|
LAAG VLIEGEN
IS HET BESTE.
NRC zaterdag 28 oktober 2000
Luchtschepen
danken hun drijfvermogen aan het gebruik van gassen die lichter zijn dan lucht,
want de wet van Archimedes (dat is: de opwaartse kracht die werkt op een
ondergedompeld lichaam is gelijk aan het gewicht van verplaatste hoeveelheid
vloeistof) geldt ook voor onderdompeling in lucht. De toepassing van waterstof,
het lichtste gas, is verlaten vanwege de brandbaarheid. Helium is de gangbare
vervanger. Dat gas heeft bij 1 bar druk en een temperatuur van, 15 graden een
dichtheid van 0,17kilogram per m3 . Lucht zelf heeft dan een dichtheid van 1,2 kg/m3 .
Dat betekent dat er per meegevoerde kubieke meter helium een lading van ongeveer
één kilogram kan worden getransporteerd.
Van
oudsher worden er drie soorten luchtschepen onderscheiden: de rigids, de
semirigids en de non‑rigids die meestal blimps worden genoemd.
Rigids,
zoals de oude 'Zeppelins' en de nieuwe RA‑180, danken hun vormvastheid
aan de aanwezigheid van een stijf frame waarover de buitenhuid (de envelope)
wordt gespannen. De heliumvoorraad hangt daarbinnen in slappe zakken tegen
het plafond. De halfgevulde zakken kunnen nog makkelijk uitzetten als het
stijgende luchtschip luchtlagen van geringere dichtheid binnen vaart. Het rigid
airship is daardoor voortdurend automatisch in drukevenwicht met de omgeving.
Beschadiging van de gascellen is niet dramatisch.
Blimps,
zoals de reclame luchtschepen van Goodyear en de Hale van Esa, hebben geen
frame en worden daarom voorzien van een kleine overdruk van 4 a 5 procent ten
opzichte van de omgeving om voldoende stijfheid te verwerven. Blimps kunnen niet
erg groot of lang worden gemaakt; veel meer dan een lentedoorsnede verhouding
(de slankheid of fineness ratio) van 4
of 5 is niet verstandig. De passagiersgondel hangt vaak met kabels aan de
gasballon. De geringe overdruk ten opzichte van de omgeving wordt actief in
stand gehouden met behulp van zogenoemde ballonets, luchtzakken die tussen de gasvoorraad zijn aangebracht en
met behulp van een ventilator op spanning worden gebracht. Bij het stijgen wordt
lucht uit de ballonets geloosd.
Semi
rigids,
zoals de Heros, hebben een bescheiden frame dat alleen de onderzijde van de
ballon steunt. Dat vereenvoudigt de ophanging van de gondel en staat een grotere
l/d‑verhouding toe. Voor een laag energieverbruik is het aantrekkelijk om
een hoge l/d verhouding te bezitten (5 of 6).
Semi rigids
hebben net als blimps ballonets nodig. Men kan in principe varen met een
luchtschip dat wat zwaarder is dan lucht door het dynamische
lift te geven: enigszins schuin achterover te varen. Maar dat systeem werkt
niet als er geen snelheid is en bovendien vergroot het de luchtweerstand
onevenredig: geïnduceerde luchtweerstand.
Wie streeft naar minimalisatie van het brandstofverbruik zal zoveel mogelijk
precies in zwevende toestand horizontaal door de lucht gaan.
Het
gewicht van het luchtschip moet voortdurend worden aangepast. Door verbruik van
brandstof, dat makkelijk kan oplopen tot 150 kilogram per uur, wordt een
luchtschip steeds lichter. De oplossing die vaak wordt gekozen is exhaust
water recovery: condensatie van de waterdamp uit het uitlaatgas. Dat
compenseert ruimschoots voor het brandstofverlies.
Wie van dit middel afziet
moet manipuleren met de dynamische lift, met wendbare propellers (vectored
thrust) of met de ballonets. Als de passagiers uitstappen of vracht wordt
ontladen moet tegelijkertijd worden gecompenseerd voor dit massaverlies met
ballastwater. Dat is op elke luchtschiphaven aanwezig.
Om de
payload (vracht of passagiers) zo groot mogelijk te maken zal men altijd zo laag
mogelijk willen vliegen, want in de onderste, dichte luchtlagen is de opwaartse
kracht het grootst. Voor de veiligheid moet het schip zo zijn ingericht dat er
ook op 1000 meter hoogte nog voldoende lift over is. De meeste
luchtscheepsbouwers kiezen een 'plafond' van 3000 meter.
Het
motorvermogen (in watt) dat een luchtschip nodig heeft berekent men als het
algebraïsch product van de gewenste maximumsnelheid en de luchtweerstand (de
drag) die bij deze snelheid optreedt. Daarbij valt te bedenken dat het
propellerrendement meestal maar zo'n 80 procent is. De luchtweerstand (een
kracht, eenheid: newton) komt uit de formule die ook gangbaar is voor auto's: Fwr
= ½·r·v2
·cd·S.
waarin r
de luchtdichtheid (1,2 kg/m3 ) is en v de snelheid (m/s).
De
dimensieloze constante cd is de luchtweerstandscoëfficiënt en S een
karakteristiek oppervlak (120 m2 ) waarop deze coëfficiënt betrokken
wordt. Betrokken op de grootste doorsnede is de coëfficiënt van luchtschepen
meestal tussen 0,07 en 0,09.
Een 500 kW
motor die op vol vermogen loopt
verbruikt per uur ruwweg 160 liter brandstof (als het rendement 33 procent is).
|