De stem van het geweten lijkt te spreken binnen dit broze spanningsgebied tussen afhankelijkheid en wedijver, tussen privé en publiek domein, tussen individuele en collectieve koers. Waar de ontplooiïng van de één leidt tot de ondergang van de ander, wordt er geprobeerd een beroep te doen op gemeenschappelijk belangen en idealen. Sinds de oudheid vraagt een kleine groep sofisten en filosofen zich echter af wat een moreel appèl waard is als uiteindelijk alleen machtsverhoudingen bepalen naar wie geluisterd wordt en naar wie niet.

Het enig antwoord dat ik kan bedenken is dat dictaturen niet oneindig stabiel zijn en dat de rollen in onze samenleving nooit vast liggen. Wie vandaag de winnaar is, kan morgen de verliezer zijn, en andersom. Mensen blijven elkaar nodig hebben. Hieruit volgt een Rawliaanse logica en de gouden regel "wat gij niet wilt dat u geschiedt, zo doe dat ook een ander niet".

Helaas lonen egoïsme en macht vaak direct in reproductief opzicht. Wederzijdsheid en transparantie is mooi, maar het loont om de groepsbuit te kapen en te monopoliseren. Een centrale kliek kan via een web van verklikkers een hele samenleving controleren en uitbuiten. De moraal is een natuurlijk gegeven, wortelend in de sociale kant van onze natuur, maar het is absoluut geen vanzelfsprekendheid, waarvoor niet voortdurend gestreden hoeft te worden. (Terug.)

- 2000. Evolutionaire ethiek: kan dat? ANTW, 92, 1: 63-84. PDF, 18 pag.

- 1998. Terug naar de menselijke natuur?: toegepaste evolutionaire psychologie. M. Drenthen & A. Simons (red.), Al het goede uit de natuur,  Nijmegen: CEKUN Cahier, 37-50. PDF,