WAT BINDT ONS (NIET)?

Wat ons bindt wordt soms gereconstrueerd met een denkbeeldig sociaal contract. Filosofen als Hobbes, Locke en Rousseau kenden Lucy en andere skeletten niet, maar voelden een behoefte aan een soort rechtvaardiging van onze manier van samenleven. Zoals ook Rawls laat zien kan zo'n fictie het denken over rechtvaardigheid stimuleren. We dienen ons echter wel te realiseren dat we zeker de laatste 50 miljoen jaar nauwelijks of geen solitaire voorouders hebben gehad. Als primaten stammen wij uit een hypersociaal geslacht. Vooral toen onze voorouders dagdieren werden hadden zij elkaar nodig om elkaar te waarschuwen voor rovers en samen voedsel te zoeken.

Verwantschap was ook een bindende factor, ofschoon het opmerkelijk is dat bij onze meest nabije verwanten de verwantschapsrelaties alleen van moederskant bekend zijn. Daarbij stuiten we misschien meteen wel op de kern van de zaak: zoals de Canadese primatoloog Chapais bewijst nemen de bekende verwantschapsrelaties opeens enorm toe als er permanente banden ontstaan tussen mannen en vrouwen - en de vermoedelijke vader van velen bekend wordt. Als de perioden tussen geboorten afnemen en andere familieleden gaan helpen ("cooperative breeding") nemen de mogelijkheden van de bewuste beleving van verwantschap verder toe. Vroege mensen leefden waarschijnlijk in een soort uitgebreide familiegroepen, waarin verwantschap een grote rol speelde en mogelijk zelfs de vaderschapsrelaties bekend waren. (Lees verder.)