De machinemetafoor in geneeskunde en in het denken over ziekte en gezondheid

Cellen en genen

In (bio)medisch-wetenschappelijke teksten zijn cellen veelvuldig aan de orde. Aan de cel worden niet zelden allerhande menselijke en sociale kenmerken toegeschreven. Daarmee wordt technische kennis over het lichaam en over ziekten besproken en overgedragen.
Cellen hebben een levenscyclus, een levensgeschiedenis. Cellen kunnen kinderen hebben, dochters en zonen, ouders en familie. Cellen hebben bepaald gedrag. Cellen nemen initiatief, ondernemen actie, doen spontaan dingen, herkennen zaken. Groepen van cellen heten populaties, soms verdeeld in subpopula­ties, hebben een omgeving, hebben buren. Ze hebben ‘maatschappelijke’ functies. Ze zijn autonoom of ongecontroleerd, of zelfs asociaal. Cellen communiceren en geven signalen door.
Cellen vallen aan of binnen, cellen verdedigen, cellen kolonialiseren, cellen ontmoeten vijanden in hun oorlog tegen .....
Als een cel of het genoom als persoon wordt voorgesteld, beloopt men het risico mensen te reduceren tot hun DNA. Als een cel of het genoom als ding wordt voorgesteld, als informatie, verdwijnt de persoon uit zicht. We zouden ons af kunnen vragen: Welk beeld, welke metafoor zou kunnen beschermen tegen de tendens dat lichaamswaar tot handelswaar wordt gemaakt?

Natuurwetenschappen, biologie, medische wetenschappen zijn vaak ‘verbeeld’ of gevat in de beeldspraak of metafoor van het boek of het ‘boek van het leven’. Hierin is een deterministische visie geïmpliceerd. Dat boek zou alles al omvatten, een blauwdruk; we zouden er slechts voor hoeven zorgen dat het boek de inhoud prijs geeft. De relaties tussen oor­zaken en gevolgen zouden al vast liggen.
Dit geldt ook voor onderzoek naar het menselijk genoom. In de traditie waarin boeken als heilig werden gezien, wordt ook DNA gezien als heilige molecuul, en wordt er geschreven over DNA-bibliotheek. (De aanduiding van sommige DNA-ketens met letters heeft geleid tot de metafoor van de DNA-code als alfabet of tekst of van het genoom alfabet als tekst (die gelezen en geïnterpreteerd kan of moet worden. De soorten zijn de boeken in de bibliotheek.)
De ontdekking van de contextualiteit of contextgevoeligheid van de genen verstoort dat vaste patroon. Het verstoort ook de verwachtingen, maar gaat ook gepaard met flexibiliteit en geheel nieuwe inzichten. Ook daarvoor worden beelden en metaforen gebruikt, bijvoorbeeld dat van de Möbiusstrip, of die van het theater van de wetenschap, of van de wetenschap als orkest of als familie, en in plaats van (voltooid) boek het ‘tijdschrift’ waarvan de afleveringen blijven verschijnen.