicht: het laatste gat, bij Rammekens, wordt op 22 februari 1946 definitief gedicht.

Voor de wederopbouw wordt de Stichting Nieuw Walcheren opgericht. Op 4 november 1947 wordt een Boomplantdag gehouden. Ook prinses Juliana, prins Bernhard en de minister-presidenten van Engeland en Nederland planten een boom. De gevolgen van de oorlog op Walcheren werken nog lang door. Bij de wederopbouw komt de ontsluiting van het buitengebied en de herverkaveling. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Ook in Zoutelande is veel werk aan de winkel. In 1948 wordt begonnen met de wederopbouw van de kerk. De leiding is in handen van de aannemers Jasper Dingemanse en Bram Janse. Ze krijgen hulp van een heleboel dorpelingen.

Boven: Het meisje op de cover van Life Magazine (19 maart 1945) is Maria Huijsman, dochter uit een Brigdams gezin dat weigerde te evacueren. De foto is van George Rodger, een Amerikaanse fotograaf die met de geallieerden in november 1944 Walcheren binnentrok. U kunt de volledige reportage (pp.75-83) online bekijken door op het plaatje te klikken.

Bronnen: "Zeventig jaar Herdenken 1944-2014", opgetekend en verzameld door Rogier Koppejan, eigen uitgave 2014; "Zoutelande verhaalt het verleden", samengesteld door L. Lievense-Nauts, Free Musketeers 2009; P. Davidse, "Zoutelande in vroeger tijden deel 3", Uitgeverij Deboektant 2001; Tina Keller, "De zee woont in ons huis. Walcheren 1944-1946", Den Boer Middelburg 1984; N. Smeets, "Zoutelande door de jaren heen", Eigen uitgave 1977.
De foto van het bombardement op Zoutelande komt uit Keller 1984: 62 (Documentatiecentrum Walcheren 1939-1945).