Onze cultuur kenmerkt zich ook door een tot in het extreme doorgevoerde ideologie van de menselijke veranderbaarheid. Het is typerend dat zelfs een evolutionist als Richard Dawkins op het gebied van cultuur het spoor volkomen bijster is. Zijn opvatting dat ideeën, memen, of geestesvirussen een eigen evolutie doormaken die onafhankelijk is van biologische evolutie zou je niet verwachten van iemand die een beetje verstand heeft van dieren en mensen. Hominiden kennen al miljoenen jaren cultuur en de manier waarop pubers omgaan met de cultuur van hun ouders bewijst overduidelijk dat het geen passieve ontvangers van cultuur zijn. Mensen kiezen actief die ideeën en gedragsvormen uit een cultuur die hen aangepast lijken aan de omstandigheden die zij voorzien - en in onze cultuur lopen hun ouders meestal wat achter.

Het in 1981 door Lumsden en Wilson gelanceerde idee van gene-culture-coevolution is wat dat betreft nog steeds actueel. In feite blijkt het proces van de coëvolutie van genen en cultuur misschien al begonnen te zijn met de primitieve werktuigen die sommige populaties van de oerang oetan gebruiken. De chimpansee blijkt zo vernuftig om te gaan met sommige van zijn werktuigen dat het idee (van Wrangham) dat de ontdekking van het vuur niet 800.000 jaar geleden plaatsvond, maar anderhalf miljoen jaar, mij helemaal niet zo heel dwaas overkomt. In ieder geval bewijst de verkorte zwangerschap en de postnatale breinontwikkeling van de mens, samen met zijn verlengde jeugdfase, dat er op een gegeven moment aanpassingen nodig waren om de mogelijkheid te scheppen tot langer leren en langer blootstaan aan allerlei tradities. Uit dit soort aanpassingen blijkt overduidelijk dat de mens van nature een cultuurwezen is - dus niet een natuurloos cultuurwezen. (Terug)