Overstijgt cultuur natuur?

De mens is duidelijk een cultuurwezen, een dier met een ongekend groot aantal gebruiken, technieken en tradities. De laatste vijftig jaar is duidelijk geworden dat ook veel andere dieren cultuur hebben, gedefinieerd als kennis die van generatie tot generatie op een niet-genetische wijze worden doorgegeven. Cultureel bepaalde gedragselementen worden meestal ingebed in een aangeboren leerprogramma. Bij sommige vogelsoorten zitten er bijvoorbeeld duidelijk aangeleerde en doorgegeven segmenten in de zang, die toch voor een groot deel aangeboren is. Op dezelfde wijze sluit ook de menselijke cultuur een menselijk natuur niet uit en kan de mens echt niet elke vorm van cultuur aanleren. Allerlei universalia, van grammaticale structuren tot en met huwelijksvormen, wekken de indruk dat er een soort menselijke dieptestructuur is die op verschillende manieren aangepast kan worden aan plaatselijke omstandigheden.

Aangeboren en aangeleerd sluiten elkaar dus niet uit, integendeel: aanleren veronderstelt een aangeboren vermogen om te leren. Het proces van natuurlijke selectie zal natuurlijk garanderen dat een organisme vooral dat leert wat hij nodig heeft om in een bepaalde omgeving te overleven. Datzelfde geldt voor de menselijke cultuur: mensen passen hun cultuur steeds aan bij de geldende ecologische en economische omstandigheden. Het tempo waarmee dit gebeurt is in onze technocratische samenleving dermate hoog dat wij enigszins verbaasd kunnen zijn over de wijze waarop men zich in meer traditionele samenlevingen vastklampt aan de traditie. Tradities vormen echter dikwijls de neerslag van de levenservaring van eeuwen. Er zit soms een zekere hoogmoed in de wijze waarop wij in onze cultuur omgaan met dit soort ervaring. (Lees verder.)